Haagse pers: het is tijd voor actie. Harde actie!

Mij verbaast de oorverdovende stilte die op het Binnenhof heerst momenteel niets. Collega Frank Poorthuis gaf er dinsdag een aantal redenen voor op, maar hij heeft er een vergeten: de rust hoort bij een sfeer, een mentaliteit die het uitvloeisel is van de communicatieoorlog die al enige tijd woedt tussen met name voorlichters en pers.

Die voorlichters zijn in de laatste decennia niet alleen grof in aantal toegenomen, maar ook hun werkwijze is – laten we vriendelijk blijven – steeds assertiever geworden. Een beroepspoliticus moet in principe altijd bereid zijn de pers te woord te staan. Hij is een door het volk gekozen vertegenwoordiger die zonder last en ruggespraak, zoals het zo mooi heet, behoort op te treden. De praktijk laat echter zien dat voorlichters vaak helemaal niet van dit principe uitgaan, maar nagaan of er een partijpolitiek-strategisch belang is bij een interview of een ander publiek optreden. Als dat er zijns inziens onvoldoende is, dan kan de journalist op z’n kop gaan staan, maar dat interview krijgt hij niet.

Dan is er de eeuwige kwestie van de autorisatie. Het is algemeen bekend dat Henk Kamp (VVD) het doorgaans het bontst maakt: hij schroomt niet interviews met hem volledig te herschrijven. (Overigens kon D66-leider Hans van Mierlo er vroeger ook een potje van, maar het aardige was dat als je niets deed met zijn opmerkingen, hij je daar later ook nooit meer op aansprak). Het autoriseren beperkt zich intussen niet meer tot de ministers en staatssecretarissen, maar ook tot de gewone Kamerleden die zich tegenwoordig, bijvoorbeeld bij de VVD, laten vergezellen door een voorlichter.

In het boek De communicatieoorlog. Hoe de politiek de pers in haar greep probeert te krijgen stelt GPD-journalist Frits Bloemendaal dat in Den Haag een cultuur is ontstaan waarbij de overheid er steeds meer naar streeft om informatie te regisseren. Dat regisseren is een beetje uit de hand gelopen, beweert Bloemendaal, en is uitgedraaid op sturen en zelfs manipuleren.

Onderdeel van dat sturen en manipuleren is de bepaling dat er niets naar buiten komt van de onderhandelingen tussen VVD en PvdA, zolang als dat de heren Rutte en Samsom goed dunkt. Journalisten die toch willen wroeten in spreekwoordelijke vuilnisbakken, die amice-briefjes willen jatten of aan fractiekamerdeuren staan af te luisteren, krijgen te verstaan dat dergelijke methoden ongewenst en ongepast zijn. Vooropgesteld dat er iets wroeten, te jatten en af te luisteren valt, want anders dan in vroeger tijden, wordt de kring rond de onderhandelaars zeer klein gehouden – juist om dergelijk journalistiek gedrag te voorkomen dan wel te ontmoedigen.

Daarom, beste collega’s van de Haagse redacties, het is tijd voor een journalistieke tegenaanval. Na het herfstreces negeren wij collectief alles wat voorlichter is, doen wij alleen nog rechtstreeks zaken met de Kamerleden en bewindslieden.

En autoriseren doen we ook niet meer. Wij, journalisten, zijn de geestelijke eigenaren van onze stukken. En daaraan valt niet te tornen.