Zain Shaito doet het voor het land van zijn vader

Een man met een missie, deze schermer. De geboren en getogen Amerikaan wil bij de Olympische Spelen in 2016 in Rio de Janeiro een medaille winnen. Bij déze Spelen wilde Zain Shaito vooral ervaring opdoen.

Zijn Olympische ervaring was helaas voor hem slechts van korte duur: Shaito verloor al in de eerste ronde van de Chinese schermer Jun Zhu. Met liefst 15-2 aan de broek kon de Amerikaan met Libanese vader huiswaarts. Zijn Chinese opponent verloor in de volgende ronde op zijn beurt ook weer vrij roemloos van een Zuid-Koreaan.

Wat maakt Zain Shaito dan zo bijzonder? Op het moment dat hij werd gevraagd te schermen voor het Amerikaanse team besloot hij de invitatie af te slaan. Hij had het gevoel dat hij voor een hoger doel moest gaan. Hij wilde ‘iets terugdoen voor het Libanese volk’ dat jarenlang werd geteisterd door een verscheurende burgeroorlog. En dat terwijl het hem van kinds af aan ‘een droom was om voor Team USA uit te komen’.

Het land van zijn vader, hij moest en zou er iets voor willen betekenen. ‘Het maakt me niet uit of een Libanees christen, Druze of moslim is. Ik wil elke Libanees vertegenwoordigen.’ Shaito strijdt voor zijn erfgoed, en hij beschouwt Libanon als het zijne. De betrokken schermer hoopt dat hij met zijn deelname aan de Olympische Spelen kan laten zien hoe Libanon door sporters wordt vertegenwoordigd. Hiermee proberen hij en zijn zus, ook een Olympische schermster die ondanks haar Amerikaanse paspoort voor Libanon uitkomt, een voorbeeld te zijn voor de Libanezen.

Of dit lukt is de vraag. Veel aandacht in de Libanese pers krijgen ze vooralsnog niet. Broer en zus genieten vooral in hun moederland bekendheid. Zain Shaito is wel een kleine beroemdheid in thuisstaat Ohio, waar hij studeert.

Shaito had geen geluk bij de loting voor de Spelen. In zijn schema deden 38 schermers mee. Shaito was één van de twaalf atleten die in de eerste ronde moesten uitkomen – en hij verloor ook nog eens meteen. En zo hard is de Olympische topsport: pas over vier jaar in Rio is er weer een nieuwe kans.

——————–
Volg HP/De Tijd en Pieter Yspeert ook op Twitter.