Economie De rekenrente kan grote gevolgen hebben voor de pensioenen. Foto: ANP
176 seconden leestijd

Dan gaan we nu lekker veel risico nemen met uw pensioen

Eind september was er bij de pensioenfondsen – en bij de pensioengerechtigden van dit moment – reden voor een feestje. Het kabinet besloot in al zijn wijsheid dat de fondsen bij het berekenen van het benodigde kapitaal voortaan met een forse hogere rente mogen rekenen, oplopend tot wel 4,2 procent.

Het directe gevolg daarvan is dat er aanzienlijk minder gesneden hoeft te worden in de huidige uitkeringen en dat de premies niet of nauwelijks omhoog hoeven. Is dat niet mooi?

Eerst maar even terug naar het probleem. Heel lang was het zo dat pensioenfondsen mochten rekenen met een fictieve rekenrente van 4 procent. Die rentevoet werd gebruikt om te bepalen hoeveel geld er nu in kas moet zijn om in de toekomst onze pensioenen te kunnen uitkeren. Dat bedrag, nu in kas, heet de contante waarde en zeker op langere termijn kan zelfs maar één procent méér of minder enorm uitmaken.

Geen fictieve, maar werkelijke rente
Ik heb het even voor u uitgerekend. Stel dat u vandaag in uw eerste jaar van de komende veertig jaar zit waarin u en uw werkgever pensioenpremie gaat betalen. Stel dat die premie 5.000 euro per jaar betreft. Na veertig jaar is het verschil van het opgebouwde kapitaal maar liefst 32 procent als de rentevoet in plaats van 4 procent 3 procent bedraagt. Uw 5.000 euro is aangegroeid tot 24.005 euro bij 4 procent en maar tot 16.310 euro bij 3 procent. U kunt zich voorstellen wat er gebeurt als dat veertig jaar zo door gaat voor elk jaar dat u premie betaalt.

Op enig moment werd de bestaande praktijk door de wetgever losgelaten, voortaan moest er gerekend worden met de werkelijke rente. Het zal u niet ontgaan dat die rente, in elk geval op redelijk zekere beleggingen zoals staatsobligaties van ons eigen land en Duitsland, enorm is gedaald.

En daarmee ontstonden de dekkingstekorten. Kijkt u nog maar even naar het rekenvoorbeeld hierboven dat met 3 procent voor een pensioen nog heel optimistisch was.

Met die nieuw bepaalde rekenrente van 4,2 procent is de druk nu even van de ketel maar het volgende probleem dient zich aan.

Want die 4,2 procent rendement wordt in de praktijk door weinig pensioenfondsen gehaald. Met staatsleningen van ‘veilige’ landen kom je nog niet op de helft. Beleg je daarin, dan zul je dus andere beleggingen moeten vinden die méér dan 4,2 procent rendement bieden. Die zijn er maar het risico is navenant. Je kunt terecht bij meer risicovoller landen. Of bij bedrijfsobligaties. En bij aandelen.

Maar zolang pensioenfondsen niet ook speculeren op forse dalingen en daaraan verdienen, zie ik onze jongeren straks met een nóg groter probleem.

Over Dr. Doom
Dr. Doom is een pseudoniem. Als belegger is hij verantwoordelijk voor het beleggingsbeleid van Beleggingsvereniging Fibonacci. Op het moment van het schrijven van deze column heeft de vereniging posities in Ahold, Akzo Nobel, DSM, Heineken, KPN, Shell en Unilever en is (even) Long in de AEX. De positie in de AEX is kortlopend en wisselt regelmatig. Die kan dus nu al anders zijn.

———
Volg HP/De Tijd ook op Twitter.

 


Dr. Doom

Dr. Doom is een pseudoniem. Als belegger is hij verantwoordelijk voor het beleggingsbeleid van Beleggingsvereniging Fibonacci.

Lees ook
Meer artikelen