De werkelijkheid van het wielrennen zit in de verhalen

Eerder schreef ik al eens over de spagaat waarin wielerjournalisten zich altijd bevinden. Of zij nu tot het schrijvende deel behoren of tot de afdeling RTV; zij dienen zich aan de feiten te houden. Daar zijn zij journalisten voor.

Het wielrennen echter kent geen feiten. De sport is als een zandkasteel dat gebouwd wordt op de vloedlijn: iedere keer als de golven van de werkelijkheid er stukjes van afhappen, bouwt men er gewoon weer een nieuwe toren aan vast. Een peloton met tweehonderd renners is een rijdend verhalenkabinet, iedere dag opnieuw. Soms wordt er een verhaal ontmaskerd als fictie, als een verhaal dus.

Geeft niet: er komen weer nieuwe verhalen voor in de plaats. Altijd.

Er bestaan wielerliefhebbers die een wedstrijd bekijken om te weten wie er die dag de beste, de sterkste, de snelste is. Zij verheugen zich op een faire krachtmeting met gelijke middelen, bestreden door eerlijke jongens of meisjes die slechts dromen van de eer de beste te zijn.

Toch kijkt het overgrote deel van de fans om een andere reden, een reden die zich buiten de grenzen van de feitelijkheid beweegt. Waar het werkelijk om gaat in wielrennen is het schaduwtoneel, de strijd die wordt uitgevochten in coulissen waar toeschouwers niet welkom zijn.

Wielrennen is een eindeloos theaterstuk. Bedacht, geschreven, geregisseerd en uitgevoerd door hen die zich in de inner circle van de sport mogen begeven. Níet door hen die erover berichten, zij zijn de boodschappers. Zoals de literatuurcriticus en de theaterrecensent beschrijven wielerjournalisten slechts wat zij zien, horen, voelen, ervaren of vinden. De totstandkoming van het eindproduct is iets wat niet aan hen getoond mag worden; dat zou de illusie in duizend stukken doen breken, er niets anders dan ontluistering en het besef van menselijke onvolkomenheden van overlaten.

Een verwarrend maar onmisbaar onderdeel van dat theaterstuk is de rol van de journalist zelf, die niet alleen in de zaal zit, maar tegelijkertijd op het podium staat, in een niet onverdienstelijke bijrol als afgevaardigde van de inquisitie. En ook van zijn eigen rol in het geheel, de rol van de bedrogene in het bedrog, de rol van Tom van Tom & Jerry, doet de wielerjournalist verslag. Veel vaker dan in welke andere tak van journalistiek reflecteert de wielerjournalist op zijn eigen rol. Af en toe behaalt hij een kleine overwinning, nu en dan lijkt hij de werkelijkheid op de hielen te zitten, en heel zelden wordt het gordijn voor het achtertoneel nietsontziend weggetrokken.

Wat zich daar bevindt?

Nieuwe verhalen. De wielerjournalist weet dat de ontmaskering van het verhaal een verhaal op zich is, dat wat nu gebroken is ooit het verhaal van herstel zal vereisen. Waarop weer een verhaal van de schijn van dat herstel zal volgen, of een over de onmacht het gebrokene daadwerkelijk te herstellen. De volledige werkelijkheid kán niet achterhaald worden, zál niet achterhaald worden. Niet door hen die zich aan de schijn van de feiten moeten houden.

De échte werkelijkheid van het wielrennen bevindt zich in de verhalen.