Er gebeurde iets magisch in het stemhokje

stemmen-verkiezingen-tweede-kamer-stemhokje

Een vreemde sensatie overviel mij woensdagochtend toen ik om acht uur het bejaardencentrum betrad om mijn stem uit te brengen.

Misschien kwam het door de aanblik van al die grijze kupkes, ondanks het vroege uur reeds volledig opgedirkt, die iedere bezoeker vriendelijk toeknikten. De hoeveelste verkiezing was dit in hun leven? Zij hadden de oorlog nog meegemaakt, al was het waarschijnlijk als kind, maar in elk geval behoorden zij tot de generatie die het verwoeste land na de oorlog heeft opgebouwd.

Ik liet me registreren en de voorzitter van het stembureau, een gedistingeerde heer, type rector van een scholengemeenschap, vertelde dat de opkomst tot nu toe nog nooit zo hoog was geweest, en hij kon het weten want hij deed dit al bijna twintig jaar.

Ik liep naar het hokje, opende het gordijn en nog voor ik het stembiljet openvouwde zag ik ineens de televisiebeelden voor me uit 1994, toen de bevrijde Zuid-Afrikanen voor het eerst in hun leven naar de stembus mochten. Dagen waren ze onderweg, dagen stonden ze in de rij om tenslotte hun stem te geven. Hoe konden vrienden, buren en zelfs collega’s zeggen dat ze niet gingen stemmen, omdat het toch niet uitmaakte of je door de kat of door de hond wordt gebeten? Ze konden het niet menen, het was stoerdoenerij.

Ik opende het biljet en struinde zomaar wat in de lijst van de PvdA, waar ik moest grinniken om de naam van lijstduwer Maarten van Rossem. Bij de VVD vond ik de naam van Ard van der Steur, en ik dacht aan ons genoeglijke gesprek laatst voor het maandblad van HP/De Tijd. Daarop bewoog mijn hand in de richting van D66, van Pechtold, maar plotseling leek de beweging te verkrampen.

Mijn hand trok naar de naam van Sybrand van Haersma Buma, de nummer 1 van het CDA….

O jee, raakte ik alsnog bevangen door twijfel? En ik had me nog zo voorgenomen om het rondje achter de naam van mijn keuze in een keer en zonder dralen rood te kleuren – zo zou het velen stemgerechtigden vergaan, bedacht ik. Volgens Maurice de Hond beslist veertig procent pas op het allerlaatste moment, in het stemhokje.

Ik haalde diep adem, probeerde even aan helemaal niets te denken en wachtte, ja, waar waar wachtte ik op? Op inspiratie, op een ingeving? Achter me hoorde ik rumoer, kennelijk van andere stemmers die mijn gedraal misschien wel te lang vonden duren. Maar ik drukte het weg, klemde het potlood vast en daarop trok mijn hand naar de naam van Sybrand van Haersma Buma, de nummer 1 van het CDA.

Het CDA, dat stond toch voor degelijkheid en betrouwbaarheid, hoorde ik mijn overleden vader in een soort echo in het stemhokje zeggen. Die droegen altijd regeringsverantwoordelijkheid, zelfs met de PVV, die waren in elke coalitie nodig, zoals Samsom en Rutte dat in deze campagne zelf ook hadden toegegeven, die stonden voor aloude waarden.

En de stompe punt van het potlood drukte op het papier en deed zijn werk.

Beduusd verliet ik het stemhokje, groette mompelend de rector en zag toen weer de grijze kupkes, nog steeds zeer goed gemutst. Een klein kaal mannetje dat wel wat weg had van mijn vader, stak zijn duim omhoog.


Reacties zijn gesloten.