Het dragelijk verdriet van Lombardije

wielrenner regen finish

Ook voor wie het hele jaar door binnenzit, de gordijnen dicht en de televisie uitsluitend ingeschakeld voor wielerkoersen, weet in welk jaargetijde zijn overzichtelijke leventje zich bevindt. Wielerjaren dobberen mee op de golven van de seizoenen. Met Milaan – San Remo begint de lente, de Tour de France is het officiële begin van de zomer en de Ronde van Lombardije luidt onherroepelijk de herfst in. Het begin van het einde.

Een jaar geleden was ik aanwezig op de première van Il Lombardia, een film over de Ronde van Lombardije, Makers Robert Jan van Noort en Johannes Sigmond (beter bekend als Blaudzun, groot zanger) bezochten jaar in, jaar uit de koers rond het Como-meer en iedere keer was er het besef van vergankelijkheid. Wéér een jaar voorbij, wéér nieuwe bladeren die dankzij de eerste inleidende herfststormen van de bomen wapperden en aan het van regen en een enkele traan vochtig geworden wegdek blijven kleven.

De film van Van Noort en Sigmond opende met een scène die me voor altijd bij zal blijven: het beeld van zomaar een hal van zomaar een huis in Nederland.
Een oudere heer met een bruinverbrand gezicht rommelt wat in zijn paraplubak.
Dan tilt hij het ding op, zet zijn leesbril op en bestudeert de bronzen bak nauwkeurig.
De oudere heer is Jo de Roo uit Zeeland, de paraplubak de trofee voor de winnaar van de Ronde van Lombardije 1962.

Verhaal
Dát beeld, dat vertelt het verhaal van Lombardije. Wie naar La Classica delle foglie morti kijkt, kijkt terug in de tijd. Wie Jo de Roo in Il Lombardia zijn zeges van seconde tot seconde hoort navertellen, alsof hij de bladzijden van een vergeeld draaiboek in zijn hoofd omslaat, bevindt zich zomaar opeens op de Muro di Sormano, 20 oktober 1962.

Lombardije stemt droef, zoals de herfst droef kan stemmen, een droefheid om je in te wentelen, een droefheid die bestaat omdat je weet dat hij tijdelijk is. Dragelijk verdriet, dat is de Ronde van Lombardije. Het is de blik van Jo de Roo, in wiens hoofd een speciaal kamertje is waar hij zich altijd terug kan trekken. In dat kamertje is het altijd 1962.Je gunt iedereen zo’n kamertje.

Zaterdag was het weer zover. Een nieuw einde, wéér.

Met bakken tegelijk komt het uit de hemel, de wind rukt aan het finishdoek en donder en bliksem maken een klein dansje in de hemel boven de aankomstplaats.
Vroeg in de koers, ergens op de flank van een berg, glijden wereldkampioen Philippe Gilbert en oud-wereldkampioen Alessandro Ballan onderuit. Gilbert, zijn regenboogtrui bevuild en bebloed als een oorlogstuniek, zijn fiets verwrongen als zijn gezicht, stapt gedesillusioneerd in de auto van de ploegleider. Ballan blijft op de weg achter, voor hem is geen plaats meer.
Zijn gezicht is besmeurd met modder.
Met zijn armen over elkaar hangt hij tegen een stenen muurtje.
Auto’s en renners razen voorbij.
Hij is geen wereldkampioen meer. Voor hem wordt al lang niet meer zomaar geremd.
De bezemwagen zal nog lang op zich laten wachten.
Als hij al komt.

Rodriguez won dit jaar bijna de Giro en de Vuelta.

Vele kilometers later blijkt Joaquin Rodriguez zich de sterkste. Niet alleen de beste van vandaag, maar de beste van een heel seizoen. De tv-verslaggevers denken terug aan mei, toen Rodriguez bijna de Ronde van Italië won, en aan een paar weken geleden, toen Rodriguez bijna de Ronde van Spanje won. En als ze toch bezig zijn, memoreren ze al die wedstrijden die Rodriguez niet bijna won, en ook niet helemaal. Honderden dagen, duizenden verhalen, allemaal zijn ze bijna ongemerkt voorbij gegleden, gedoemd om na vandaag nooit meer verteld te worden. En onderwijl blijft de regen nietsontziend vallen, de koplampen van de volgauto’s lichten de renners uit als hoofdrolspelers in een griezelfilm en langzaam valt de schemer in. In Lecco, in Lombardije en in het hoofd van eenieder voor wie de gedachte aan alles wat altijd maar voorbij gaat even te veel wordt.

Het was zaterdag een dag om je even terug te trekken in je eigen Jo de Roo-kamertje, behangen met herinneringen en vol van iets wat er niet meer is.

Je zou er haast melancholiek van worden. Gelukkig is er dan altijd Renaat Schotte van het Vlaamse Sporza, die de afsluiting van weer een wielerjaar afkondigde met de mededeling dat er hierna gekeken kon worden naar de eerste internationale veldrit van het seizoen.
Omdat alles altijd doorgaat.

———
Volg HP/De Tijd ook op Twitter.


  • Teun de Wit

    Heel mooi, dank je wel.