Baby Bron: cc Flickr | by Siam Eye
233 seconden leestijd

Over het raadsel van borstvoeding

We weten tegenwoordig bijna alles van het menselijk lichaam, maar als het om borstvoeding gaat liggen de adviezen mijlenver uiteen. Geef je er een per keer of beter toch twee? Bied je ze op verzoek aan of mag je best wat regelmaat aanbrengen? En bestaat er zoiets als ‘achtermelk’?

“Grote onzin,” meent mijn kraamverzorgster, “dat gedoe over voor-en achtermelk. Misschien zitten er wel verschillende soorten melk in je borsten, maar dat mengt gewoon.” Hoe lang ik mijn baby laat drinken aan iedere borst maakt volgens haar niet uit; als hij maar genoeg binnen krijgt. Ze is nog bezig met het afronden van haar opleiding dus ik ga er maar vanuit dat dit de meest recente inzichten zijn. Andere ‘deskundigen’ zijn het echter niet met haar eens.

Magisch moment
De kinderarts bijvoorbeeld, iets ouder maar ook nog niet langer dan tien jaar geleden afgestudeerd, denkt er heel anders over: “Ik weet niet beter dan dat er wel degelijk verschil bestaat, en dat de baby eerst door de voormelk heen moet, voordat hij bij de achtermelk komt. Die is vetter. Maar wetenschappelijke artikelen om dat te staven heb ik niet.” Het borstvoedingsboekje dat het consultatiebureau verstrekt, is het met hem eens. Maar bij borstvoedingsorganisatie La Leche League schrijven ze weer dat het niks uitmaakt; er is geen magisch moment waarop de relatief magere voormelk over gaat in vette achtermelk.

Dan het ‘voeden op verzoek’ oftewel: u huilt, wij draaien de melkkraan open. In borstvoedingsland tegenwoordig sterk geadviseerd. Het klinkt ook heel logisch, maar het is wel het tegenovergestelde van hoe het bij oma ging. Die kreeg vroeger de baby om de vier uur in haar handen gedrukt door de zuster. Baby aan de borst, halfuurtje voeden, en voor de rest van de dag verdween de wurm weer met zijn soortgenootjes naar de ‘babykamer’.

Zeker voor pasgeborenen werkt dat laatste slecht. De melkproductie moet immers nog op gang komen en de kleine baby moet goed leren drinken en genoeg voedingsstoffen binnen krijgen. Dat gebeurt alleen als hij vaak drinkt, soms wel zo’n twaalf keer per dag. Daarover is iedereen het inmiddels wel eens.

Rust, reinheid en regelmaat
Maar hoelang blijf je het ‘voeden op verzoek’ volhouden? De borstvoedingsorganisaties zijn voor ‘zo lang mogelijk’. Het liefst een half jaar. Je moet de baby helemaal zelf laten bepalen wanneer hij eet. En als je een keer in de supermarkt loopt of naar een lunchafspraak moet en de baby wil eten? Dan heb je gewoon pech en moet je je naar huis spoeden.

Is dat haalbaar? Van collegamoeders hoor ik dat ze na zes weken zo uitgeput zijn van het elke twee uur voeden (dag en nacht) dat ze overwegen (deels) te stoppen met borstvoeding. Een ongewenst effect, lijkt me. Bovendien blijven de baby’s op deze manier hun baarmoederritme van ’s nachts wakker/overdag slapen langer behouden. Geen pretje voor de ouders, zeker niet op lange termijn.

Anti-ritmekamp
Dat hebben meer mensen zich gerealiseerd, want ook op dit punt zijn de adviezen tegenstrijdig: een boek dat ik momenteel lees pleit voor het aloude rust, reinheid en regelmaat in de vorm van een ritme dat de ouders zelf bepalen. Vanaf dag 1.

Ik ben er na vier weken te pas en te onpas voeden maar eens mee aan de slag gegaan en het lijkt redelijk te werken. Vannacht werd de kleine vreetmachine bijvoorbeeld maar één keer wakker voor een voeding. Dit omdat hij nu overdag genoeg binnen krijgt. Een hele vooruitgang mag ik wel zeggen. Het anti-ritmekamp dreigt nu echter met een verlaagde melkproductie en een ondervoede baby. Maar na vier weken denk ik dat hij robuust genoeg is om vier uur zonder voeding te kunnen.

Inmiddels begrijp ik ook dat niemand weet hoe de combinatie baby/borsten precies werkt en dat elke baby anders wil drinken. Ik probeer het dus gewoon. En zolang mijn kind vierhonderd gram per week aan blijft komen, is hier thuis iedereen in ieder geval tevreden.

————————
Volg HP/De Tijd ook op Twitter!


karengeurtsen

Karen zoekt antwoorden. Het liefst bij de bron. Voor de vraag hoe de PVV werkelijk in elkaar stak, ging zij namens HP/De Tijd zelfs undercover, wat resulteerde in een dagboek vol sappige details en een nominatie voor de Mercurs (2010). Na haar studies Europees Beleid (MA) en Journalistiek & Nieuwe Media (MA) stortte Karen zich op de onderzoeksjournalistiek. Tegenwoordig schrijft ze ook analyses. Een echt specialisme heeft ze bewust niet. Journalistiek is immers habituele oppervlakkigheid (Simon Carmiggelt, 1913-1987).

Lees ook
Meer artikelen