Mijn baby maakt het vinexleven draaglijk

Mijn baby maakt het vinexleven draaglijk

“Hey, woon je niet bij mij in de straat?” Vraagt het meisje achter de kassa van de Zeeman. Ik zet mijn “waar heb je het over, ik ken hier niemand” blik op, maar neem hem weer terug, want ik ken haar toch. Ze zit vaak buiten haar voordeur te roken op een tuinbankje, net om de hoek van mijn huis. “Dan heb jij laatst een baby gekregen!” zegt ze vrolijk. Dat klopt, daarom reken ik ook twee extra-large mannen t-shirts af, in de hoop dat mijn net-bevallen buik daar niet onderuit komt.

Op weg naar huis spreekt een buurvrouw me aan. “We komen snel een keer kijken naar je dochter!” Leuk, zeg ik, en probeer haar te plaatsen. Welk huis, welke kinderen? Het is een absoluut wonder wat de geboorte van mijn baby gedaan heeft voor mijn contact met de buurt. Na twee jaar aan wederzijdse desinteresse, blijken alle vrouwen uit de straat moeders, en voor het eerst spreken we elkaar. Zij willen weten over de bevalling, over krampjes en slaappatroon, ik wil het graag vertellen.

Vinex haat
Minstens één keer per maand verzwelg ik in de vinex zelfmedelijden. O wee mij, hier in de marges van de wereld, ver van al mijn vrienden, daar waar op zondag alles dicht is, waar het beton geen sfeer heeft, waar de burgerlijkheid door de aangeharkte tuinen stroomt. O wee mij, verhuisd voor de liefde. Niet naar Buenos Aires, Moskou of de binnenlanden van een nog nader te bepalen Afrikaans land, zoals ik droomde als tiener. Nee, naar een buitenwijk van Gouda.

De opstandigheid tegen de doffe nieuwbouw van de wijk waar ik nu twee jaar woon, nestelde zich geïrriteerd tussen mij en de bewoners. Twee jaar lang kende ik mijn buren niet. Ik heb nooit mijn best gedaan en niemand vond dat erg. Buren die ik toevallig tegenkom, groet ik vriendelijk, ik ben facebookfriends met een buurmeisje, we nemen allemaal pakketjes van bol.com van elkaar aan. Dit is een uitermate vriendelijke buurt waar niemand de deur bij elkaar platloopt. Een toevallige plek om te wonen zonder enige binding.

Maar toen kwam de baby.

Kaartje
Op het geboortekaartje dat we door de brievenbus deden bij elk huis in de straat, kwamen ontzettend veel reacties. Al die onbekende inwoners van de grijze huizen, stuurden een kaart met lieve wensen en vrolijke opdrukken. Er kwam een vrouw langs met een kadootje, ze dronk koffie en vertelde over haar kinderen, ze bleek twee huizen verderop te wonen. De volgende dag kwamen er twee langs, moeders van bijna volwassen mannen, die het heerlijk vonden om een babymeisje te zien en mij overspoelden met advies. Hun kinderen zijn opgegroeid met mijn stiefkinderen, maar ons huis is het enige waar een tweede leg plaatsvindt. En dat lijken de buren gewoon leuk te vinden. Ze vragen de kinderen naar hun zusje, en ze kijken geamuseerd naar mijn man die er op hun leeftijd ‘s nachts weer uit moet.

Nu ik een baby heb, kom ik ineens in contact met de inwoners van de grijze huizen om me heen.

Mijn vinex zelfmedelijden komt vast terug. Keihard, want mét baby zal ik nog vaker thuis zijn dan ooit en mijn vrienden blijven ver weg, net als de levendigheid van de grote stad. Maar mijn blik is milder geworden wanneer ik door het raam naar buiten kijk. Tussen de burgerlijkheid huist veel vriendelijkheid en goodwill. Andere mensen die hun identiteit heus niet halen uit een aangeharkte tuin, maar gewoon ergens wonen en hun ding doen. Ik zie de wijk bovendien met de ogen van een moeder. De ruim opgezette vinex is voor een kind een goeie biotoop. Vol groene stukjes en slootjes en schommels, weinig auto’s, veel kinderen.

Als ik achter de kinderwagen loop, kijken de vrouwen uit de straat even onder de kap naar het slapende koppie van mn dochter. Hun kinderen steken hun hand op wanneer ze thuis komen van school. Het meisje van de Zeeman heeft aangeboden op te passen.


Reacties zijn gesloten.