Waarom mannen vaak nog jongetjes zijn

Rene van der Gijp (foto anp)

Jarenlang blijven ze in de zandbak zitten, en als ze er eindelijk uit komen, maken ze nóg geen haast om volwassen te worden. De financiële zorg voor het gezin is weggevallen – dat kunnen vrouwen prima zelf. Dus rommelen mannen maar wat aan.

Acht mannen doen mee aan een afvalrace, De Y-factor genaamd. Terwijl ze één voor één welkom worden geheten en een inschrijfformulier krijgen uitgereikt, vindt buiten hun  medeweten de eerste ronde al plaats: een stiekeme camera registreert hoeveel blikken de deelnemers werpen op de pronte borsten van de bevallige Daphne. De man die het minst loert, ligt eruit. Bye bye Geert, je kunt vertrekken!

De Y-factor is onderdeel van het onder veel fanfare gestarte Veronica-programma M!LF, oftewel Man Liberation Front, dat ten strijde trekt tegen de vervrouwelijking van de Nederlandse man. Voor een publiek van joelende mannen in houthakkershemden met flesjes bier in de hand worden scènes opgevoerd, waarin de presentatoren stelling nemen tegen gezichtscrèmes (grappig), tegen het je houden aan de verkeersregels (flauw) en voor het bedwelmen van je kinderen met chloroform om seks met je vrouw te kunnen hebben (nog flauwer). Als decor fungeren twee jongedames in zwarte lingerie, die zich onledig houden met het strijken van stapels overhemden.

Ranzige onbeschaafdheid
Lachen natuurlijk om deze provocaties, waarin ranzige onbeschaafdheid doorgaat voor het toonbeeld van mannelijkheid. Dat het karikatuur van de ongelikte beer (met of zonder knipoog) genoeg aantrekkingskracht bezit om er een serie van liefst acht programma’s aan te wijden, zegt intussen wel iets over de positie van mannen in deze maatschappij. Je zou eruit kunnen afleiden dat ze zich bedreigd voelen, zoals er ook meer moslima’s  hoofddoekjes en boerka’s gaan dragen naarmate de weerstand van de omgeving hiertegen groeit.

Met het uitdagen van de meerderheid kun je jezelf verheffen boven die meerderheid. Mannen die zich door vrouwen bedreigd voelen, hebben geen ongelijk. De aanhoudende discussies over seksediscriminatie, het glazen plafond en quota voor vrouwen in topfuncties mogen dan de indruk geven dat vrouwen nog steeds machteloos aan de poort rammelen, in werkelijkheid domineren vrouwen grote delen van het maatschappelijk leven.

Die opmars is begonnen in het onderwijs. De Amerikaanse sociologe Kay Hymowitz deed voor haar boek Manning Up. How the Rise of Women Has Turned Men into Boys  onderzoek naar de prestaties van jonge mannen en vrouwen. Was in 1970 nog veertig procent van de afgestudeerden vrouw, in 2006 lag dat percentage op 57 en verwacht wordt dat het op korte termijn naar zestig zal oplopen. Dit geldt niet alleen voor Amerika. In 67 van de 120 door haar onderzochte landen hebben meer vrouwen dan mannen een universitair diploma, ook in het fundamentalistische Iran.

Vrouwen zijn beter op school
Overal ter wereld halen meisjes betere schoolresultaten en studeren ze sneller af. Vrouwelijke studenten overheersen getalsmatig in alle alfa- en sociale wetenschappen, bij geneeskunde, rechten en de kunsten. Alleen in techniek, financiën en de harde bètastudies is nog een mannelijk overwicht. Na hun opleiding stromen vrouwen door naar de arbeidsmarkt, waar ze de terreinen van onderwijs, (medische) zorg, ambtenarij, juristerij, public relations, de creatieve sector, design, communicatie en marketing domineren.

De ambitie van jonge vrouwen valt niet alleen af te lezen aan hun getalsmatige  aanwezigheid op de arbeidsmarkt, maar ook uit inkomensstatistieken. Hymowitz becijferde dat in de Amerikaanse grote steden aan de oost- en westkust vrouwen tussen de 21 en 30 jaar 120 procent verdienen van wat hun mannelijke leeftijdgenoten opstrijken. Jonge vrouwen hebben meer geld op de bank staan en beschikken vaker over een (eenpersoons) koopappartement.

