Wilders, Samsom, een dode vis en de liefde

Ze hadden zich allemaal goed voorbereid op het debat van dinsdagavond. Ze hadden een paar woorden ingestudeerd. Een paar moest genoeg zijn, één of twee, veel meer zouden de mensen thuis toch niet onthouden.

Zoals het Pechtold af en toe lukte ergens in een zin het woord ‘onderwijs’ heel mooi en nadrukkelijk uit te spreken, zo probeerde Rutte dat met ‘banen’. Het liefst een paar keer achter elkaar: ‘banen, banen, banen’. Wellicht is het een idee het de volgende keer vijf keer te herhalen. ‘Banen, banen, banen, banen, banen.’ Rutte had ook iets gezegd wat een beetje opmerkelijk was, over Griekenland. Hopelijk werd het niet verkeerd opgevat. Echt twijfelen deed hij niet. In ieder geval zou het hem een belangrijke plek geven en wat meer foto’s in de nieuwsberichten van de volgende ochtend.

Roemer haalde zoals hij zich had voorgenomen een paar zielige, arme mensen uit zijn achterzak en Wilders was blij dat hij nog eens ‘Grieken’ kon zeggen. En hij maakte grappen. Hij had gehoord dat zijn grappen het goed deden. Bovendien moesten de andere lijsttrekkers dan om hem lachen, het voelde een beetje als broederschap. Wilders vond het fijn zo. Samsom had voor de gelegenheid niet zijn bruine of rode maar donkerblauwe stropdas aangetrokken. Die was nieuw, zijn vrouw had gezegd dat deze mooi stond bij zijn blauwe ogen. Hij had iets ingestudeerd over ‘socialer en sterker’. Mompel, mompel. Sap probeerde het met het woord ‘duurzaam’, toen het bijvoorbeeld over de AOW-leeftijd ging. Ze had haar haar opgestoken; hoewel ze liever niet naar de kritiek over haar kleding en kapsel had geluisterd, had het haar toch geraakt. Waarom, had ze zich afgevraagd, moet uitgerekend mijn stijl zo worden afgekraakt terwijl de mannen er veel saaier uitzien? Het was het lot van de vrouw, zeker.

Het duurde lang deze keer, maar rond middernacht hadden ze hun plicht gedaan. Ondertussen, wisten ze, twitterden duizenden mensen over wat ze van de lijsttrekkers vonden. Wat ze niet wisten was dat een aanzienlijk aantal tweets ging over journaliste Petra Grijzen, of: ‘rode jurk’. Na het debat zouden sommige enthousiastelingen nog een tijdje door twitteren. Anderen vielen in slaap op de bank. Politieke verslaggevers begonnen aan het typen van hun stukjes voor de volgende morgen. Er zouden nieuwe peilingen komen waar de lijsttrekkers goed of slecht uit zouden komen, en dan zou het weer opnieuw beginnen. En opnieuw.

Ergens anders in een huis klonk het gehuil van een pasgeboren baby. Zij had honger, of tenminste één of ander onprettig ondefinieerbaar gevoel in haar buikje, en lichte heimwee naar de plek waar ze was voordat ze was geboren.

Twee mensen zaten op het terras langs het IJ terwijl het schemerde en vrachtschepen geruisloos langs voeren. De vrouw van het stel vroeg zich af of ze over twintig jaar nog wel eens op zo’n mooie nazomeravond op zo’n terras zou zitten, of dat alles dan anders was. Omdat ze het een beetje een treurige gedachte vond, probeerde ze het weer weg te stoppen. Beter kon ze van het moment genieten, proberen tenminste. Soms is ‘genieten’ zo lastig met al die gedachten erom heen. Haar man vroeg zich af waarom de boten zo langzaam voeren, alsof ze alle tijd van de wereld hadden om die ondergaande zon te bereiken.

In een van de boten zat een man achter het stuurwiel, een vrouw achter hem op de bank. Vermoedelijk verveelde de vrouw zich een beetje. Maar ze was het gewend.

In een andere stad zochten twee pasverliefden elkaar op. Ze hadden afgesproken nog niet de liefde te bedrijven totdat ze allebei zeker wisten dat ze een relatie met elkaar wilden, ook al deed die afspraak wat ouderwets aan. Ze zoenden en praatten en lachten en kronkelden om elkaar heen. Ze kleedden elkaar uit, wetende dat ze zich straks onverrichterzake weer moesten aankleden. De spanning zoemde bijna hoorbaar door de lucht. Zou het moment echt komen, dat ze ervoor zouden durven kiezen? Voor liefde kiezen doe je niet zomaar.

Op hetzelfde moment besloot een man zich aan te sluiten bij de hongerstaking uit protest tegen het feit dat er niets wordt gedaan aan Syrië, door de rest van de wereld. De pijn was te groot, de onmacht die hij voelde was niet meer in woorden uit te drukken. Hoe hij zou kunnen helpen wist hij niet meer, daarom stopte hij met eten. Er zat niets anders op, dacht hij. De wereld moest worden wakkergeschud.

Een oudere heer liep met zijn hond langs de vijver. Er dreef een dode vis in.