Hé, opgefokte dertigers, ik heb het Niets gevonden

zwangere vrouw luiert in de tuin (foto anp)

Ik heb haar gevonden: de heilige graal van alle dertigers. En het mooie is dat ik niet wist dat ik er naar op weg was. Sterker: ik was de afgelopen weken en maanden eerder de andere kant op aan het gaan. Zorgen over werk, de toekomst, de wereld, nog maar weer eens over werk.

Maar hier zit ik nu: totaal ontstresst. Zen. Ik ben geworden wat mijn man mij al een paar weken noemt: een kleine Boeddha.

Nee, het zal misschien niet lang meer duren. Dat weet ik. Want straks komt er een kleine baby op de wereld die alles in het honderd gooit. En me misschien wel nooit meer dit gevoel zal gunnen. Maar het is er nu toch maar. En ik ben het aan het koesteren.

Ik hoef niks nuttigs te doen. Echt niks. Dit is anders dan vakantie of een dagje ziek zijn. Dit zijn de dagen aan het eind van al een paar weken waarin ik steeds minder ging doen. Eerst nog werk, toen nog wát werk, toen alleen nog wat praktische dingen. Nu ben ik afgekickt. De babykamer is af en mijn voeten en vingers zijn te opgezwollen om nog echt iets te doen. Rust is goed. Goed voor de baby, goed voor mij. Het wordt druk genoeg straks, vanaf de eerste wee tot aan haar afstuderen. Dus hoef ik nu even niks.

En dat is een uitzonderlijke situatie. Alles moet immers altijd nut hebben. Twee of drie weken vakantie zijn nooit genoeg om die calvinistische/fatalistische/neurotische/solisistische trekjes van mij en heel veel generatiegenoten weg te nemen. Ik ken geen eind twintiger/begin dertiger die het wél zomaar kan, een dag voorbij laten gaan zonder dat je iets doet wat op enige manier nuttig is (Pauline Bijster schreef er hier over). We willen vooruit, we zijn streng voor onszelf, hebben banen en kinderen of willen banen en kinderen, we willen gezien worden. De onrust zit diep. Zieke vriendinnen klagen zodra de veertig graden koorts is gezakt dat ze eigenlijk hun mail weer eens moeten checken. Eentje brak onlangs haar kaak op twee plekken maar kreeg het na een dag of tien al weer op haar heupen; zou ze niet eigenlijk naar haar werk moeten? Ze kon toch fietsen. Niet eten en praten, maar ja, wel fietsen. Rustig beter worden voelde verkeerd.

Dan is er nog het Facebook/Twitter-bewustzijn dat meedraait wanneer we proberen te ontspannen. Vakantiefoto’s staan leuk op je timeline; kijk mij eens ontspannen. Geeft een avond onder de sterren volledige voldoening als je weet dat je het aan niemand mag vertellen? We willen wel, maar het gaat zo moeilijk. En ach, een beetje onrust is natuurlijk uitstekend: het drijft je voort, houdt je wakker.

Lezen lijdt vaak onder dit strenge regime. Een boek lezen moet iets van nut hebben. Inzicht bieden in je carrière, in de maatschappij, in je eigen psyche. Of het moet nut hebben om de tijd door te komen; wachtend, in de trein, voor het slapen gaan. Nu ik dingen mag doen die geen nut hebben, ben ik boeken gaan pakken die ik altijd al wilde lezen. Een oud kinderboek, soms de krant of de New Yorker, andere keren de Donald Duck. Niet om er iets mee op te schieten en niet omdat ik het van iemand moet doen, gewoon zomaar. Leuk man. Al járen had ik het gevoel dat ik Grapes of Wrath van John Steinbeck wilde lezen. Die dust bowl intrigeert. Nu staat de man in elke krant omdat Geert Mak in zijn voetsporen heeft rondgereisd. Verrek, dacht ik, Steinbeck, eigenlijk zou ik best wat willen lezen. En toen kwam de realisatie: Het kan! Zomaar, uren! En we hadden het in huis ook. Ik heb de tijd en het boek en nu ik die twee heb samengebracht, geniet ik van elke bladzijde. Niet elke klassieker bevalt iedereen, maar deze vind ik echt heel erg goed.

Als ik duf wordt van het lezen (zwangerschapsding en ach, er is geen haast), kijk ik een aflevering van The Borgias. Nooit aan toe gekomen, dacht al wel dat het wat voor mij zou zijn. Kostuumdrama, intrige, Jeremy Irons als doortrapte paus. Geheel zinloos om te zien. De enige les die je er uit trekt, is dat je elke tegenstander zo snel mogelijk uit de weg moet ruimen, het liefst met gif. En zo kabbelen mijn dagen voorbij. Rome 1490, Californië 1930. Dan komen er vrienden langs, voor wie ik ontzettend veel tijd heb. Er wacht geen tweede afspraak, mijn hoofd is leeg en ik wil happig weten hoe het met ze gaat. Volle, moeiteloze concentratie, ook zo’n unicum.

Wachtend op een kleine Godot die nog echt komt ook. Wachten, lezen, kijken, kletsen, slapen, eten. En weten dat zodra ze geboren is, het leven nooit meer hetzelfde zal zijn.


  • Nelis Lau

    Niets is belangrijker dan rust. Niet slapen, rust. Op zijn tijd. Maar die laatste zin impliceert in je calvinistische brein, dat die tijd er eigenlijk nooit is. Alleen het eind van je eerste zwangerschap. En het wordt nooit meer zo, al niet bij de tweede, daar zal de eerste baby je wel aan helpen herinneren. En ook als ze zijn afgestudeerd. Dat houdt niet op. Wat wel gek is, dat het idee van eens in de 7 dagen rust, of eens in de 7 jaar de akker niet uitputten, is losgelaten. Het lukte mij ook niet hoor, maar de laatste 10 jaar van mijn werkzame leven had ik er iets op gevonden. Een half uur per dag – overdag ! – meestal als de rest al naar huis was – expliciet niets doen. NIETS. Alleen denken. Niet suffen of mediteren, denken. Wat er in je kop op komt. Op de werkplek. Achter het buro. Deur dicht. Geen papier geen aantekeningen. Telefoon en PC uit. Brengt rust en orde en geluk. En het genereert endorfines. Geniet er van! Dat is wat kinderen zo waarderen in opaas en omaas…..maar waarom zou je wachten tot je oma bent?