Ongelikte beer
En wat doen de jonge mannen intussen? Slabakken, dromen, gamen op de computer, zich wijden aan klassiek mannelijke activiteiten als met vrienden naar sport kijken en bier drinken, kortom: de wereld aan zich voorbij laten gaan. Als de slimme, geëngageerde en empathische Lisa (van The Simpsons) model staat voor de moderne, ambitieuze jonge vrouw, dan is haar broertje Bart (proud to be an underachiever) de mannelijke tegenhanger daarvan: het popculturele icoon van de mannelijke twintigers die graag poep- en kotsgrappen maken en nog steeds dezelfde kleren dragen (T-shirts en hoodies) als toen ze acht jaar oud waren. Bart is een karikatuur, wiens vader Homer als ongelikte beer trouwens hoge ogen zou gooien in De Y-factor-wedstrijd. De serie The Simpsons is buitengewoon geestig, maar karikaturen zijn alleen grappig wanneer er iets reëels doorheen schemert. Al is in dit geval de werkelijkheid die op T-shirts weleens wordt samengevat als girls rule (and boys drool) eigenlijk helemaal niet zo grappig.

Onder twintigers is de laatste jaren het fenomeen van de dolende student in opkomst. Het zijn bijna altijd jongens die hier last van hebben. Dolende studenten hebben één, twee, soms zelfs drie keer een verkeerde studie gekozen. Ze zijn vastgelopen en voeren niets uit. Ze zijn overweldigd door het aantal keuzes en verlamd omdat ze niet weten wat ze willen worden.

Het kabinet wil langstudeerders nu financiële sancties opleggen, maar het is de vraag of deze maatregel zal helpen, omdat het dolen niet zozeer een kwestie van lamlendigheid is, als wel van existentiële verwarring en acute richtingloosheid. Met het opwerpen van extra hoge financiële barrières om het reeds ingezette traject van een hogeronderwijsdiploma af te maken, worden langstudeerders verwezen naar ofwel ongeschoold werk ofwel de bijstand, allebei bestemmingen waar zijzelf, maar misschien belangrijker nog: de  maatschappij, niet bij gebaat zijn.

Dolende figuur
Dolen blijft niet beperkt tot studenten. De Amerikaanse schrijver Benjamin Kunkel geeft in zijn roman Indecision (2005) een even komisch als indringend portret van zo’n dolende figuur. Hoofdpersoon Dwight Wilmerding (28 jaar en al ettelijke jaren in het bezit van een college-diploma met filosofie als major) is het spoor volstrekt bijster. Hij heeft een dom baantje onder zijn niveau bij een telefonische helpdesk waar hij elk moment kan worden ontslagen, woont met drie vrienden in een dump waarvan binnenkort de huur afloopt, heeft een vriendin die hem niet boeit, maar zijn belangrijkste probleem is dat hij als een 21ste-eeuwse Oblomov geen keuzes kan maken, ook niet voor simpele zaken als ‘wat zullen we eten’. Hij worstelt zich door het dagelijks leven met behulp van een dobbelsteen. In plaats van knopen door te hakken of actie te ondernemen legt hij lijstjes aan met dingen die moeten gebeuren of waar hij over moet nadenken. Wanneer zijn medisch geschoolde vriend hem diagnosticeert met de conditie abulia (pathologische besluiteloosheid) en hem een experimentele kuur met het wondermiddel abulinix voorschrijft, kan zijn leven beginnen.

Adolescentie
Zoeken naar een bestemming, je identiteit vinden, leren er prioriteiten op na te houden zijn preoccupaties die gedurende het grootste deel van de twintigste eeuw werden  geassocieerd met de adolescentiefase, maar die zich sinds een jaar of dertig steeds verder uitstrekken in de volwassenheid. Saillant in dit verband is dat die hele adolescentieperiode met zijn kenmerkende dynamiek van opstand tegen (ouderlijk) gezag en  experimenteerzucht pas in 1904 ontdekt is door de psycholoog Stanley Hall – hij muntte althans de term. Daarvoor wáren er helemaal geen adolescenten; je had kinderen, pubers en daarna volwassenen.

In navolging van Hall ijvert de psycholoog Jeffrey Arnett al tien jaar voor de officiële  erkenning van een door hem ontdekte, apart onderscheidbare, essentiële fase in de menselijke ontwikkeling, namelijk emerging adulthood, de periode tussen globaal het twintigste en dertigste levensjaar, wanneer mensen wel een beetje volwassen zijn, maar nog niet helemaal. Ontluikende volwassenheid staat volgens Arnett in het teken van a sense of possibilities. Het is de tijd dat mensen moeten uitzoeken waar hun krachten liggen op het gebied van werk en carrière en de tijd om een partner te vinden. Beide queesten zijn aanzienlijk ingewikkelder en tijdrovender dan pakweg veertig jaar geleden, zeker voor degenen die hoger onderwijs volgen – dat zijn er drie keer zo veel als in 1960.

Ontluikende volwassenen zijn meer op zichzelf gericht dan in alle andere fases van hun leven, ze zijn bewust bezig hun leven vorm te geven en optimistisch over de toekomst, ongeacht hoe ze er financieel voor staan. De fase van de ontluikende volwassenheid maakt vooralsnog weinig kans op een officiële status, omdat veel culturen, waaronder de westerse tot een halve eeuw geleden, het verschijnsel als zodanig helemaal niet  kennen. De decade extra adolescentie die tegenwoordige generaties doormaken, lijkt dan ook eerder een kwestie van cultuur dan van natuur.

