Een leven van poep, plas en pornoborsten

Foto: ANP

De eerste weken na de geboorte van je kind zijn een soort twilight zone. Een schemergebied tussen een oud en een nieuw leven waarin tijd niet bestaat, de wereldproblematiek naar de achtergrond verdwijnt en alles draait om poep, plas en borsten.

Het is maar goed dat ik met mijn hoofdredacteur heb afgesproken alleen te schrijven over /baby’s. Een ander onderwerp kan ik op dit moment toch niet bevatten. Het was al onwerkelijk dat je zomaar een mensje had gemaakt, en dan moet je er, als hij er eenmaal uit is, nog voor zorgen ook. Uit het niets. En aangezien een mensenbaby qua verstandelijke vermogens stiefmoederlijk is bedeeld – een apenbaby is vlak na zijn geboorte in cognitief opzicht net zover als een mensenbaby van 21 maanden las ik in een boek van ontwikkelingspsycholoog Steven Pont – is dat geen sinecure.

Minimensje
Heeft hij geplast? Hoe vaak heeft hij gepoept? Drinkt hij goed? Hoe was de nacht? Heeft ie het warm? (Dit zijn niet de allerprettigste temperaturen voor pasgeboren baby’s, geloof me) Wat is zijn gewicht? Hoe was de nacht? Het zijn de enige vragen waar ik me de afgelopen dagen mee bezig heb gehouden. De kraamverzorgster, de verloskundige, maar ook alle bezoek is uitsluitend geïnteresseerd in de lichamelijke functies van mijn zoon. En ikzelf natuurlijk ook, want de eerste dagen zijn van het allergrootste belang en de vrees dat er iets niet goed bij hem gaat en ik dat mis, is groot. Zo’n minimensje van drie kilo lijkt zó kwetsbaar.

Het enige andere onderwerp dat ook nog wel eens ter tafel komt, is het lijf van moeder. Daarop zijn dan dezelfde vragen van toepassing. Heb je ontlast? (Want bij volwassenen heet het opeens ontlasting) Heb je pijnloos geplast? (Nee! Nog steeds niet!) Hoe voelen je borsten? Heb je gehuild? (Dat over die kraamtranen is geen fabeltje…) Hoe gaat het met de hechtingen? Heb je al over anticonceptie nagedacht? Enzovoort.

Pornoborsten
Al deze vragen beantwoord je braaf. Tijdens de bevalling heb je immers alle decorum al laten vallen, dus waarom nu nog moeilijk doen. Je lijf is gewoon even niet van jou. Het is een babyfabriek. Daar moet je je bij neerleggen. Wanneer je bijvoorbeeld samen met de kraamverzorgster via een handspiegel je toegetakelde onderkantje ligt te bewonderen, kun je je niet voorstellen dat je ooit zelfs maar weer aan seks durft te denken. Ondanks de pornoborsten die door de melkstuwing zijn ontstaan, en juist het tegendeel doen vermoeden. Maar, sorry schat, ook die zijn voor de baby.

Die focus op het lichaam is even wennen. Vooral als dat lichaam normaal als vanzelfsprekend functioneert, en zo niet, dat je dat dan direct kunt beïnvloeden. Zo gaat dat immers in onze maatschappij.

Bij een baby is dat anders. Die kan niet zéggen wat er mis is. Je moet zijn lichaamstaal leren kennen om hem te kunnen troosten. Dat vinden wij, rationele wezens die gewend zijn om de hele dag met hun hoofd bezig te zijn, moeilijk. Mijn verloskundige merkte al vermoeid op hoe ze midden in de nacht legio hoogopgeleide dertigers aan de lijn krijgt met allerlei angstige vragen over of het wel goed gaat met hun baby, omdat hij huilt.

De Marokkaanse moeders bellen haar nooit. Die doen gewoon maar wat met die poep, plas en borsten. En leggen zich erbij neer dat baby’s soms ook gewoon huilen.

————————

Volg HP/De Tijd ook op Twitter!

 


Reacties zijn gesloten.