Survival in de Lego-jungle

In Zwolle wordt nog tot en met woensdag LegoWorld gehouden. Een waar festijn voor tienduizenden kinderen. In 2008 ging HP/De Tijd al kijken en zag dat er ook veel volwassenen komen. Maar wat hébben ze het zwaar. Een dagje survivallen in een kinderparadijs.

Goed, we waren gewaarschuwd. Het grootste meerdaagse kinderevenement in Nederland. Een stormloop op de kaartjes. Zeventigduizend mensen in zes dagen, midden in de herfstvakantie. Volle treinen, volle wegen. Een gekkenhuis. Dé plek om te bezien tot welke zelfopoffering ouders in staat zijn om hun kind te behagen.

We zijn in Legoworld. Er is geen groter Lego-evenement in de wereld dan hier, in de IJsselhallen in Zwolle. Het werd afgelopen week voor de achtste keer gehouden. De toeloop is enorm: op de tweede dag werd mensen verzocht niet meer zonder vooraf aangeschaft kaartje naar Zwolle te komen. Er mochten écht niet meer bezoekers naar binnen. Honderden mensen werden aan de deur geweerd en konden weer naar huis. Tijdens een eerdere editie van het evenement raakten bezoekers door het gedrang bekneld in de gangen.

De verklaring van het succes is niet moeilijk: ieder kind speelt met Lego. Nou ja, bijna ieder kind. We zagen een geheel – maar dan ook echt geheel – blank publiek de poorten binnengaan. Meer dan tienduizend Nederlanders zonder kleurtje bijeen, verklaar dat maar eens. De Lego-traditie die van generatie op generatie in de Noord-Europese gezinnen wordt doorgegeven? In elk geval lijkt Legoworld bij uitstek een uitje voor de upper middle class – het bewijs is te vinden in de Intertoys-winkel in een van de enorme hallen, waar drommen mensen zich bij de kassa verdringen om Legodozen van honderden euro’s af te rekenen. Om een idee te geven: eén off-road auto (Led-koplampen, hydraulische vleugeldeuren, V8-motor met bewegende zuigers) doet tegenwoordig 110 euro. De Taj Mahal in Legosteentjes: driehonderd euro.

Dranghekken
Gelukkig móet kopen niet, in Legoworld. De menigte die zich ruim voor openingstijd al buiten in de regen heeft opgesteld, stroomt na binnenkomst allereerst langs tafels waar hobbyisten hun zelfgemaakte creaties hebben uitgestald. Rondom die tafels staan dranghekken, en dat blijkt al snel geen overbodige luxe. Kinderen, overwegend tussen de zes en tien jaar, vliegen er als een dolle op af. Ze zien treintjes rijden, ze zien een wolkenkrabber (‘Kijk mam, een reuzenkerk!’), ze zien raceauto’s. Ze gaan helemaal lós. Er ontstaan curieuze taferelen. Zeker een dozijn kinderen en hun ouders kijken ademloos toe hoe een hobbyïst prutst aan een Lego-heftruck. Inderdaad: er is een publiek voor volwassen mensen die met Lego spelen (AFOLs, Adult Fans Of Lego, in het jargon). Hier zit de pottenbakker op de jaarmarkt van de eenentwintigste eeuw: zelfs onze folklore is geplastificeerd.

Graaien maakt gelukkig in Lego World (foto anp)

In Legoworld dienen moeders niet alleen als fotograaf, maar ook als pakezel. Laat vader en zoon zich maar vergapen aan die heftrucks, denken ze: wij gaan met de handtas, de rugzak vol krentenbollen en de linnen tas met opgevouwen jassen in de tweede linie staan. Het zijn ook vooral de vrouwen die de route uitstippelen: bij binnenkomst kijken ze op de plattegrond, ze zoeken naar herkenningspunten voor het geval een kind is zoekgeraakt. Mannen lopen maar wat aan, hun primaire opwinding over doehetzelfbouwwerken achterna. Voor hen is het vandaag een wandeling door hun eigen verleden.

