Beste politici, sport is belangrijker dan u denkt

oud-premier Van Agt neemt deel aan een wielerwedstrijd (foto anp)

Dankzij het advies van het College voor Zorgverzekeringen om dure geneesmiddelen voor een aantal zeldzame ziekten niet langer te vergoeden, staat het probleem van explosief stijgende zorgkosten deze week weer eens flink in de belangstelling.

Dat is op zich een goede ontwikkeling, maar het is jammer dat de discussie zich steeds beperkt tot maatregelen die gericht zijn op bezuinigingen en besparingen op de korte termijn, en niet op preventie voor de lange termijn. En dat terwijl er momenteel een mondiaal evenement gaande is dat symbool staat voor de volksgezondheid én dus de beheersbaarheid van de zorgkosten: de Olympische Spelen.

Vorige week had ik het voorrecht in Londen te mogen zijn om een kijkje te nemen bij de  Spelen. Critici noemen het een geldverslindende elitefeestje voor de mondiale jetset. Maar dat vind ik even makkelijk als kortzichtig. De Olympische Spelen zijn het grootste en meest inspirerende affiche voor de sport. En sport is veel meer dan spel en vertier: het is een buitengewoon effectief middel om maatschappelijke waarde te creëren. Sportparticipatie heeft een enorme, positieve impact op de volksgezondheid, de leefbaarheid en veiligheid van steden en dorpen, de levensduur van mensen, het terugdringen van obesitas, de vermindering van het ziekteverzuim, betere schoolprestaties en de sociale binding tussen mensen.

Toegevoegde waarde
Sport en bewegen is met name onmisbaar voor een goede sociale, fysieke en mentale ontwikkeling van de jeugd tussen vier en achttien jaar. Hoewel deze generatie gemiddeld een hoge sportparticipatie heeft, haalt ongeveer de helft de dagelijkse bewegingsnorm nog steeds niet. En daar ligt de kern van de toegevoegde waarde van sport als middel om onze zorgkosten beheersbaar te houden. Maatschappelijke investeringen in sport en beweging op jonge leeftijd betalen zich later dubbel en dwars terug in de vorm van gezondere mensen en dus lagere zorgkosten.

Binnen de Nederlandse politiek groeit het besef dat sport als middel grote waarde heeft, zo leert een overzicht van de diverse partijprogramma’s. Zo schrijft de VVD: “De VVD ziet investeringen in sport als investeringen in de toekomst. Sport bevordert veiligheid en gezondheid en helpt schooluitval en criminaliteit voorkomen”. Het CDA zegt: “Sport is maatschappelijk goud dat verzilverd moet worden. Bedrijven, sportverenigingen, maatschappelijke organisaties en zorgverzekeraars slaan de handen ineen om sport en bewegen te stimuleren”. De PvdA vindt: “Sport is niet alleen leuk, het is ook gezond. Het zorgt ervoor dat je in goede conditie blijft en heeft daarmee een preventieve werking in de zorg. Zo is sporten – ook voor kinderen – het beste medicijn tegen overgewicht. Het is daarom van groot belang dat zoveel mogelijk mensen sporten”.

Dat de filosofie van sport als middel meer is dan een loze gedachte, bewijst onder andere de economic impact study van de Economic Development Board Rotterdam uit 2011. Volgens deze studie levert sport Rotterdam meer dan een half miljard harde euro’s op. Nog interessanter is de indirecte opbrengst: de baten van sport die positieve maatschappelijke effecten hebben. Uit de analyse blijkt dat deze indirecte opbrengst Rotterdam nog eens een half miljard euro oplevert, in de vorm van betere gezondheid, minder werkverzuim, lagere schooluitval, hogere vastgoedwaarden en een betere leefbaarheid. Kortom, sport levert Rotterdam meer dan een miljard euro per jaar op.

Eén procent
Ondanks deze veelbelovende resultaten blijft het in de landelijke politiek vooralsnog bij veelbelovende woorden over het inzetten van sport als middel, maar minder bij daden. Het Ministerie van VWS investeert jaarlijks slechts één procent van haar totale budget in sport. Dat kan beter, dat moet beter. Het wordt tijd dat de landelijke politiek de filosofie van sport als middel volledig omarmt en gaat inzetten als maatschappelijk instrument voor een gezondere maatschappij.

Hierbij kunnen de Olympische Spelen als een krachtige katalysator optreden. Het zou mooi zijn als er in de huidige verkiezingscampagne politici opstaan die de bewezen filosofie van sport als middel voor het creëren van maatschappelijke waarde op de lange termijn omarmen, en visie tonen door een Nederlands bid voor de Olympische Spelen van 2028 te omarmen en die mijlpaal te gebruiken om tussen nu en 2028 de sportparticipatie een enorme boost te geven, met alle maatschappelijke voordelen van dien.


  • A. Doorgeest

    Wat een over-enthousiast artikel van Van der Linde – stuitend gewoon.

    Bewegen is goed voor een mens, maar overmatige beweging in de vorm van teveel sport en topsport is slechts schadelijk, zo heeft TNO in het verleden aangetoond.
    Over de kosten van onnodige sportblessures geen woord in zijn artikel.
    Voor het bevorderen van sociale cohesie is sport geen optimaal middel: mensen integreren het beste via werk en vrijwilligerswerk. Het leuke is dat werk ècht dingen oplevert, en sport maar in zeer geringe mate.
    Olympische Spelen in Nederland? Pure geldsmijterij van een paar bobo’s ten behoeve van het eigen ego.

    Sportbeoefning? Er kan niet genoeg tegen gewaarschuwd worden. Grotendeels verspild geld.
    Een ontwikkelde samenleving heeft oog voor Kunst, Cultuur, Wetenschap, Filosofie, Techniek en Vreemde Talen.
    Onnodig zwetende lijven hebben de mensheid nooit één stap verder gebracht…

  • luck

    De foto geeft haarscherp aan, zowel nu en toendertijd, dat je collega’s vooral niet voor de voeten moet lopen, geef ze alle ruimte, eventueel een duwtje richting schijnwerpers.
    Joop den Uyl gaf trouwens Hans Wiegel nog ‘n vaderlijk schouderklopje toen een tv programma nogal heftig werd, vooral naar huidige omstandigheden, ‘n pijnlijk moment maar ook menselijk en collegiaal.
    Sportief gedrag kost een kleine moeite op korte termijn, maar op lange termijn geen windeieren, dat is ‘n andere parallel die we naar het heden kunnen doortrekken, die conclusie werd getrokken bij een stoere mok koffie na een avondje uit eten.
    De foto is misschien niet de beroemde foto waarop de prioriteiten net iets meer bij de koers dan bij de politieke knikkers lagen, maar wel in die periode.