100 meter sprint voor gedesoriënteerde politici

Donderdag moeten we weer opzitten. Lijsttrekkersdebat bij Knevel en Van den Brink. Het wordt het derde waar ik naar kijk in een kleine week. En ik heb er nu al bijna genoeg van. Wat gek is, want ik beschouw me als een politieke junkie. Al zijn de dagen dat ik elke zin die in Den Haag gesproken werd binnenstebuiten keerde ook wel voorbij. Maar als ik echt even doordenk, merk ik ook dat het niet zozeer is dat er genoeg van heb. Maar dat ik deze vorm van politiek vermaak vermoeiend begin te vinden.

Ik kan niet voor u spreken, want u kijkt in groten getale naar de debatten en dus haalt u er misschien iets heel anders uit dan ik. Daarom zal ik gewoon vertellen wat mij dwars zit en dan mag u bij uzelf nagaan of u dat ook hebt.

Wat me dus tegenstaat aan mijn eigen gedrag voor de buis:

– Dat ik direct op zoek ga naar een winnaar en natuurlijk nog meer naar de verliezers.

– Dat ik speur naar grote missers en ook kleine foutjes bij elke kandidaat die aan het woord is.

– Dat ik daartoe ook de gezichtsuitdrukkingen van de kandidaten bestudeer (zenuwachtig getrek van mondhoeken, zweet op het voorhoofd); dat ik kijk of ze wel goed en stevig de hand van de gesprekspartner schudden en zelfs probeer achter de camera te gluren: grijpt er iemand naar zijn kruis? Je weet dat het eeuwig herhaald zal worden.

– Dat ik me laat afleiden door ja-schudders, nee-knikkers, joelers en klappers op de tribune en altijd tegelijk het hele publiek probeer te scannen op gekken die een flesje of erger zouden kunnen gooien.

– Dat ik presentatoren en -trices probeer te betrappen op vooringenomenheid (niet zo moeilijk), infantiele vragen (heel makkelijk) en andere uitglijders (zoveel).

Dat alles, heb ik de afgelopen debatten gemerkt, waarvan ik niet zeker weet maar wel vermoed dat u er zich ook aan bezondigt, dat alles vertroebelt het luisteren naar de inhoud. En natuurlijk ligt dat niet alleen aan mij en aan u, de kijkers. Ook politici hebben al lang geleden afscheid genomen van het debat als inhoudelijke strijd van argumenteren. Zij zijn meer gefocust op de stropdas, het mondhoektrekken, de zwetende hand, het rietje in het fantaflesje, het niet naar hun kruis grijpen. Meer op het niet maken van fouten dan het voor de bühne brengen van de boodschap. Ze schudden ontregelend nee, of knikken uitbundig ja, alleen om hun tegenstander uit het lood te krijgen. Soms liegen ze gewoon, zoals Mark Rutte afgelopen zondag tegen Emile Roemer deed over de ziektekosten, en Geert Wilders tegen Mark Rutte over het Catshuisakkoord.

En dat alles, (liegen, nee-schudden en ja-knikken, Fanta-drinken met een rietje) lijkt belangrijker geworden dan een eenvoudige uitwisseling van argumenten en andere inhoudelijkheden. Waar deze debatten feitelijk de Olympische Spelen voor politici hadden moeten zijn, verworden ze tot Monty Pythons honderd meter voor gedesoriënteerden (zie de video hieronder), met ons als juichend publiek op de tribune. We lijken inmiddels meer uit op leedvermaak dan leer-vermaak. Want dan hebben we iets om over te lachen, te schrijven en te praten bij de koffieautomaat.

Kan het anders? Ja natuurlijk. Ik hoorde vanmorgen op de radio Geert Wilders geïnterviewd worden. En alhoewel ik een schijthekel heb aan de politicus Wilders (niet aan de mens, die ken ik, daar heb ik zelfs medelijden mee), was ik redelijk mild gestemd aan het eind van het niet onaardige gesprek dat de twee Radio-1 interviewers met hem hadden. Hij mocht een paar keer uitpraten, hij schreeuwde ook niet (goed zo Geert, je kunt het wel) en een paar keer betrapte ik me erop dat ik bijna ging geloven in argumenten die hij naar voren bracht.

Ik weet dat Wilders daar niet voldoende werd tegengesproken. Dat ik wellicht zijn valse argumenten kon doorschouwen, maar een minder geïnformeerde luisteraar niet. Maar het had zoveel meer beschaving dan wat ik de afgelopen week op televisie bij debatten tussen de lijsttrekkers heb zien langskomen.

Zou dat niet wat zijn: dat de NOS in plaats van te investeren in debatten intelligente gesprekken met elke lijsttrekker op YouTube zet. En dat we dan in beeld hun valse argumenten door een deskundige, onpartijdige jury laten ontkrachten. ‘Beste kijker, hier liegt meneer Rutte, want zijn partij is wel degelijk voor verhoging van de eigen bijdrage.’

Enzovoort.

Wedden dat het een hit wordt. Want u en ik, wij willen echt wel op basis van verstandige argumenten en partijprogramma’s op 12 september onze keus maken.