Being Manchester City

Van Bommel geel oranje

In de Volkskrant stond enkele weken geleden een artikel over een aanstaande statistiekenrevolutie in het voetbal. Reden: oliemiljardenclub Manchester City had kort daarvoor alle denkbare statistieken over het seizoen 2011/2012 op haar site gepubliceerd.

Schrijver Michiel de Hoog liet onder meer Gavin Fleig van City’s afdeling ‘Performance Analysis’ aan het woord. Fleig zei een culturele verandering in de manier waarop data worden geïnterpreteerd, geanalyseerd en verspreid teweeg te willen brengen.

Bij City zijn ze kennelijk een keer gezellig met z’n allen naar de bioscoop geweest, want wat Gavin Fleig wil, doet verdacht veel denken aan de ‘Moneyball’, waarin Brad Pitt de legendarische Bill James vertolkt, de statistiekenkeizer die het honkbal vanaf de jaren zeventig op een totaal ander niveau bracht.

Geen Honkbal
Maar voetbal is geen honkbal, voetbal is de sport die sinds de tijd van Beb Bakhuys onveranderd is gebleven, voetbal is de Frans Bauer onder de sporten: simpel en lekker gewoon gebleven.

Wat dat betreft is het niet onlogisch dat het juist Manchester City is dat de zaak eens van een andere kant beschouwt. Die club wordt sinds enkele jaren namelijk met gulle hand bestuurd door een consortium van schatrijke sjeiks, mannen die er misschien traditioneel uitzien maar in werkelijkheid laten tradities ze volkomen koud. Manchester City was bijvoorbeeld nog maar een paar jaar geleden een club waar de Nederlander Gerard Wiekens ongestoord voorstopper kon spelen, waar een tandeloze spits met een kater op zaterdag de ballen in het doel moest koppen en waar de koffiejuffrouw tegelijk penningmeester was.

City is inmiddels, ondanks een getikt spitsenduo, een Europese topclub.

Nu is Manchester City een voetbalbedrijf dat een experience verkoopt, een lifestyle uitdraagt, een product in de markt zet. Dat gebeurt door middel van een weinig originele of sympathieke methode – het met miljoenen verleiden van de sterspelers van de concurrentie – maar succesvol is het wel: City is inmiddels een Europese topclub, ondanks een getikt spitsenkoppel (Tévez en Balotelli), ondanks een niet geheel capabele coach en, vooral, ondanks de traditie.

Inmiddels houdt het niet meer op bij het opkopen van de beste spelers alléén. Moest ook wel: de eerste aankoop van de sjeiks, de Braziliaan Robinho, bakte er niets van in Manchester. Heimwee. Hij vertrok zonder iets te hebben bijgedragen. 32,5 miljoen olieponden om zeep.

Nu is er dus Gavin Fleig, die een team aanstuurt dat alle denkbare statistieken bijhoudt, analyseert en interpreteert, in wat het hart van de club moet worden. En Fleig is de analytische geest die dingen ziet die voor anderen onzichtbaar blijven. Manchester City is John Malkovich en Gavin Fleig de jongen die via een achterdeurtje in het hoofd van de club is gekropen en daar, als in een machinekamer, aan de knoppen zit.

In het Volkskrant-artikel stond nóg een opvallend detail: City hoopt, met het vrijgeven van deze statistieken, ook dat er overal ter wereld cijferfetisjisten op hun studeerkamers aan een hobbyanalyse beginnen en dat één van hen ooit Dat Ene verzint dat niemand anders ooit verzonnen heeft.

Het Grote Vlooien is al begonnen: De Hoog wijst onder meer op het Amerikaanse blog Soccer by the Numbers, waarop een Duits-Amerikaanse politicoloog in zijn vrije tijd het voetbal bestudeert als een wiskundige de Riemann Hypothese.

Op een dag zal er ergens ter wereld iemand de vergelijking oplossen en het voetbal voor altijd veranderen. Die iemand – misschien wordt het wel een groenteman uit Lima, een paperboy uit Chicago of een mondhygiëniste uit Dedemsvaart – zal dan de plaats van Gavin Fleig innemen en alles waar wij allemaal altijd in geloofd hebben met één nietsontziende tackle onderuit maaien.
De Nobelprijs voor de Wiskunde is niet ver weg meer. Met dank aan Robinho.

PS
Gistermiddag kreeg Mark van Bommel in de vijfde competitiewedstrijd zijn vijfde gele kaart. Toen hij daarover door een verslaggever van de NOS werd ondervraagd, weigerde hij iedere vraag daarover te beantwoorden. Dit treurige pingpongen werd opgeschort door de journalist, die dan in godsnaam maar een ander onderwerp aansneed.
Ik begrijp Van Bommel wel. Dit blijft voor eeuwig in zijn statistieken. Gavin Fleig ziet alles.


Reacties zijn gesloten.