IK word de opvolger van Erwin Kroll

Het NOS Journaal zoekt een opvolger voor weerman Erwin Kroll. Hierbij een open sollicitatie van kandidaat Frans van Deijl.

Geachte hoofdredactie,

hierbij laat ik u weten zeer geïnteresseerd te zijn in de functie van weerman bij uw Journaal. Ik realiseer mij dat het moeilijk, zo niet onmogelijk zal zijn om uw zeer gewaardeerde collega Erwin Kroll te vervangen, maar ik denk toch dat ik een waardige opvolger van hem kan zijn.

Ik heb altijd iets met het weer gehad. Als jongen keek ik altijd naar de luchten, droomde ik weg bij de wolken waar ik graag op wilde lopen. Regenen kon het mij niet hard genoeg, en als het onweerde rende ik naar mijn zolderkamertje om vanuit het dakraam naar de bliksem te kijken.

Mijn eerste barometer kreeg ik voor mijn tiende verjaardag. Later breidde ik uit met een weerstation van de Karwei en een regenmeter. Alles hield ik bij, schreef ik op in een schriftje. In de buurt noemden ze mij het weermannetje, maar mijn weermannetje, mijn held, was Armand Pien op de Belg. Zoals hij smakelijk kon vertellen over depressies en over de omstandigheden op de Azoren, ik hing aan ’s mans lippen. In die tijd ging het nog met een kaart van Europa en van Belgie en Nederland en de heer Pien gebruikte altijd een krijtje.

U begrijpt dat ik al  jong de wens had om ook weerman bij het Journaal te worden. Het lijkt me machtig om daar te staan, live in de uitzending, wetende dat miljoenen mensen mij zien. Wetende dat ik kan bepalen of een groot dance-feest de volgende dag door kan gaan of door de verwachte hoosbuien beter kan worden afgelast, dat ik de sleutel in handen heb over de tarwe, het graan of de aardappelen die wel of niet geoogst kunnen worden, ja, dat ik levens kan redden door te waarschuwen voor zware windstoten en omvallende bomen.

Ik verheug me ook zeer op de een-tweetjes met Sacha de Boer, een presentatrice die met het klimmen der jaren steeds mooier wordt. “En Frans, wat voor weer heb je voor ons in petto?” vraagt zij dan, en ik antwoord haar bij voorbeeld als volgt: “Het is morgen rokjesdag Sacha, de eerste warme dag van het prille voorjaar dat alle vrouwen, alsof ze allemaal met elkaar hebben afgesproken, voor het eerst weer met blote benen de straat opgaan. Ben benieuwd welk rokje jij aantrekt, Sas.”

Mocht het onverhoopt de volgende dag geen rokjesdag zijn, dan heb ik geen enkele moeite en voel ook geen gêne om mijn fout ruiterlijk te erkennen en ervoor excuses te maken. Ik zou dat doen op de onnavolgbare wijze van mijn beroemde voorganger: “Beste kijkers, we zaten er gisteren net effe naast. Foutje. Kan gebeuren, nietwaar. Maar morgen is er weer een nieuwe dag, een nieuwe ronde met nieuwe kansen”. Zoiets zou ik dan doen, en ik denk dat de mensen in het land dat wel van mij zouden pikken.

Het lijkt mij ook razend boeiend om straks weer te mogen speculeren over een witte kerst en, natuurlijk, over de Elfstedentocht. U zult begrijpen dat ik er geen enkele moeite mee heb om de koorts al bij het eerste nachtvorstje een beetje aan te wakkeren.

Ik denk wel dat met mijn aantreden als weerman het populaire taalgebruik aan banden wordt gelegd. Een klap onweer, zoals Marjon de Hond dat vroeger zei, zal ik niet overnemen, net zomin als hier en daar een spetter of een drup. En ik zal ook het jargon van Gerrit Hiemstra mijden met ‘dat levert dan wel weer dit soort mooie plaatjes op’. Nee, het wordt weer gewoon ‘keiharde regen’, ‘stevig onweer’ of ‘verzengende hitte’.

Tot slot, nog een kleinigheidje: ik ben geen meteoroloog, zoals u in de advertentie als voorwaarde stelt. Het lijkt mij, eerlijk gezegd, ook helemaal niet nodig voor deze functie. Weergegevens zijn tegenwoordig overal vandaan te plukken via het wereldwijde web, dus op basis daarvan moet een enigszins betrouwbare voorspelling te maken zijn. Trouwens, ik heb eens gelezen dat als een weerman vandaag zegt dat het de volgende dag ongeveer hetzelfde weer zal worden, dat zijn voorspelling dan in zestig procent van de gevallen uitkomt.

En ik weet ook niet of het gebruik van de chromakey wel mijn ding is. Maar met enige oefening moet het gebruik van die groene achterwand te doen zijn. En als u mijn weerkennis nog meent te moeten bijspijkeren, dan ben ik zeer graag bereid een LOI-cursusje of iets dergelijks te volgen.

In de hoop u voldoende te hebben geïnformeerd en verblijf intussen met de meeste hoogachting,

Frans van Deijl