We vallen allemaal wel eens van de wereld

vallen(ANP)

Midden op het aankleedkussen, met alleen een verse luier aan, valt mijn kleine dochter in haar slaap van de wereld af. Ze ziet eruit zoals acteurs die in films van gebouwen vallen; ze maait met haar armpjes, trapt met haar benen, ze maakt zich breed en opent dan met een schok haar ogen. Blinde paniek. Het was weer zover, de wereld bleek groter dan haar lichaampje snapt. Het geschrokken huilen stopt pas als je haar oppakt en stevig vasthoudt. Stil maar, je valt niet echt, de wereld is alleen heel groot.

Mijn baby is net als Boezer de asielkat die ik vroeger had. Soms was er iets wat hem ontzettend bang maakte maar hij kon niet zeggen wat, water of kou of warmte, de tv, de bel, alleen zijn in een kamer. Boezer had nare dingen meegemaakt, hij wilde bij ons in bed liggen, onder het dekbed, daar was het veilig en klein.

Voor baby’s is de wereld soms angstaanjagend groot

Trauma
Maar mijn baby is geen asieldiertje met trauma’s van een vorige eigenaar, ze is nieuw, ik was er bij toen ze geboren werd. Ze is nieuw in de wereld en dat an sich lijkt genoeg om een klein beetje getraumatiseerd te zijn. Te schrikken van lawaai, of van licht, of van de sensatie dat je alleen op een aankleedkussen ligt waar je de randen niet van voelt. Het zou net zo goed een woestijn kunnen zijn, voor een baby, of het heelal.

Veel jonge baby’s hebben baat bij ingebakerd worden; ze slapen in een strak gevouwen doek die hun armen en benen lichtjes tegen hun lichaam drukt. Kleine mummies.

Het moet eeuwenlang de angst zijn geweest van zeemannen die de aarde verkenden ondanks de volkswetenschap dat ze eraf konden varen. Hele schepen vol met stinkende matrozen die ’s nachts wakker schrokken met flapperende armen en paniek in de ogen. Elk moment kon hun fregat de rand van de oceaan bereiken en van de pannenkoek afdonderen. Het gebeurde niet, maar er was niemand die ze optilde en vasthield om ze dat te vertellen.

Te grote wereld
Wij volwassenen kennen de valsensatie van de momenten vlak voordat we in slaap vallen. Maar de baby-angst voor de Grote Ruimte blijkt vooral als metafoor een gevoelige snaar te raken onder niet-baby’s. Mijn ouders gaven toe dat hun kleindochter het vast van hen had, dat zij de wereld immers ook veel te groot en te eng vinden. Een vriendin deed het denken aan het overrompelde gevoel van tijdgebrek waar ze ’s nachts soms mee wakker schiet. De landen die ze nog wil zien, de boeken die zich ongelezen opstapelen, de sites die ze elke dag wil lezen. Zo’n grote wereld.

Zelfs overdag lijkt ingeperkt worden een menselijke behoefte. Het immens populaire 50 shades of grey gaat erover, behoorlijk letterlijk. Het verlammende twintigersdilemma gaat erover; we kunnen het aan om te kiezen uit drie toekomstscenario’s, niet uit honderd. We blijven bij onze veel te dure zorgverzekeraar/internetprovider/energieleverancier omdat het fijn is je keuze te hebben gemaakt. Te veel ruimte leent zich simpelweg voor paniek.


  • GD

    De laatste twee alinea’s kunnen weg of moeten anders. De rest is groots en prachtig.