Kenniseconomie
De overgang van een industriële maatschappij naar een kennis- en diensteneconomie liep parallel aan de opkomst van vrouwen. Een kenniseconomie is toegankelijker voor vrouwen dan een maatschappij die op productie van goederen drijft, en daarbij ondoorgrondelijker. Wie de personeelsadvertenties voor midden- en hoger kader doorneemt, weet de helft van de tijd niet wat de functies nu eigenlijk inhouden. Lezen, rekenen, schrijven en vergaderen, daar komt het op neer, maar voordat je ergens met succes kunt solliciteren, moet je inhoudelijke kennis en vaardigheden opdoen, en dat is een groot probleem als er zo veel keuzemogelijkheden zijn. Temeer omdat werk meer is dan alleen een broodwinning.

Werk geldt als een belangrijk onderdeel van de identiteit. Het fungeert als levensdoel – veel mensen gebruiken het woord ‘passie’ voor hun werk. De zoektocht naar een geschikte loopbaan door middel van een ‘leuke’ studie krijgt daardoor bijna het karakter van een romantische affaire, iets waarmee je je authenticiteit kunt laten oplichten. In een individualistische cultuur staat werk dichter bij individuele expressie dan bij  maatschappelijke plichtsbetrachting.

De fase van uitgestelde volwassenheid of verlengde adolescentie heeft het traditionele levensscript voor zowel mannen als vrouwen op losse schroeven gezet. De gemiddelde leeftijd voor huwelijkssluiting en voortplanting ligt nu op 29 jaar. Hoogopgeleide vrouwen krijgen hun eerste kind gemiddeld met 33 jaar. De daaraan voorafgaande jaren gebruiken zij om zichzelf in het een of ander te bekwamen, indachtig de opdracht die alle ouders aan hun dochters meegeven: zorg dat je financieel onafhankelijk wordt. Deze boodschap wordt er van bovenaf zo ingehamerd dat die andere opdracht, die vroeger het enige was wat meisjes te doen stond, namelijk een geschikte man vinden, erbij inschiet.

Initiatieriten
Ook voor mannen is het klassieke script verdwenen. In de opvoeding van jongens lag de nadruk altijd op de toekomstige plicht tot kostwinnerschap. Wat een man onderscheidde van een jongen, lag in de sfeer van verantwoordelijkheid: de financiële zorg voor vrouw en nageslacht en hen beschermen tegen gevaren. Omdat er zo’n groot verschil is tussen de positie van jongens en die van mannen, worden jongens in de meeste culturen aan initiatieriten onderworpen, waarin ze beproevingen doorstaan om hun moed, kracht en uithoudingsvermogen te bewijzen. Initiatierituelen dienen een beschavingsdoel. Van speelse kwajongens vol ongerichte energie en een voorkeur voor flauwe grappen moeten serieuze volwassen mannen worden gemaakt die hun verantwoordelijkheid nemen en hun leven in dienst stellen van een groter goed: het levensonderhoud van hun naasten en het vervullen van nuttige functies voor de maatschappij. Dienstplicht is een voorbeeld van zo’n initiatierite.

In alle culturen zijn het de jongens die door middel van rites moeten worden beschaafd. Meisjes hebben dat niet nodig, want hun ontwikkeling is een zuiver biologische. Met het wegvallen, althans het uitstellen van het traditionele levensscript, is het niet verwonderlijk dat jongemannen blijven hangen in het kind-zijn. Er bestaat geen urgentie meer om volwassen verantwoordelijkheden op zich te nemen. Studie en werk moeten intrinsiek interessant zijn en niet omdat je er een gezin van zou moeten onderhouden. De dienstplicht is afgeschaft. Onverwachte zwangerschappen die in het verleden nog weleens zorgden voor de acute transformatie van jongen in man, zijn niet meer aan de orde. In de film Knocked Up (2007), waarin een bij de dag levende flierefluiter per ongeluk een  carrièrevrouw bezwangert, wordt dit scenario op humoristische wijze uitgespeeld.

Bovendien zoeken vrouwen geen mannelijk kostwinnerschap meer. Al met al genoeg redenen om eindeloos videogames te blijven spelen in morsige woonomstandigheden, pizza’s te bestellen en nog maar eens een biertje te nemen. De kindman vormt aldus het spiegelbeeld van de ambitieuze alfavrouw. De dating scene heeft intussen te lijden van grote ambiguïteit. De rituelen, regels en bijbehorende sekserollen zijn afgeschaft. Zowel mannen als vrouwen kunnen in zijn voor eenmalige seksavontuurtjes, monogame langetermijnrelaties en alles wat er tussen deze uitersten mogelijk is.

