Economie
347 seconden leestijd

Als Moszkowicz ongeschikt is, zijn ze dat allemaal

Vorige week was daar de tuchtrechtzaak van de deken van advocaten in Amsterdam, Germ Kemper, tegen Bram Moszkowicz. U heeft er vast wel iets van meegekregen. Volgens Kemper is Moszkowicz ongeschikt voor zijn beroep. Als dat zo is, althans om de redenen die Kemper daar voor aandraagt, dan zijn de meeste advocaten ongeschikt voor hun beroep. Het gekke is dat diezelfde redenen ze in de praktijk erg geschikt maken.

Want Germ Kemper neemt kennelijk aan dat de advocatuur een intrinsiek fatsoenlijke beroepsgroep is. Dat is maar hoe je er naar kijkt. Met nogal wat ervaring met procederen vind ik dat je er ook heel anders naar kunt kijken. Ik kijk dan vooral naar het business model en de handelsmoraal, want dat past bij de onderwerpen waar ik over schrijf.

Eerst maar even toegegeven: ik ben een autochtone Leienaar en in onze prachtstad hebben wij een fameuze rechtenfaculteit. Mijn huidige woning kocht ik daar zelfs van. Echte Leienaars noemen een rechtenstudie een cursus. Studenten met andere studierichtingen doen dat in Leiden overigens ook. Daarmee wil vooral gezegd zijn dat de lat om aan een rechtenstudie te beginnen bepaald niet het hoogst ligt van alle universitaire studies. Een rechtenstudie trekt ongetwijfeld, net als elke studie, ook idealisten aan. En een deel daarvan zal, net als in elk vakgebied, later heel goed of zelfs briljant blijken te zijn.

Maar als je aan een rechtenstudie begint en gaat voor de advocatuur – heel veel rechtenstudenten doen dat natuurlijk niet – is in principe je kostje op voorhand gekocht want, afgezien van zaken bij het kantongerecht is iemand die in Nederland zijn recht zoekt aangewezen op advocaten. Al is de zaak nog zo simpel, je mag het niet zelf doen.

Volgens Rechtspraak.nl zijn er twee miljoen rechtszaken per jaar. In veertig jaar is het aantal advocaten in Nederland verachtvoudigd tot ruim 16.000. Dat zijn dus 250 rechtszaken per advocaat per jaar, gemiddeld want elke zaak heeft een advocaat aan de kant van de eiser en gedaagde. Vijf per week, de man of vrouw. Veel juridische geschillen belanden nooit bij de rechter, ze worden door advocaten geschikt, al dan niet na gesprekken en een paar boze brieven. Een beetje advocaat handelt waarschijnlijk een paar honderd zaken per jaar af. De meeste heel simpel, dat geldt niet voor het tarief.

Als advocaat hoef je je hand maar op te steken en je hebt werk. Dat werk wordt vervolgens ook nog eens extreem goed betaald. Als je door idealisme of gebrek aan talent beperkt tot de zogenaamde toewijzingen – zoals bijvoorbeeld de grotendeels procedurele en administratieve asielzoekersprocedures – dan betaalt de staat daarvoor een uurtarief van ruim honderd euro. Je moet daarvoor wel advocaat zijn maar elke HAVO-scholier die de vakliteratuur bijhoudt zou dit soort zaken ook kunnen. En dat geldt voor heel veel zaken waarbij advocaten uurtarieven die de tweehonderd euro te boven gaan heel normaal zijn gaan vinden. Wat u daarvoor krijgt moet u maar afwachten, nergens is er een register waarop u kunt zien hoe goed uw advocaat is. Hoeveel van zijn zaken hij wint. En of hij voor u wint of verliest doet er niet toe, die rekening gaat u betalen.

U, als rechtzoekende, heeft nauwelijks keus. Het is bekend dat topadvocaten in hun vakgebied uurtarieven van duizend euro of meer hanteren. Daar heb ik geen moeite mee, zij krijgen de klanten en zaken die daar bij passen.

Wanneer word je advocaat?

Om te beginnen zijn er twee karaktereigenschappen in elk geval in beeld. Je wilt een zeer goede boterham verdienen. En je hebt een zekere manifestatiedrang want zo nodig moet je willen en kunnen pleiten in een rechtszaal. Denk aan Bram Moszkowicz, zijn manifestatiedrang is niet te missen. En hij wil goed verdienen.

Vervolgens werk je in een model – althans als het om het grote geld gaat – waarin je heel veel uren maakt op een groot kantoor terwijl de ‘maat’ of ‘ partner’ de echte winst opstrijkt. Je bent als klant immers op die naam afgekomen. Denk aan Bram Moszkowicz, hem wordt verweten dat hij andere advocaten van zijn kantoor de zaken laat doen die op zijn naam – en na zijn intake – zijn ingebracht. Maar dat is bij de grote kantoren van naam en faam de regel, niet de uitzondering.

Administratie is niet je grootste forte. Denk aan Bram Moszkowicz, hem wordt verweten dat dit op zijn kantoor aan de orde is. Hij verkeert in het goede gezelschap van nogal wat andere ondernemers. Je kunt er in Nederland zelfs minister van Financiën mee worden.

Je vraagt je klanten om forse voorschotten en bent onduidelijk over wat je daarvoor doet of hebt gedaan. Denk aan Bram Moszkowicz, hem treft dat verwijt. Uit eigen ervaring weet ik dat ook dit eerder norm dan uitzondering is in de advocatuur. En zeker als de advocaat niet zeker weet of de klant hem wel wil of kan betalen, ook als de zaak minder fortuinlijk eindigt. Voor een gewonnen zaak wordt nu eenmaal makkelijker betaald dan voor een verloren. Het vragen van een voorschot is heel normaal. En wie gewonnen heeft hoeft echt geen specificatie van de nota.

Tenslotte zou Moszkowicz veel meer zaken verliezen dan algemeen bekend is. Nou, als er jaarlijks twee miljoen rechtszaken in Nederland zijn, dan worden er, als ze allemaal worden uitgeprocedeerd, ook twee miljoen zaken per jaar verloren. Iedere zaak kent immers twee partijen. De een wint, de ander verliest.  Dat is gemiddeld twee en een halve verloren zaak. Per week. Per advocaat. Maar die rekeningen, die moeten wel allemaal betaald.

Over Dr. Doom
Dr. Doom is een pseudoniem. Als belegger is hij verantwoordelijk voor het beleggingsbeleid van Beleggingsvereniging Fibonacci. Op het moment van het schrijven van deze column heeft de vereniging posities in Ahold, Akzo Nobel, DSM, KPN, Shell en Unilever en is Neutraal in de AEX. De positie in de AEX is kortlopend en wisselt regelmatig. Die kan dus nu al anders zijn.

———
Volg HP/De Tijd ook op Twitter.


Dr. Doom

Dr. Doom is een pseudoniem. Als belegger is hij verantwoordelijk voor het beleggingsbeleid van Beleggingsvereniging Fibonacci.

Lees ook
Meer artikelen