Kinderprikkels
Het zijn geen ontspannen uren voor ouders, daar in Legoworld. In de hallen is een absoluut maximum aan kinderprikkels opgesteld: al die Lego, een ijscokraam, een springkussen, een batterij gamecomputers, optredens van artiesten, en dan nóg meer Lego. Het is bijna te veel: de aandachtsspanne is soms niet langer dan een oogopslag. Er wordt aan de armen van vaders en moeders gesjord, het ‘mamáá’ klinkt uit talloze kelen, kinderogen smeken in de Intertoyswinkel. Moeders bezweren hun kinderen bij het binnenkomen niet overal naartoe te rennen, maar dat is vergeefs. Naarmate de dag vordert, capituleren steeds meer ouders. Groepjes kleuters rennen diagonaal door de slenterende meute. Voor pa en ma is de Lego nu definitief bijzaak geworden: belangrijker is hun kind niet uit het oog te verliezen. Zo zien we de hele dag door vooral speurende ogen van volwassenen, wuivende armen en dwingende ogen. Dát is de core business van de volwassen Legoworldbezoeker. En passant maken we kennis met een selectie hedendaagse voornamen die over de hoofden van de menigte worden gebruld.

‘Olivieeeeer!’

‘Leroy, hier jij!’

‘Sebastiaan, hierrrr!’

Aan het einde van de ochtend staat het drie rijen dik in de eerste hal, waar de hobbyisten zitten. Kinderen worden opgetild om nog iets te kunnen zien. Het wordt warmer. In de aansluitende hal krioelt het zó van de mensen dat er niemand is die ergens even stil kan blijven staan. Voor de poffertjeskraam staat een meterslange rij. Bij de stand van de Koninklijke Landmacht, die kennelijk niet schroomt om zichzelf al aan kleuters te presenteren, staan tientallen kinderen in de rij om een kleine stormbaan te nemen. Bij de toetjes-stand van Dr. Oetker, waar een levensgrote Paula de Koe (‘vanillevla met chocoladevlekken’) staat opgesteld waarop kinderen kunnen zitten om foto’s te laten maken, is een oploopje ontstaan. Er worden ballonnen uitgedeeld, maar de Oetkermeisjes bezwijken bijna onder de duwende menigte.

Hier wordt bouwkundige kennis van generatie op generatie overgedragen (foto anp)

Het is ook duwen en trekken bij de tafels waar kinderen zelf met Lego spelen. Ze kunnen meedoen met een wedstrijd. Dit is dé gelegenheid om bouwkundige kennis van de ene op de andere generatie over te dragen. Vaders staan pal achter hun zonen opgesteld om de helpende hand toe te steken. En die ene, ietwat besmuikt kijkende vader is niet te beroerd om voor zoonlief stiekem op strooptocht te gaan bij een aangrenzende tafel, op zoek naar wat missende steentjes.

Rugzakken
Het wordt vanzelf etenstijd. Dat is te merken: in de periferie van de Legohallen – en soms gewoon midden in de wandelpaden – zakken hele families neer op de grond. Er worden rugzakken geopend waaruit broodtrommels, bananen en pakjes appelsientje tevoorschijn komen. Zo gaan we in Nederland naar een evenement: al kunnen we er om de twintig meter eten kopen, we nemen het liever gewoon zelf mee. En omdat Legoworld een chronisch gebrek heeft aan zitbankjes – elke openvallende plek wordt bestormd – zoeken we zelf wel een picknickplaats.

Intussen zwelt de massa aan. De ergste drukte in de eerste hal heeft zich verplaatst naar de tweede, en zo spoelt de menselijke tsunami door de IJsselhallen. Nu wordt ook duidelijk waarom er enkele jaren geleden mensen bekneld raakten in de verbindingsgangen. Om dat te voorkomen is er eenrichtingsverkeer ingesteld. Ook de Intertoyswinkel mag alleen via de kassa worden verlaten: bij de ingang staan scholieren opgesteld om mensen tegen te houden die een voet over de drempel hebben gezet en terug willen. Zij moeten zich door de overvolle winkel een weg banen naar de andere uitgang. Dertig meter worstelen door een mensenmenigte terwijl je ook met twee stappen weer buiten kunt staan? Dat is menigeen te gortig. ‘Ben jij nou helemaal gék geworden?’, roept een man met spottende blik naar een jongen die hem probeert tegen te houden. Hij loopt met twee zoontjes aan zijn armen tegen de keer in terug. Om het ergste gedrang van bezoekers te voorkomen, plaatste de organisatie buiten tenten die als looppad dienen tussen de verschillende hallen. Het is moeilijk voorstelbaar dat die er eerder níet waren.

