Wat doe je met je medische bagage?

Van de week ben ik een dag invalide geweest.

Dat zit zo. We hadden met mijn broer en schoonzus afgesproken samen naar de Floriade bij Venlo te gaan. Zij kennen daar goed de weg, zodat we, heel luxe, een privérondleiding over het uitgestrekte terrein van de wereldtuinbouwtentoonstelling zouden krijgen. Per rolstoel, opperden ze, want van die 66 hectare zouden mijn lastige longen al snel overvraagd raken.

Dat zag ik ook wel voor me, maar een rolstoel vond ik lastig: je wordt er zo gehandicapt van. Maar ja, te voet zou ik die afstanden niet kunnen afleggen, zodat ik in feite geen keus had. Bij de fraaie Innovatoren op de Floriade stond het gereserveerde hulpmiddel al gratis en voor niemendal voor me klaar. Onhandig nam ik plaats, als met een vingerknip veranderd in een invalide.

In de blikken van de eerste mensen die me passeerden meende ik vragen te lezen: wat zou dat type mankeren, zou hij verlamd zijn of tijdelijk niet kunnen lopen? Multiple sclerose? Ongeluk? Al gauw realiseerde ik me dat natuurlijk niemand met zulke vragen rondloopt. Sommige mensen huppen als hindes, anderen sjokken, deze en gene trekt met een been, en zo zijn er ook types met rolstoelen: daar vind je niks van, dat noteer je alleen maar.

Na een poosje vond ik er zelf ook niks meer van. De gêne van de eerste minuten maakte plaats voor het plezier dat ik op deze manier toch maar mooi een anders ondoenlijke tentoonstelling tot me kon nemen. En het had ook iets moois dat mijn oudere broer zich over me ontfermde, zoals hij mijn karretje maar voortduwde langs perken, bermen, bomen, plantsoenen kunstwerken, gebouwen, waterpartijen, groenten, bloemen, kleuren, geuren en vormen.

Nu ik dit zo opschrijf, pas achteraf, bekruipt me toch nog een zeker ongemak over die invalidendag. Mijn longziekte heeft me een heuse handicap opgeleverd en me slecht ter been gemaakt, dat heeft die Floriadedag me nog eens ingewreven. Niet meer kunnen wat ik kon is een besef dat stukje bij beetje binnenkomt en tijd nodig heeft om een rustige plek te vinden. Tot dan schuurt en gloeit het soms en vonken er vloeken in het rond.

Meestal duurt dat kleine oproer niet lang. Vandaag maar één alinea. Het wordt alweer stiller. Het probleem van daarnet verkleurt tot gedoe dat er nu eenmaal bij is gaan horen. Medische bagage.

Alles went, zeggen ze, en ik denk dat het klopt. Als het afwijkende maar aanhoudt, wordt het op den duur de nieuwe werkelijkheid.

________________
Volg HP/De Tijd ook op Twitter!