Een vaste plaats in huis voorkomt ruzie

Een vaste plaats in huis voorkomt ruzie

De schrijfsters van het HP/De Tijd-babyblog hebben allebei hun baby gekregen. Leuk! Gefeliciteerd! In dezelfde periode dat de dames aan een niewe levensfase begonnen, sloot ik dat tijdperk af. Vorige week ging mijn jongste kind het huis uit om een zelfstandig studentenleven op kamers te leiden. Nu zijn mijn man en ik alleen thuis met de poes.

Lege-nestsyndroom? Nee hoor. Zo ver wonen de kinderen niet en ze komen vaak genoeg
langs om even mee te eten of vanwege andere besognes in de buurt. Ik ben zeker niet blij dat ze weg zijn, maar aan het hoofdstuk opvoeding is nu echt wel een eind gekomen en dat geeft me het voldane gevoel van slagen voor het eindexamen of afstuderen. Zo, dat is in ieder geval gelukt.

Bij de afsluiting van een tijdperk hoort een terugblik al dan niet gedrenkt in nostalgie. Van
serieuze fouten in de opvoeding ben ik me niet bewust – het is ook meer aan de afnemers van een opvoeding om dat te beoordelen dan aan de verstrekkers – maar van één ding heb ik nooit spijt gehad: vaste plaatsen.

Bij elk kind dat erbij komt neemt het lawaai exponentieel toe

Wij hadden (hebben) een gezin met drie kinderen. Als ik terugkijk op hun jonge jaren, herinner ik me vooral veel lawaai. Het is ongelooflijk hoe rustig het tegenwoordig in huis is. Bij elk kind dat erbij komt neemt het lawaai exponentieel toe. Het is geen kwestie van optellen, maar van verdubbelen en nog een keer verdubbelen. Veel van dat lawaai is normaal kindergedreutel en gezellig spelen, maar een niet onaanzienlijk deel is ruzie: schreeuwen, huilen, vechten. En natuurlijk altijd over iets volstrekt kinderachtigs, nou ja, dat kun je kinderen niet kwalijk nemen. Buiten gedroegen de kinderen zich rustig en beschaafd (werd mij althans verzekerd), maar thuis speelden zich vele clashes af die op topvolume werden afgedraaid.

Broertjes en zusjes kunnen over de belachelijkste dingen ruzie krijgen. Stel dat ik niet vanaf het allereerste begin vaste plaatsen aan tafel of in de auto had ingesteld. Dat zou tot nog meer onverkwikkelijke kinderruzies hebben geleid. Want zodra een kind iets begeerlijk vindt, kun je er donder op zeggen dat de ander het ook wil hebben. Zo simplistisch ligt het nu eenmaal met broer/zus rivaliteit. Met vaste plaatsen wordt in ieder geval één bron van conflicten buiten de deur gehouden.

Zelf heb ik nog een extra vaste plaats en wel in de huiskamer. Ik heb het met mijn man op
een accoordje gegooid: hij de ene hoek van de bank, ik de andere. Ik zal het niet ontkennen: mijn plaats is de beste, recht voor de tv, een tafeltje met mijn stapel boeken naast me plus een schemerlamp met de juiste lichtsterkte. Elders in de kamer kun je ook prima zitten. De bank is groot genoeg voor vier personen, er staan nog andere prettige leunstoelen, er zijn geen slechte zitplaatsen.

“Mijn man in de ene hoek van de bank, ik in de andere”

Maar mijn plaats is wel de fijnste en het allerfijnste is: hij is van mij. Zo lag het toen de
kinderen te klein waren om te protesteren en dat werd vanzelf verworven recht. Ik had voor
mijn eigen huis geen zin in een systeem van gelijke rechten en ‘wie het eerst komt, het eerst maalt’. Afgelopen zondagavond kwam ik de kamer binnen, waar de kinderen na het eten met elkaar zaten te geiten en te zappen (hun lawaai is alleszins draaglijk tegenwoordig). Ik hoef niet eens ‘Mag ik even?’ te zeggen, voordat degene die op mijn plaats zit doorschuift. Heerlijk! Ik kan het alle ouders aanraden.


Reacties zijn gesloten.