De lekkerste boekhouder van Amsterdam

Weinig jonge schrijvers zouden hun stem aan de VVD geven, ook al zijn de meeste schrijvers zelfstandig ondernemer. Als zelfstandig ondernemer doe je ieder kwartaal BTW-aangifte. Verstandige schrijvers hebben daarvoor een boekhouder in de arm genomen. Die dragen ze dan hun hele administratie over, of iets wat voor een administratie door moet gaan, en geven hem hun volledig vertrouwen.

De boekhouder hebben ze gevonden via een duistere vergelijkingssite. Het personeel van de schrijver mag namelijk niet te veel kosten. Of de boekhouder heeft hén gevonden; zodra een ondernemer zich inschrijft bij de Kamer van Koophandel krijgen allerhande instanties zoals websitebouwers en visitekaartdrukkers daar lucht van. Die versturen dan post en e-mails. Of in het ergste geval: ze bellen je op. De boekhouder aan de andere kant van de lijn overtuigt de schrijver van zijn nut.

De schrijver gaat akkoord en gaat er vervolgens van uit dat alles goed zal komen. Dat het contact met de fiscus om hem heen zal verlopen. Dat hij misschien nog wat krijgt teruggestort aan het eind van het liedje. Hij is immers een starter. En daar bestaan regelingen voor, dat heeft je vers aangestelde accountant je allemaal uitgelegd.

Schrijversvriend M. nam zo’n boekhouder in de arm. Volgens M. zag hij er niet uit, maar dat wekte vertrouwen. Aanvankelijk liep alles voorspoedig, M. was tevreden. De boekhouder was echter minder tevreden. Er zat geen systeem in de facturen van M. Die moest mapjes aanmaken en zijn nota’s logisch nummeren; de boekhouder kon naar eigen zeggen door de bomen het bos niet meer zien. Met een catastrofe tot gevolg. De helft van de administratie was zoek. M. en zijn boekhouder wezen elkaar aan als schuldige. De Belastingdienst had daar geen boodschap aan, de uiterste datum voor de aangifte was verstreken: er moest een boete betaald.

De boekhouder, een zware drinker volgens M., werd ontslagen, en M. regelt sindsdien zelf weer zijn aangiftes.

De meeste schrijvers en andere Amsterdamse creatievelingen vertrouwen hun geldzaken toe aan Kees de Boekhouder. Kees heeft zich in de markt gezet als de boekhouder voor cultureel ondernemend Amsterdam. Daarom gebruikt hij alleen zijn voornaam, is de achtergrond van zijn website een Moleskine-agenda en kleedt hij zich als een hipster. Hij bezoekt Lowlands en laat het niet na in het mailcontact over naderende aangiftes te vragen of je er ook zult zijn en of je misschien nog gaat optreden.

Kees helpt de wereld waar zijn hart ligt, de wereld van de kunsten, en krijgt er nog voor betaald ook. Als ze betalen dan, want de wereld van de kunsten bezit weinig geld. Ieder kwartaal ontvang ik laatste betalingsherinneringen. Ieder kwartaal betaal ik deze als het eigenlijk al te laat is. Kees zal zich er ongetwijfeld aan storen, maar Kees weet waar hij aan begonnen is. Artiesten moet je niet vermoeien met volwassen administratieve zaken, artiesten moet je de ruimte geven zichzelf te zijn. Anders gaan ze steigeren, sluiten ze zich af, en kun je fluiten naar dat geld.

Kees zal zich wel al eens afgevraagd hebben waarom hij zo nodig de administratie van cultureel ondernemend Amsterdam in orde moest maken. Maar terug kan hij niet. Het is de reden waarom ik nooit in mijn favoriete café zou willen werken. De werkrelatie eenmaal aangegaan, valt de romantiek die je aanvankelijk waarnam direct in duigen, maar ontslag nemen gaat niet. Dan zul je er nooit meer kunnen komen. Ze zullen je de rug toe keren. Kees de Boekhouder wil zich graag laten associëren met cultureel ondernemend Amsterdam. En cultureel ondernemend Amsterdam? Waarom laat dat zich graag associëren met Kees de Boekhouder?

De stiekeme reden hoorde ik laatst in het café. Het gesprek ging over de aangifte van het derde kwartaal.
“Ik moet Kees nog mijn financiële overzicht sturen,” zei schrijfster één.
“Kees de Boekhouder?” vroeg schrijfster twee.
“Ja natuurlijk,” luidde het antwoord.
“Is hij goed?” vroeg schrijfster twee.
“Goed genoeg”, zei schrijfster één. “Zorg dat er fouten in je administratie zitten. Dan moet je langskomen op kantoor.”
“En dan?” vroeg schrijfster twee.
“Dan? Dan? Heb je hem nog nooit gezien? Kees de boekhouder is de aantrekkelijkste boekhouder van Amsterdam!”