De campagne van Romney is een leugen

we-did-build-that

De commentatoren Mike Konczal en Jonathan Chait schreven goede blogs over de You didn’t build that-speech van President Obama. Deze speech is door rechts expres verkeerd begrepen. Vervolgens zijn de conservatieven er de afgelopen dagen steeds mee aan de haal gegaan. Maar Konczal en Chait misten nog een paar dingen.

Ten eerste hebben ze allebei hun schouders opgehaald over het feit dat dagenlang het centrale thema van de Romneycampagne berust heeft op een doodordinaire leugen.

Ik weet wel dat gezeur over oneerlijkheid begint te vervelen, maar laten we toch even stilstaan bij wat hier gebeurt. Ik geloof niet dat het eerder in de Amerikaanse politiek is voorgekomen dat een presidentiële campagne, die ook nog een goede kans heeft om te winnen, uitsluitend gebaseerd is op een cynische verdraaiing van wat de zittende president heeft gezegd.

Want: nee, Obama heeft niet gezegd dat hij zich schaamt voor Amerika en nee, hij heeft niet minachtend gedaan over de prestaties van mensen. Als je die claims weghaalt zijn de woorden van Mitt Romney alleen maar holle retoriek.

Daarnaast wil ik ook duidelijk maken dat je niet moet denken dat conservatieven maar één heldere reden hebben voor hun politieke keuze. Hun redenering is als een ui, met laag op laag, elke keer dat je er een wegpelt blijkt er een andere onder te zitten.

Neem bijvoorbeeld iemand als Paul Ryan, de Republikeinse voorzitter van het House Budget Committee. Hij zegt om te beginnen dat hij het overheidstekort drastisch wil beperken. Maar als je doorvraagt waarom hij dan voor grote belastingvoordelen is, dan zal hij overgaan op het argument dat een grote overheid (in tegenstelling tot een overheid-waar-je-geen-cent-voor-hoeft-te-betalen) het echte probleem vormt.

Vraag door en er blijkt nog een andere claim onder te liggen: de rijken belasten om sociale verzekeringen te kunnen betalen is amoreel, mensen hebben het recht om zelf al het geld te houden dat ze verdienen. Daarom mag je niet beweren dat zelfs plutocraten een sociale plicht hebben: dat is vloeken in de kerk.

Deze ui-structuur is de reden waarom je redelijk klinkende conservatieven niet kunt geloven als ze zeggen dat ‘ook zij heus niet geloven’ dat welvarende mensen geen plicht tegenover de gemeenschap hebben. Dat geloven ze wel degelijk – maar dat geloof zit vaak verborgen onder een paar lagen aannemelijk klinkende excuses.

Ik heb nog een paar opmerkingen over de zogenaamde tegenstelling naar aanleiding van Obama’s speech.

Ten eerste: de onafhankelijke zakenman in het campagnefilmpje van Romney had wel degelijk baat gehad bij grote leningen van de overheid en regeringscontracten. Dat maakt hem geen slechterik, maar zijn ontkenning is wel slecht. Het zeg ook wel wat over de Romney-campagne, dat de strategen tegen een president die al drieënhalf jaar aan de macht is, geen andere aanvalsstrategie kunnen bedenken dan een leugenachtige.

Nog even iets heel anders: Matt Yglesias, commentator bij Slate, maakte kort geleden een prominent libertair belachelijk. Peter Thiel heeft het contrast bestudeerd tussen de snelle vooruitgang in de informatietechnologie en de minder snelle vooruitgang in de materiële wereld en geeft de schuld hiervan aan de overheid.

Tijdens een debat georganiseerd door het tijdschrift Fortune zei hij: ‘Ik denk dat we de materiële wereld tot de illegaliteit hebben veroordeeld en alleen maar ontwikkelingen toestaan in de digitale wereld. Daarom hebben we ook zoveel vooruitgang op het gebied van computers en financiën geboekt.’

Ik heb niet zo’n behoefte om Thiel al te belachelijk te maken: hij wijst op een fenomeen dat ik ook veel zie. Als je kijkt naar de voorspellingen die futuristen 40 of 50 jaar geleden deden, zie je dat ze de ontwikkelingen in IT (behalve dan als het gaat om kunstmatige intelligentie) enigszins hebben onderschat, maar de ontwikkelingen in de materiële wereld gigantisch hebben overschat. Hadden we niet al lang onderwatersteden moeten hebben, commerciële ruimtevluchten en vliegende auto’s?

Maar het is gek om daar de overheid de schuld van te geven. Technologische vooruitgang gaat nu eenmaal niet gelijkmatig, om redenen die niets met politiek te maken hebben. Soms doen we een technologische vondst waar we tientallen jaren mee vooruit kunnen, zoals het gebruik van fotolithografie, soms gebeurt dat tijdenlang niet.

Kijk eens naar de productiviteit in de twee industrieën die in deze grafiek zijn weergegeven; de data komen van het Bureau of Labor Statistics.

Is er iemand die denkt dat het contrast wijst op staatsonderdrukking van de levensmiddelenindustrie? Of zou de verklaring eerder liggen in het feit dat er gewoon nog geen technologische ontdekking is gedaan die het een persoon mogelijk maakt om tien klanten tegelijk te bedienen?

Dat is allemaal leuk en aardig, maar ik wil mijn vliegende auto nog wel voor ik te oud ben om te rijden.


Reacties zijn gesloten.