Ik ben wielrenner, dus ik ben een leugenaar

Geen paniek. Puur wielrennen bestaat echt: vrouwenwielrennen, twitterde ik gisteren. En toen kreeg ik toch een bak stront over me heen. Of ik dom was. Of naïef. Dat ik zelf natuurlijk ook zo’n leugenaar was, want alle wielrenners gebruiken doping, dus vrouwen ook. En dat ik heus niet moest denken dat iemand me geloofde als ik zei dat het niet zo was.

Ik werd door de heren sportjournalisten op twitter natuurlijk ook even fijntjes met de neus op de namen gedrukt van het handjevol vrouwen dat wél gepakt is wegens dopinggebruik. Alsof vijf individuen in pak ‘m beet tien jaar tijd in enige verhouding staan tot wat er nu in de mannenwereld naar buiten is gekomen over jarenlang gestructureerd en georganiseerd dopinggebruik. Dit, kreeg ik te horen, raakt het hele wielrennen. Dit moet ons vrouwen evenveel pijn doen als onze mannelijke collega’s. En anders hebben we geen hart voor onze sport, waagde iemand er ook nog aan toe te voegen.

De beerput die nu in het mannenwielrennen is open gegaan, straalt wél op de vrouwen af.

Verdrietig
Ik vind dit dopingschandaal erg verdrietig, als de volger, de kijker en de liefhebber die ik ook ben. Als vrouwelijke wielrenner word ik vooral boos. Boos dat nu het nieuws negatief is, wij ineens wél als volwaardige wielrenners beschouwd worden. Op alle andere dagen van het jaar zijn wij gekkies met tieten op de fiets. Aandoenlijke meisjes die hard trainen en atleten willen zijn, maar die je volstrekt niet serieus kunt nemen.

Zo reageren de heren sportjournalisten tenminste, als ik op datzelfde twitter eens wat over vrouwenwielrennen zeg. Vrouwenwielrennen, krijg ik dan terug, kom op, dat is toch liefhebberij? Professioneel mag je het zeker niet noemen, bij een profstatus komt veel meer kijken. Het echte wielrennen is het mannenwielrennen. Wij vrouwen moeten vooral niet denken daar ooit ook maar aan te kunnen tippen.

Het beste middel
Je zou bijna gaan hopen dat onze sport nog heel lang als inferieur wordt beschouwd. Dat is namelijk het beste middel tegen dopinggebruik. Zo lang wij vrouwen zo weinig aandacht krijgen dat grote sponsors niet geïnteresseerd zijn en we dus nauwelijks of niet genoeg verdienen om van te leven, kunnen we ons op het gebied van stimulerende middelen hooguit een kop koffie veroorloven.

Maar de beerput die nu in het mannenwielrennen is open gegaan, straalt wél op ons af. Niemand gelooft mij als ik zeg dat verreweg de meeste vrouwelijke rensters schoon zijn. Het stoort me mateloos dat degenen die het vrouwenwielrennen doorgaans maar een minderwaardige bezigheid vinden, ons bij dit dopingnieuws plotseling wél over één kam scheren met onze mannelijke collega’s. Waardoor het grote publiek de indruk krijgt dat het in het vrouwenpeloton net zo erg is als bij de mannen.

Want wie zal een sportvolger eerder geloven? Een journalist die zegt dat ook vrouwen doping gebruiken? Of een wielrenster die zegt dat dat niet zo is? Ik weet het inmiddels, na die bak stront van gisteren: het maakt niet uit wat ik zeg. Ik ben wielrenner, dus ik ben een leugenaar. Hartelijk bedankt, mannen.