We zijn bang voor het consultatiebureau

Dat de Centra voor Jeugd en Gezin niet werken, verbaast me niks. Als ik aan mijn vriendinnen vertel dat ik met mijn kleine naar het consultatiebureau ga, schieten ze allemaal in de stress. Pas op!

Nu ze vijf jaar bestaan, komen de Centra voor Jeugd en Gezin (CJG) hier en daar langs in het nieuws. Woensdag nog bij EenVandaag. Balies, ingericht met de expertise en de FTE’s om honderden ouders van adviezen te voorzien, krijgen er hoogstens tien langs. Zonde.

En zeer voorspelbaar. Ik kom pas net kijken, ben nog geen twee maanden moeder, maar ik heb in die twee maanden over niks zo veel waarschuwingen gekregen als over het consultatiebureau. Nu is dat iets anders, maar de consultatiebureaus (CB) vallen vaak onder de Centra voor Jeugd en Gezin, en beide zijn overheidsinstanties die in het leven zijn geroepen om met de beste bedoelingen Nederlandse ouders bij te staan in de opvoeding van hun kind. En voor beide zijn we een beetje bang.

“We noemen het het consternatiebureau,” zei een collega.

“Laat je niet te erg van slag brengen door het consultatiebureau,” zei een vriendin met twee kinderen. “Iedereen komt er wel eens huilend vandaan.”

“Je moet ze niet te serieus nemen hoor,” zei een ander, ook moeder van twee. “Ze doen alsof ze alles weten, maar soms heb je als moeder gewoon andere ideeën.”

De kraamzorg nam er een momentje voor, op haar laatste dag. “Luister, je moet je niet uit het veld laten slaan door het consultatiebureau. Ze kunnen heel streng zijn. Als ze zeggen dat je je kind fruithapjes mag gaan geven en dat doe je al een paar weken, moet je dat nooit zeggen. Je moet ze gewoon gelijk geven.”

Paranoïde
Ik was een onbeschreven blad qua CB, maar door alle ongevraagde adviezen werd ik bang voor de instantie. En ik ben niet de enige. Dit is wat jonge moeders elkaar vertellen, en dat geldt vast niet alleen voor hogeropgeleide stadse dames. Ouders waarschuwen elkaar omdat de Nederlandse consultatiebureaus heel fel uit de hoek kunnen komen. Ik vermoed dat het een recente ontwikkeling is. Mijn moeder vond bezoekjes aan het CB leuk, mijn man vond dat ook bij zijn andere twee kinderen (ruim tien jaar terug). Maar nú is de tamtam zo negatief dat ik bij mijn eerste afspraak echt ongerust was over wat ik allemaal fout deed. Zouden ze het jasje dat ik mijn dochter had aangedaan te dun vinden? Zat haar luier wel strak genoeg? Volstrekt paranoïde want de arts was natuurlijk gewoon heel vriendelijk en kundig, en er was geen sprake van kritiek of strengheid.

Orwell
En toch.. Zelfs over het schrijven van dit blogje twijfel ik. Ik weet rationeel wel dat de consultatiebureaus geen enge Orwelliaanse instanties zijn, maar toch gaat het door mijn hoofd. Wat nou als ze het te kritisch vinden? Gaat dat in het dossier?

Want behalve de consternatie-reputatie houden ze sinds kort ook een digitaal dossier bij van je kind. Mijn kleine baby heeft een digitaal dossier, hoe freaky is dat? En ja, het bestond al in niet-digitale vorm en het is met het belang van het kind in gedachte. Maar we hebben hier dus een instantie waar ouders een beetje bang voor zijn die ook nog eens alles opslaat. En dan verbaast het mensen dat een extra opvoedbalie niet werkt? Wie gaat daar nou vrijwillig naar toe? In onze hoofden slaat zo`n Centrum elke vraag die je stelt streng op in een dossier dat nooit verdwijnt, met een rood uitroepteken achter de naam van de baby: ‘Moeder had opvoedvraag!!! Voedt mogelijk niet goed op!!! Schrijft er ook nog over!!!’