Dan gaan we nu lekker veel risico nemen met uw pensioen

De rekenrente kan grote gevolgen hebben voor de pensioenen. Foto: ANP

Eind september was er bij de pensioenfondsen – en bij de pensioengerechtigden van dit moment – reden voor een feestje. Het kabinet besloot in al zijn wijsheid dat de fondsen bij het berekenen van het benodigde kapitaal voortaan met een forse hogere rente mogen rekenen, oplopend tot wel 4,2 procent.

Het directe gevolg daarvan is dat er aanzienlijk minder gesneden hoeft te worden in de huidige uitkeringen en dat de premies niet of nauwelijks omhoog hoeven. Is dat niet mooi?

Eerst maar even terug naar het probleem. Heel lang was het zo dat pensioenfondsen mochten rekenen met een fictieve rekenrente van 4 procent. Die rentevoet werd gebruikt om te bepalen hoeveel geld er nu in kas moet zijn om in de toekomst onze pensioenen te kunnen uitkeren. Dat bedrag, nu in kas, heet de contante waarde en zeker op langere termijn kan zelfs maar één procent méér of minder enorm uitmaken.

Geen fictieve, maar werkelijke rente
Ik heb het even voor u uitgerekend. Stel dat u vandaag in uw eerste jaar van de komende veertig jaar zit waarin u en uw werkgever pensioenpremie gaat betalen. Stel dat die premie 5.000 euro per jaar betreft. Na veertig jaar is het verschil van het opgebouwde kapitaal maar liefst 32 procent als de rentevoet in plaats van 4 procent 3 procent bedraagt. Uw 5.000 euro is aangegroeid tot 24.005 euro bij 4 procent en maar tot 16.310 euro bij 3 procent. U kunt zich voorstellen wat er gebeurt als dat veertig jaar zo door gaat voor elk jaar dat u premie betaalt.

Op enig moment werd de bestaande praktijk door de wetgever losgelaten, voortaan moest er gerekend worden met de werkelijke rente. Het zal u niet ontgaan dat die rente, in elk geval op redelijk zekere beleggingen zoals staatsobligaties van ons eigen land en Duitsland, enorm is gedaald.

En daarmee ontstonden de dekkingstekorten. Kijkt u nog maar even naar het rekenvoorbeeld hierboven dat met 3 procent voor een pensioen nog heel optimistisch was.

Met die nieuw bepaalde rekenrente van 4,2 procent is de druk nu even van de ketel maar het volgende probleem dient zich aan.

Want die 4,2 procent rendement wordt in de praktijk door weinig pensioenfondsen gehaald. Met staatsleningen van ‘veilige’ landen kom je nog niet op de helft. Beleg je daarin, dan zul je dus andere beleggingen moeten vinden die méér dan 4,2 procent rendement bieden. Die zijn er maar het risico is navenant. Je kunt terecht bij meer risicovoller landen. Of bij bedrijfsobligaties. En bij aandelen.

Maar zolang pensioenfondsen niet ook speculeren op forse dalingen en daaraan verdienen, zie ik onze jongeren straks met een nóg groter probleem.

Over Dr. Doom
Dr. Doom is een pseudoniem. Als belegger is hij verantwoordelijk voor het beleggingsbeleid van Beleggingsvereniging Fibonacci. Op het moment van het schrijven van deze column heeft de vereniging posities in Ahold, Akzo Nobel, DSM, Heineken, KPN, Shell en Unilever en is (even) Long in de AEX. De positie in de AEX is kortlopend en wisselt regelmatig. Die kan dus nu al anders zijn.

———
Volg HP/De Tijd ook op Twitter.

 


  • gctwnl

    Die 4,2 precent wordt in de praktijk met gemak gehaald. Het langjarig rendement van ABP (groot en staat er op papier zwak voor) is 6%. Daar zit de crisis al in verwerkt (voor de huidige schuldencrisis was het zelfs langjarig 8%). Lees het jaarverslag van ABP er maar op na. Kortom, het gaat zelfs behoorlijk goed met de beleggingen.

    Er is helemaal geen dekkingstekort, er is een fictief dekkingstekort. Pensioenfondsen verzekeren zich vervolgens (via swaps, duur) tegen lage rentes die nauwelijks effect hebben op de opbrengsten (sterker nog, hoe lager de rentes, hoe meer de bestaande obligaties waard worden want die leveren immers meer op). De enigen die rijk worden van de huidige bangmakerij zijn de Goldman Sachsen van deze wereld die uiteindelijk aan die swaps verdienen.

  • M. de Jong

    Wat een nonsens. Over 20 jaar is er geen pensioengeld meer. Het is een pyramidespel / ponzifraude en de economische klap moet nog komen. Omdat men niet snapt wat fractioneel bankieren is en wat geld is. Geld = Schuld. De waarde van al het geld gaat verdampen door hyperinflatie in het komende decennium. Waarbij we zullen terugkeren naar goud en zilver als valuta. De aandelen zullen straks nauwelijks nog wat waard zijn. De intelligente mensen weten daar straks misschien van te profiteren tussen 2025 en 2030 door de juiste aandelen op te kopen van de bedrijven die de grote klap hebben overleeft. Al is het daarbij nog wel de vraag hoe we het peak oil tijdperk zien te beslechten. Immers olie wordt niet alleen gebruikt als brandstof, maar ook als grondstof van zo’n beetje alle producten die er worden gemaakt. Het grotendeel van het interieur van een auto bestaat bijvoorbeeld uit olie, van dashboard tot autoband. Fossiele brandstoffen zijn tevens essentieel voor het bewerken (smelten) van metalen.

    We leven in één grote bubbel van fictieve rijkdom. De waarde van de dollar en de euro gaan naar nul!