Mijn digitale leven ís mijn echte leven

Sinds ik goed ben in online shoppen, ik aanwezig ben op sociale netwerken en weet welke blogs het bijhouden waard zijn, is iedere werkdag versnipperd. (En iedere avond, iedere nacht, ieder voetbaltoernooi van mijn kind, ieder verjaardagsbezoek.)

Vanmorgen: een willekeurige ochtend achter de computer. Terwijl twee deadlines boven mijn hoofd hangen en ik eigenlijk geen tijd te verspillen heb, heb ik bijvoorbeeld al gezien op Twitter dat Sylvia Witteman een kettingwhatsapp kreeg en welk receptenblog ze aanraadt. Dat laatste heb ik meteen opgeslagen in mijn bladwijzermenu. Alles wat in mijn bladwijzermenu staat, valt onder ‘goede voornemens’.

Ik heb gelezen op Facebook dat er iemand is gestorven in de stad waar ik vandaan kom, dat hij nog lang geen stervenswaardige leeftijd had en veel mensen er om treuren. Nu zamelen ze geld in voor zijn begrafenis. Ik weet (ook door Facebook, dat stond onder de dood) dat vriendin N. op het strand op Curaçao zit. Op het blog This Isn’t Happiness las ik even snel tussendoor dat ‘alles uit het leven halen’ minstens ook de nare dingen betekent, dat je die erbij moet omarmen.

Ik legde het woord ‘mokje’ bij Wordfeud tegen mijn schoonmoeder – het is een spannend potje want ze is eigenlijk beter. Ik kreeg een uitnodiging voor een boekpresentatie aanstaande maandag en heb voor de betreffende avond meteen een oppas geregeld.

Tussendoor typte ik iets, heus.

Mijn mails kwamen binnen en die lees ik altijd meteen. Ik hoor mijn hoofdredacteur nog zeggen dat we mail checken zouden moeten beperken tot twee momenten per dag. We knikten instemmend terwijl we beiden zeker wisten dat hij dat zelf ook niet kon.

De versnipperdheid spreidt zich als een olievlek over het hele leven buiten het internet om. Ik had namelijk op de fiets ook al gedachten over het leren-fietsen-met-handremmen van mijn zoontje. Tussen het typen door, terwijl ik thee maakte voor mezelf, las ik een verhaal in de ochtendkrant. Veel meer dan drie lange verhalen en een paar kleine stukjes per dag lees ik wegens tijdgebrek niet in die krant.

Tijdens het lezen van die drie verhalen whatsappte vriendin M. over haar liefdesverdriet en reageerde ik op een mail van haar, die ze ook over het liefdesverdriet had gestuurd. Tegelijkertijd maakte ik een lijstje in mijn hoofd voor de boodschappen die ergens vandaag gedaan moeten worden.

Vanavond, als ik langs het voetbalveld sta, zal ik (me licht ervoor schamend) hetzelfde rondje Twitter, Facebook, Whatsapp-met-vriendin-met-liefdesverdriet en blogs op mijn telefoon maken. De kranten-apps, Wordfeud en de laatste huizen op Funda controlerend niet te vergeten. Als ik tijdens het koken wil kijken hoe laat het is, zal ik zien dat er mails zijn binnengekomen. Ik bekijk ze in een paar seconden, het kost me nauwelijks tijd, niemand merkt het op, ik beantwoord niets. Het zorgt er alleen voor dat ook die minuten versnipperd raken.

Het gekste is nog dat ik in de avond, als het werk gedaan is en de boodschappen ook, de kindertjes zoet in bed liggen en het huis stil is, dat ik om te ontspannen op de bank met een dekentje neerstrijk, met de afstandbediening van de televisie in de ene hand en mijn telefoon of iPad in de andere. En alles zich herhaalt.

Ik vroeg me af of gedachten sneller gaan sinds we internet hebben. Hoe zou het leven zijn als al die informatie er niet meer was om je constant af te leiden van waarmee je eigenlijk bezig bent? Misschien is de afleiding zelf het leven geworden en is het leven waarmee we eigenlijk bezig waren ergens tussen bol.com en hpdesite.nl verdwenen.

En niemand kijkt er nog naar om.