Laten we stoppen met het typeren van de bakfietsouder

WASSENAAR-KONINGSHUIS-FOTOSESSIE

Afgelopen weken vroegen toevallig twee verschillende mensen aan me: “Is dat nou handig, zo’n bakfiets?”.  Zachtjes vroegen ze het, alsof het net zo’n soort vraag was als: “Fake jij ook wel eens een orgasme?” – of iets anders waarvoor je je schaamt.

Deze twee mensen hebben kinderen, en willen graag een bakfiets, maar ze durven niet. Want ze willen niet zo’n ‘bakfietsmoeder’ of ‘bakfietsvader’ worden omdat je er ongevraagd het imago van hippe bobo, idealist, egotripper, grachtengordelouder of wat het dan ook is, bij krijgt. In ieder geval iets wat zij niet willen zijn. Een week ervoor zei mijn schoonzusje het: “Nee, wij hebben geen bakfiets. Dat kan écht niet meer.”

Bakfietsmoeders en –vaders worden al jaren beschreven in verhalen, het is een volk apart geworden. Ze worden bezongen: het is zogenaamd enorm ‘hip’ – of afgebrand: het zijn patserige showoffs die alleen maar in de weg rijden. De wereld is, sinds de Deense fiets opnieuw zijn intrede in Nederland deed zo’n tien jaar geleden, veranderd.

Amsterdam wordt door buitenlanders nog meer geassocieerd met bakfietsen dan met de hoeren of grachten. Er bestaan heuse kampen van vóór- en tegenstanders, niemand zit in het midden. Je háát het of je bent er zelf zo een. Blijkbaar is het imago zo vastgekleefd aan de fiets dat leuke, zichzelf respecterende mensen nu om die reden niet meer zo’n fiets kunnen aanschaffen ook al zouden ze het best willen.

Maar jezus, jongens, het is gewoon een fiets! Een fiets. Net zo goed als een racefiets een fiets is, een mountainbike of een verroeste stadsfiets. Echt niets meer of minder.

In het tijdschrift voor ouders J/M van oktober staat een verhaal over de beste en slechtste uitvindingen van de afgelopen vijftien jaar, de bakfiets staat vooraan het lijstje van de beste. Ook daarbij staat weer het woord ‘hip’, helaas. Houd toch op met dat hip, er is niets hips aan zo’n grote doos met wielen. En als er al ooit iets hips aan was, is dat allang verdwenen want heel veel mensen hebben het ding nu en als heel veel mensen iets hebben, is het niet meer hip.

Het is ook niet stom of patserig, aan de andere kant, om zo’n fiets te hebben. Dat kun je zeggen over de allernieuwste BMW eventueel, over een zeiljacht, niet over een fiets. De bakfiets neemt veel ruimte in op de weg ja, maar nog altijd minder ruimte dan de allerkleinste auto.

Ik heb er een. Niét om mee te showen, niet om hip te doen. Ik kocht hem toen mijn tweede kindje werd geboren, in plaats van een auto en gebruik hem al jaren bijna dagelijks. Voor het vervoeren van kinderen, boodschappen, buggy’s, vriendjes en vriendinnetjes van mijn kinderen, volle vuilniszakken, kratjes bier, schilderijen, een lamp van de rommelmarkt, een kamerplant, de kat als hij naar de dierenarts moet. Ik fiets ermee. En ja, ik vind het echt handig. Hoe ik eruit zie op dat ding, dat vraag ik me eigenlijk nooit af.

Ook als er geen kind of kamerplant in zit, fiets ik er trouwens wel eens mee. Omdat het ding me van de ene naar de andere plek in de stad kan brengen. Als ik ‘hip’ wil zijn verzin ik wel iets anders, als ik eruit wil zien alsof ik een huis op de Herengracht kan betalen of als ik eruit wil zien alsof ik me bewust ben van milieuproblemen verzin ik ook iets anders.

Mijn kinderen heten niét Wolf en Sterre, zoals in dit stuk in de Standaard staat, en het feit dat ik die fiets heb, heeft niets met engagement te maken of met een linkse of rechtse politieke voorkeur. Ik gebruik het ding zeg maar, ook al zal het misschien raar klinken, als: vervoersmiddel.

Laten we stoppen met het typeren van de bakfietsouder. We hebben het toch ook niet over zo’n typische Hema-omafietsstudent of zo’n vintageracefietshipster? Over dat batavusgrietje of over die mondaine beachcruiseryup? Of wat denkt u van het truttige citybikestelletje?

Nee, laten we stoppen met het typeren van de bakfiets(h)ouder en ook stoppen met het bang zijn om dat te worden. Alle vrienden en andere mensen met kinderen, honden, of wat je dan ook regelmatig vervoert: wees niet bang om ‘fout’ te zijn, het is maar een fiets. Koop zo’n ding met een bak als je het handig vindt. Of doe het niet.


  • Wim

    Met de bakfiets zelf is helemaal niets mis, Pauline. Het is het gedrag van de berijder (m/v) dat veel mensen parten speelt. Nog even los van de “hou-je-mond-want-mijn-kinderen-zijn-het-belangrijkste-op-de-wereld-houding” is hun verkeersdiscipline ronduit hufterig. Ze schuiven al bellend en wiebelend de bak met kinderen voor zich uit een voorrangsweg op, of beletten bij een stoplicht een hele rij auto’s het wegrijden door pontificaal in het midden van de weg te gaan staan – liefst ook bellend.

    In mijn smalle straat in de Jordaan bestonden het twee buren om hun bakfietsen naast elkaar op de stoep te parkeren, waarmee de stoep over de volle breedte geblokkeerd was. Briefjes met het vriendelijke verzoek dit na te laten sorteerden geen effect. Alleen met het bijna dagelijks leeg laten lopen van een band heb ik ze zover gekregen een stuk stoep ter breedte van een rollator begaanbaar te laten.

  • Leda

    Waarom moet er in HP/deTijd nou ook weer een foto van dat stel verwende iitkeringtrekkers staan? De hersenspoeling via de staatsomroep, de kranten, overige tijdschriften, straatnamen, schoolnamen, zelfs foto’s van de dame in kwestie als je je bloed gaat laten prikken in het ziekenhuis, is meer dan genoeg. Sterker, ik word er helemaal beroerd van zo langzamerhand om op Noord-Koreaanse manier dag in dag uit met die lui geconfronteerd te worden. Ik heb ze niet gekozen en vilgens mij heeft niemand ze gekozen. Hou er mee op om die foto’s te vertonen, zwijg ze dood, negeer dat stel s.v.p. De hoogste tijd voor een gekozen staatshoofd waarvan ik echt de kinderen, aangetrouwde hap,etc. niet hoef te kennen, laat staan hoef te onderhouden. Leve de Republiek!