De onuitroeibare komtgoedzegger

adriaan van bassie zegt dat het wel goed komt (foto anp)

Ik deed het laatst ook. Met een kennis zorgelijk het weer bespreken – zou met het kelderen van de temperaturen de zomer nu echt afgelopen zijn? – en afronden met de montere bezwering: ‘Komt goed!’ Het was eruit voordat ik er erg in had. Sorry, mensen.

Om de haverklap hoor je het. Ze vragen hoe het met je gaat, je antwoordt prima-alleen-wat-moe-maar-ja-de-leeftijd, en daar klinkt: ‘Komt goed!’ Of je nog iets leuks gaat doen komend weekeinde, nou-misschien-zeilen-tenminste-als-het-weer-meewerkt, en ja hoor: ‘Komt goed!’ Is die ene collega nog steeds ziek thuis, ja-want-een-flinke-burnout-maar-er-lijkt-sprake-van-enige-verbetering, en daar zijn we weer: ‘Komt goed!’

We zullen het er maar op houden dat hier sprake zal zijn van de beste bedoelingen. De komtgoedzegger is solidair, hoopt dat ons ongemak van tijdelijke aard zal zijn en wenst ons met zijn quasivoorspelling toe dat alles weer helemaal voor de bakker komt. Alleen: door zo’n vlotte heilsbelofte bij de geringste aanleiding te gebruiken, inflateert de mooie bedoeling snel tot een leeg cliché.

Toegegeven: een conversatie kan niet goed zonder clichés. Het gebruik van overbekende woorden en uitdrukkingen bespaart energie die gebruikt kan worden om treffende termen te vinden op momenten dat het er echt toe doet. Bijvoorbeeld als een gesprekspartner zijn twijfels of onzekerheid kenbaar maakt. Dan is het zaak een secure reactie te formuleren in plaats van het gesprek te beëindigen met een derdehands stoplap zoals ‘Komt goed!’

We moeten bedenken dat het meestal helemaal niet goed komt. Grote kans dat het rillerig en nat wordt, dat er niks valt te zeilen, dat onze vermoeidheid alleen maar vaker toeslaat en dat we de opgebrande collega nooit meer terugzien. In die zin doet de komtgoedzegger geen recht aan onze zorgen en suggereert hij met zijn achteloze opmerking dat we niet zo moeten zeuren of overdrijven.

De eikel. Een oppervlakkige, ongeïnteresseerde vlerk is-ie, de komtgoedzegger. Wat denkt hij wel? Dat we ons met een kluitje in het riet laten sturen? We hebben ‘m wel door, met zijn snelle praatjes. Denkt in twee woorden van een kwestie af te zijn, de fluim. Dus voortaan bijten we terug: ‘Komt goed? Kom zelf eens lekker goed man!’

Maar waarschijnlijk is het onuitroeibaar, net als het stopwoord absoluut. Er bestaat al een café in Rosmalen dat Komt Goed heet, een boek van Louise Hay ‘met 365 affirmaties en prachtige illustraties’, een kliniek voor orthopedisch-manuele therapie (‘Komt goed! staat voor onze merkfilosofie: uw klachten en pijn zijn bij ons in vertrouwde en deskundige handen’), een evenementenbureau en een web & app-ontwikkelaar.

Het komt nooit meer goed.


  • joris

    heel herkenbaar. En goed verwoord. Mensen willen gewoon wat zeggen, dus zeggen ze komt goed. Maar ze maken zich er gemakkelijk van af, denken niet serieus na over wat ze zeggen. Ook is het een onderschatting van het feit dat dingen regelamtig gewoon niet goed komen.