Leven operatie market garden (foto anp)
210 seconden leestijd

Een verschrikkelijke liefde voor oorlog

Ik heb iets met oorlog. Met de Tweede Wereldoorlog wel te verstaan. Nog preciezer: de slag om Arnhem, die maandag exact 68 jaar geleden begon: de enige, echte veldslag die in die oorlog op Nederlands grondgebied plaatsvond.

Waarschijnlijk komt mijn belangstelling door de verhalen van mijn ouders, die de oorlog weliswaar niet in Arnhem maar in Amsterdam hebben meegemaakt. Zelf ben ik opgegroeid in Brabant, waar ook het nodige is gebeurd, maar Arnhem heeft mij altijd meer aangetrokken. Helemaal na een wandeling, inmiddels vele jaren geleden, in de buurt van Oosterbeek door een bos waarvan ik wist dat daar de strijd tussen de Duitsers en Engelse parachutisten was gestreden.

Terwijl ik daar liep, voelde het alsof ik me midden in het strijdgewoel bevond. Ik stelde me voor hoe de schoten klonken, hoe de echo’s nagalmden. Ik raakte de dikste bomen aan, want die moesten erbij zijn geweest. Ik raapte aarde en rook eraan, alsof ik iets zou registreren wat met de slag te maken kon hebben. Vlak voor de wandeling had ik in een brochure gelezen dat tweehonderd Engelse soldaten als vermist zijn opgegeven. Hun stoffelijke resten moesten ergens in dit bos liggen, en ergens hoopte ik vurig dat ik een skelet zou vinden of desnoods een schoen, een kompas, een mes of een pistool.

Ik probeerde me voor te stellen hoe bang de jongens waren die hier vochten. Hoe was het hier ‘s nachts? Ik las later dat de Duitse sluipschutters ‘s ochtends bij het eerste licht aanvielen en de Tommy’s verrasten in hun schuttersputjes terwijl ze nog sliepen of uitrustten.

De sensatie van die eerste keer op het voormalige slagveld heb ik in de loop van de jaren verinnerlijkt, zou je kunnen zeggen. Ik heb zelfs een boekje geschreven over mijn ervaringen tijdens een nachtelijk verblijf diep verscholen in het bos, zittend in een zelf gegraven schuttersputje.

Ieder jaar ga ik met de mei- of herfstvakantie naar hotel De Buunderkamp in Wolfheze, vlakbij Oosterbeek en Arnhem, en eigenlijk altijd met de bedoeling me te laven aan de slag. Het prachtige museum Hartenstein in Oosterbeek ken ik intussen op mijn duimpje. Als ik ooit nog eens vermogend word, koop ik in Oosterbeek, in de omgeving waar de Engelse parachutisten landden en de strijd een aanvang nam, een pied à terre en slijt ik mijn dagen als amateur-archeoloog, wandelend door de bossen met een metaaldetector in de hand.

Sommigen, en wonderlijk genoeg meestal vrouwen, vinden mij passie voor de slag om Arnhem, en voor oorlogen in het algemeen, vreemd. Een tikje morbide zelfs. Maar de beroemde historicus Johan Huizinga omschreef het verschijnsel eens als ‘historische sensatie’, en daarin herken ik mijzelf beter. Op bepaalde plekken in de wereld, waar iets gewichtigs is gebeurd, ontkom je er niet aan de geschiedenis even aan te willen raken. Niet meer dan dat. En het gevoel dat je bekruipt als je denkt daadwerkelijk even teruggeschoten te worden in de tijd, is zo apart en overweldigend dat het gewoon naar meer smaakt.

Er zijn meer plekken op de wereld die iets met mij doen: Omaha Beach in Normandië en de Book Deposit Store in Dallas van waaruit J.F. Kennedy op 22 november 1963 werd doodgeschoten, maar vandaag houd ik het op Arnhem. En al is de slag lang geleden, er verschijnen nog steeds boeken over. De meest recente zijn verschenen bij uitgeverij Boekerij en heten Arnhem, de strijd om te overleven en Robert Urquhart – Generaal van Arnhem. Bij Aspekt is De Slag om de Ginkelse Heide van Carel Verhoef herdrukt.

Wat is uw favoriete plek uit de geschiedenis? Laat het ons weten!


Frans van Deijl

Frans vervolgde de enige echte opleiding in Utrecht. Ging aan de slag bij 'De gecombineerde', De Tijd en daarna HPdeTijd. Was tevens actief op de nationale televisie bij Karel van de Graaf en RTL Nieuws. Schreef ook voor Elsevier en Het Parool. Schrijft tevens wel eens een boekje.

Lees ook
Meer artikelen