Die dopingpraktijken zijn als de georganiseerde misdaad

Nu de Rabobank met wielersponsoring is gestopt, wil ik toch nog een keer terugkomen op het onvermogen van sportjournalisten om iets op te sporen. En dan houd ik erover op.

Dit is de vraag die steeds bij mij opkomt: was het nou echt zo moeilijk om iets over dopinggebruik te ontdekken?

Volgens het Usada-rapport gebruikte Lance Armstrong er een paar trucjes om de boel te misleiden. Zo was daar de zogenaamde ‘motoman’. Die reed in 1999 mee op zijn motor, de epo achterop. Waar het nodig was, leverde hij zijn flesjes af. Honderden journalisten volgden de Tour. Duizenden toeschouwers stonden langs de weg. Overal waren camera’s. Is er werkelijk niemand die die motoman heeft gezien en die gedacht heeft: ‘daar heb je hem weer, wat kom die doen?’

Dat is bijna niet te geloven.

Dan is er een tijd geweest dat epo werd verstopt in colablikjes. Als die blikjes leeg waren, werden de injectienaalden erin verstopt. De blikjes werden dan gewoon bij het afval achtergelaten. Is er nooit zo’n blikje met een injectiespuit gevonden?

Dat is bijna niet te geloven.

Armstrong zou zijn epo gewoon in de koelkast in zijn Spaanse huis hebben bewaard. Hij kreeg thuis wel eens thuis controle. Is er geen enkele controleur geweest die gedacht heeft: ik ga eens een kijkje nemen in de ijskast?

Dat is bijna niet te geloven.

Als Armstrong na een injectie naar de controle moest, werd een eventuele blauwe plek met make-up weggewerkt. Ik neem aan dat zo’n injectie in de bovenarm of het been werd geplaatst. Dat er altijd iets van zichtbaar blijft, kan iedere make-up artiest je vertellen. Toch heeft niemand nooit iets gezien.

Dat is bijna niet te geloven.

Volgens het rapport wist Armstrong vrij nauwkeurig wanneer en waar de dopingcontroles zouden plaatsvinden. Als dat waar is, moeten er ook helpers zijn geweest, die de informatie hebben doorgesluisd. Maar nooit is één van hen doorgeslagen, of heeft ook maar een hint gegeven.

Dat is bijna niet te geloven.

Enzovoort.

Iedereen hield zijn mond. Pas onder ede in de Verenigde Staten zijn sommige van Armstrongs collega’s gaan praten, in ruil voor strafvermindering. Als u dit leest, welk woord komt dan bij u op? Ik bedoel: bij welke organisatie zie je diezelfde soort geheimhouding? Ik ken maar één organisatie die op dezelfde wijze opereert. Omertà is daar de naam voor geheimhouding.

En die organisatie heet: de maffia.

Wie die gedachtesprong eenmaal heeft gemaakt, zal het niet verbazen dat de dopingarts, die alles regelde, een Italiaan was met de naam Ferrari. Hij schijnt er dertig miljoen mee te hebben verdiend. Dat staat nu op rekeningen in verre landen.

In 2004 is de Italiaanse wielrenner Marco Pantani levenloos in zijn hotelkamer aangetroffen. De officiële doodsoorzaak luidde dat hij verslaafd was aan cocaïne. Of misschien wilde hij het zwijgen wel verbreken.

Ik ben geneigd dat te geloven.