Voetballer in de verkoop

theo janssen (foto anp)

Wat kun je ons vertellen over alle geruchten rond jouw persoon? Je zou persoonlijk al rond zijn.

“Ik heb het ook gelezen, maar ik weet niets meer dan jij. Officieel heb ik van niemand niets gehoord. Geïnteresseerde clubs moeten zich bij de voorzitter melden. Dan kan er eventueel gepraat worden. Het is niet zo dat ik de hele dag naast de telefoon zit, hoor.”

Je maakte een ongeïnspireerde indruk op het veld net.

“Je weet dat je met druk te maken hebt. Je weet dat er allerlei dingetjes spelen, dan heeft dat invloed op je spel.”

Kun jij garanderen dat je na 31 augustus nog bij deze club speelt?

“Dat kun je in de voetballerij nooit zeggen. Garanties bestaan niet.”

Je zou nu kunnen zeggen: ik blijf bij deze club.

“Dat zou niet slim zijn. Alles wat vandaag zó is, kan morgen zó zijn. Hoef ik jou niet te vertellen, denk ik. Zo is deze wereld.”

Dus jij hebt niet met geïnteresseerden gesproken?

“Niet direct in elk geval.”

Hoe spreek je indirect met iemand?

“Via iemand anders.”

Is dat gebeurd?

“Dat heb je mij niet horen zeggen.”

Je zaakwaarnemer heeft gedreigd met een kort geding als je niet weg mag.

“Alleen als de situatie blijft zoals-ie is.”

Hoe is de situatie dan?

“De club weigert mee te werken aan een transfer, terwijl er sprake is van een duidelijke sportieve en financiële verbetering. Dat is inhumaan, volgens mijn zaakwaarnemer.”

Je zaakwaarnemer sprak zelfs over ‘moderne slavernij’.

“Dat zijn dan zijn woorden.”

Er is dus al over bedragen gesproken?

“Mogelijk.”

Miljoenen?

“Ik vraag jou toch ook niet hoeveel je verdient?”

Heb je er vertrouwen in dat de clubs er uitkomen?

“Dat heb je niet in de hand. Ik weet ook alleen maar wat ik in de krant lees. En in de krant staat dat er een verschil tussen vraag en aanbod zit.”

Je club vraagt vijftien miljoen.

“Veel te veel, zegt mijn zaakwaarnemer.”

Je bent minder waard?

“Het gaat niet om wat ik waard ben, maar om marktwerking. Zegt mijn zaakwaarnemer.”

Begrijp ik nou dat je koste wat kost weg wil?

“Nee, hoor. Ik heb het hartstikke goed naar mijn zin hier, maar als er een club komt uit het rijtje… nou ja, uit een rijtje, dan wil iedere sporter natuurlijk hogerop, dat lijkt me alleen maar goed. Mijn zaakwaarnemer zegt ook: je bent er klaar voor.”

Ben je uitgeleerd hier?

“Je bent natuurlijk nooit helemaal uitgeleerd, als voetballer. Je moet er iedere dag weer staan op die training, iedere dag stappen maken. Maar wat ik wél merk, is dat steeds meer op routine gaat. De motivatie mag niet minder worden, dat is funest. Ik wil naar mijn plafond, en mijn plafond ligt niet hier, met alle respect. Volgens mijn zaakwaarnemer heb ik weerstand nodig. Ik denk dat hij daar gelijk in heeft.”

De club wil je graag behouden.

“Dat zou ik ook willen als ik de club was.”

En je contract loopt nog vier jaar door.

“En dat heb ik met mijn volle verstand getekend.”

Dus blijven zou geen straf zijn?

“Nee, ik heb het enorm naar mijn zin hier, maar nogmaals, je bent als voetballer voortdurend op zoek naar nieuwe prikkels. Zonder nieuwe prikkels maak je geen stappen. Vraag maar aan mijn zaakwaarnemer.”

Dus als het aan jou ligt moeten ze hier nu razendsnel op zoek naar een vervanger.

“Het ligt niet aan mij. En ik juich het toe als er hier een goede speler bij komt. Concurrentie maakt iedereen sterker. Mijn zaakwaarnemer heeft nog wel een jongen in zijn stal die hier prima zou passen, denk ik. Ik hou van deze club, ik wil het hier graag zo goed mogelijk achterlaten.”

Is het niet vleiend dat je club je zo graag wil behouden? Kennelijk ben je belangrijk.

“Natuurlijk is dat mooi, maar je moet naar het totaalplaatje kijken. Ik heb me altijd volledig ingezet voor de club, al die maanden lang. En dan verwacht je wat terug, een stukje medewerking, een stukje menselijkheid ook. Dat ontbreekt dan, dan wordt het allemaal opeens erg zakelijk en dat steekt.”

Als je vertrekt, waar vertrek je dan heen?

“Er zijn veel mooie clubs in veel mooie competities. Belangrijk is dat ik me kan blijven ontwikkelen als voetballer.”

En die cursus Spaans die je volgt…?

“Da’s voor de vakantie. Ik zocht al lang iets om naast het voetbal te doen.”

Je zaakwaarnemer was gisteren in Madrid.

“Is dat zo?”

Hij is gezien.

“Dat zijn jouw woorden.”

Met wie praat jij nou veel over deze lastige situatie? Zijn er vertrouwenspersonen, mensen bij wie jij je veilig voelt?

“Mijn vader natuurlijk. En mijn zaakwaarnemer. Maar dat is dezelfde man, dus dat is handig.”

Speel jij hier volgende week nog?

“In principe weet ik van niets.”

Maar: geen garantie? Geen zekerheid?

“Garantie krijg je alleen op je telefoontje. Niets is nooit niet zeker.”

 


Reacties zijn gesloten.