Instantseks
In principe zijn de man-vrouwrollen inwisselbaar, maar daaronder geldt nog steeds de darwinistische logica die des te grimmiger wordt naarmate die harder ontkend wordt. Snelle en gemakkelijke seks bijvoorbeeld is een geaccepteerd fenomeen, waarvan iedereen weet (ook mannen) dat het geen ideale manier is om een relatie te beginnen. Een man die een keus maakt voor instantseks, wil meestal geen relatie, maar als hij die toevallig wél wil, zou hij moeten beseffen dat de vrouw in kwestie daar niet op uit is, anders zou ze niet bereid zijn tot instantseks. Ingewikkelde materie, waarbij een foutje zo gemaakt is.

De code dat man en vrouw ook op het terrein van de liefde als gelijken tegenover elkaar staan, wordt ondergraven doordat vrouwen enerzijds zeggen dat ze geen prijs stellen op de egards uit het patriarchale tijdperk (deuren openhouden, in jassen helpen, voor laten gaan) en anderzijds op onverwachte momenten wel degelijk dat soort eisen stellen. Een man die bij een eerste afspraakje de rekening wil delen, valt dan door de mand als ongeschikt. Ook onvergeeflijk is het als een man in de aanloop tot een afspraakje zegt: “Wat zullen we doen? Kies jij maar, ik vind alles leuk.”

Om in de smaak te vallen bij een vrouw moet een man nog steeds initiatief aan de dag leggen en haar ergens in meevoeren. Vrouwen zenden een dubbele boodschap uit: een man hoeft niet voor me te zorgen, want dat kan ik zelf wel, maar een man die daar niet toe in staat is, wil ik niet. Alle emancipatie ten spijt willen ze nog steeds een partner tegen wie ze kunnen opkijken. Onervaren jonge mannen die zich vergelijken met jonge vrouwen voelen zich al snel minderwaardig en overbodig. Ze weten wat niet mag (de macho spelen en alle in M!LF vertoonde geintjes), maar niet wat er dan wél van hen wordt verwacht.

Niet alleen streven meisjes hen in studie en werk voorbij, meisjes hebben ook nog eens de macht als het om seks en liefde gaat, omdat ze in hun aantrekkelijkste fase verkeren. Pas omstreeks het dertigste levensjaar slaat deze machtsbalans om. Tegen die tijd zien mannen hun opties in de liefde toenemen, terwijl die van vrouwen snel afnemen. Onder druk van hun biologische klok beginnen vrouwen dan serieus werk te maken van het vinden van een partner om hun kinderwens te effectueren en zich te settelen, maar dat is minder gemakkelijk dan in hun jongere jaren.

Spermafourneerder
Soms zullen pogingen stuklopen op latente wraakgevoelens: mannen van rond de dertig kunnen zich te goed voelen om ineens als spermafourneerder en toekomstig huisvader op te moeten draven voor vrouwen die hen vroeger niet zagen staan. Met als gevolg in  Amerika een verdriedubbeling sinds 1980 van het aantal valreepmoeders die besluiten om dan maar zonder man een kind te krijgen en op te voeden. Ook in Nederland neemt dit aantal toe. Astrid Theunissen, ervaringsdeskundige op het gebied van mannen die geen kind willen, schreef er een boek over: Slappe zakken. Mannen blijven jarenlang in de zandbak zitten en als ze er eindelijk uitkomen, hebben ze nog steeds de tijd om rustig om zich heen te kijken. Je zou ze door elkaar willen rammelen en toeroepen om eens volwassen te worden, maar in een cultuur waar vrouwen zo goed in staat zijn hun eigen
boontjes te doppen, dreigt regelrechte overbodigheid.

Er is geen duidelijke consensus over wat het betekent om man te zijn en welk gedrag daarbij past. Dus jonge mannen rommelen maar wat aan. Tot ze de geest krijgen en opbloeien. Het komt vanzelf in orde. Het script ‘partner vinden, voortplanting, settelen’ is niet verdwenen, alleen naar later in het leven verschoven. Uiteindelijk ontgroeien mannen het jongetjesstadium, omdat ze zich beginnen te vervelen, en stomen vervolgens ongehinderd door naar de topfuncties die vrouwen bewust of onbewust vacant laten.

Dit verhaal verscheen eerder in HP/De Tijd van 15 april 2011


  • Maarten

    Het leven als experiment maakt spelen fundamenteel.

    Meisjes van twaalf zeggen goeie dingen. Meisjes van dertien niet meer.

  • Petra

    Leuk artikel! Onderstaand artikel kwam ik eerder tegen op http://www.24woman.nl.
    Ook zeker de moeite waard om te lezen. http://www.24woman.nl/vooroordelen/