Vrouwen van Nederland: niet zeuren, maar poetsen

De boodschap is al tientallen jaren dezelfde: vrouwen aan de top van het bedrijfsleven, het wil maar niet lukken. Maar zouden vrouwen dit thema niet beter voortaan negeren en gewoon aan de slag gaan?

Ditmaal betreft het bevindingen van de Volkskrant: amper twintig procent van de managers bij 35 representatieve bedrijven is vrouw. In de hogere bestuurslagen van Nederlandse ondernemingen is zelfs nog geen vijf procent van het vrouwelijke geslacht.

Lange tijd kregen de mannen, de vaders en echtgenoten de schuld. De vrouwen konden niet buitenshuis werken als zij er ook nog een fulltime taak als moeder en huisvrouw naast hadden. Veel mannen uit mijn omgeving zijn in de loop der jaren braaf vier dagen gaan werken, met inlevering van salaris of met werkdagen van negen à tien uur. Maar afgaande op het Volkskrant-onderzoek is het kennelijk onvoldoende geweest.

Intussen heeft ook de politiek niet stilgezeten. Volgens de wet zijn bedrijven vanaf 2016 verplicht dertig procent van alle beschikbare topfuncties door vrouwen te laten vervullen. Lukt dat niet, dan is er nog geen man overboord, want sancties ontbreken vooralsnog.

Na de vaders/echtgenoten zijn nu de mannelijke ondernemers aan de beurt. Zij doen te weinig moeite om vrouwen te benoemen voor topposities, omdat die vrouwen te emotioneel zijn, niet monomaan of ambitieus genoeg voor hun werk, teveel tijd uittrekken voor hun kinderen, enzovoort.

Misschien zouden we eens moeten ophouden de schuld te zoeken bij de mannen, bij de ondernemers en bij de overheid die met deze wet volgens de feministisch-socialistische kerk natuurlijk niet ver genoeg gaat.

Hoge prijs
Laten we in plaats daarvan voortaan erkennen dat na al die jaren en al die onderzoeken kennelijk altijd maar weer een minderheid van de vrouwen bereid is de hoogste prijs te betalen voor een topcarrière in combinatie met het gezin en met een man die ook vol gaat voor zijn loopbaan. En die prijs bestaat eruit dat deze vrouwen en hun mannen de dagelijkse zorg voor de kleine kinderen uitbesteden aan au pairs, aan naschoolse opvang, aan opa en oma’s of aan beschikbare buurtgenoten, of aan een combinatie hiervan. Zij accepteren dat zij doordeweeks niet eerder dan zeven, acht uur thuis zijn of geen tijd kunnen vrijmaken om uit te zwaaien bij het schoolreisje of mee te helpen bij de sportmiddag.

Het aardige nu is dat deze topvrouwen zelf die prijs vaak helemaal niet zo hoog vinden. Misschien hebben ze gelijk en zouden wij, sukkels met onze parttime-baantjes, eens meer moeten gaan inzien dat zij ook helemaal geen slechte, egoïstische of anderszins ontaarde moeders zijn. Integendeel, want de carrièrevrouwen annex moeders die ik ken zijn gek op hun kinderen. Ze besteden de beperkte hoeveelheid tijd die ze met hen hebben optimaal en die kinderen zijn vaak hele leuke en beleefde kinderen die ook iets zelfstandigs hebben. Want dat is het voordeel van een fulltime werkende moeder en vader: de kinderen leren al vroeg op eigen beentjes te staan.

Powerwomen
En een bijkomend voordeel is dat deze vrouwen op een of andere manier vaak de nodige uitstraling bezitten. Ik bedoel, het zijn geen grijze muisjes, maar kordate types, powerwomen, goed in het mantelpak, zich voortbewegend op stevige hakken en niet zelden gezegend met gevoel voor humor. Best wel sexy, eigenlijk.

Kortom, de vrouwen zelf zouden niet meer zoveel moeten klagen en zeuren anderen de schuld geven van hun gemiste kansen, maar ze zouden gewoon eens aan het werk moeten gaan en zich desnoods eens laten voorlichten door de Mona Keijzers van dit land, de Heleen Mezen en al die andere kanjers die tachtig uur per week op kantoor maken, vijf kinderen hebben en op zaterdagmiddag gewoon bardienst draaien op de hockeyclub.

————————

Volg HP/De Tijd ook op Twitter!