Ouders die een K3-concert kunnen doorstaan, zouden ook LegoWorld levend moeten kunnen verlaten. (foto anp)

Als het écht druk is, gebeurt er iets in de onderlinge communicatie tussen bezoekers. Iedereen komt in elkaars persoonlijke ruimte, en dat is eigenlijk alleen min of meer verdraagbaar wanneer er geen andere keuze is. Botsende kinderen, geduw rond een knutseltafel, gewring bij de dranghekken: ouders wisselen een snelle blik en een lichte grimas uit, de onderlinge verstandhouding van mensen die in hetzelfde schuitje zitten – het is erg, het is niet anders, het is straks weer voorbij. We zien weinig chagrijn tussen de bezoekers. Dit zijn mensen die hun tolerantiegrens tijdelijk stevig kunnen opschroeven. Dit zijn ouders die wat gewend zijn: ze stonden al in het vakantieseizoen in het spitsuur te wachten bij een Efteling-attractie, ze gingen al mee naar een K3-concert, ze verregenden al langs de zijlijn van het voetbalveld. Ze ontdekken dat ze er in Legoworld nog een tandje bij moeten schakelen. Hier moet je als liefhebbende ouder vér gaan om je kroost iets te bieden, want anders hebben alleen alle andere kinderen een ballon, een geschminkt gezicht, een ijsje en een poster van een tank van de landmacht.

Uit hun gelaatsexpressie blijkt dat het voor de vrouwelijke bezoekers gaandeweg wel steeds moeilijker wordt om nog invoelendheid op te brengen voor de Lego-fascinatie van hun kroost. Hoeveel raceauto’s en Marsvaartuigen kan een moeder verdragen? Het ziet er naar uit dat zij vandaag echt ál hun voldoening moeten halen uit de verrukte kindergezichtjes. Dat is ook de strekking van wat ze onderling bespreken.

‘De mijne is er helemaal gek van, hij móest er gewoon heen.’

‘Dat ze zó lang naar zo’n ding kunnen kijken, hè.’

‘Mijn man is net zo, die heeft z’n tweede jeugd nu. Hè Wim?’

Vaders weten nog welk gevoel het geeft om een werkend machientje of een rijdende auto van Lego te maken. Zij kunnen de fijnheden van een constructie in de hobbyzaal op waarde schatten; zelf hebben ze immers ook ooit eindeloos zitten prutsen.

Amateurbouwers
Maar zelfs zij moeten zien dat de hobbyïsten – aangesloten bij vereniging ‘De Bouwsteen’ – op de keper beschouwd met weinig bijzonders naar Zwolle zijn gekomen. De replica van Paleis Soestdijk is een pronkstuk, maar de spoorwegen zijn er bijvoorbeeld zonder enige fantasie neergelegd: het zijn gewoon rails op een plank, zonder omringend landschap of andere aankleding. Legoworld is geen tentoonstelling waar over esthetiek is nagedacht, geen Lego-microkosmos met Lego-steden en panorama’s waar je naar blijft kijken, zoals Legoland in Denemarken. Het is eerder een tamelijk fantasieloze uitstalling van zolderkamerproducten van amateurbouwers (MOCers in het jargon, My Own Creation). En veel van het geëxposeerde, het moet gezegd, kan ook door iemand anders met vrije tijd en een redelijke Legovoorraad worden gemaakt.

Volgend jaar weer! (foto anp)

Maar dat zijn misschien te veel bespiegelingen over een omgeving waar het vooral gaat om overleven. Het is zaak jezelf en je kinderen zo efficiënt mogelijk langs de attracties te loodsen, waarbij meer middelen zijn geoorloofd naarmate de drukte groter wordt. (Tip één: als je je kind vooraan het dranghek wil hebben, klem je één hand op de reling tussen twee andere kinderen. Terwijl je je omdraait naar achteren buig je je elleboog licht, waardoor één kind opzij wordt gedrukt, en dan trek je je eigen zoontje naar voren. Tip twee: je kind optillen en het als een menselijk schild voor je houden; dan gaan andere bezoekers ook wel aan de kant). Tip drie: iets te hard zeggen ‘Kom hier maar Michael, dit jongetje gaat wel even een beetje opzij staan. Ja hé? Dankjewel hoor’.

Het is rond vieren wanneer het merkbaar minder druk wordt in de Legohallen. Bij de garderobe worden hoorbare zuchten van verlichting geslaakt. Ook bij veel kinderen is de rek eruit. Aan het begin van de dag trokken ze nog aan de armen van pa en ma, nu hangen ze eraan. Dit is het einde van een kinderfestijn dat ouders – en dan vooral moeders – tot het uiterste dreef. Dit was erger dan een dagje meubelboulevard of tuincentrum op tweede Paasdag, wanneer er voor volwassenen tenminste nog iets te kopen valt.

In Legoworld gaat het eigenlijk niet om de Lego. Het is een lakmoestest voor het moderne gezin. In Legoworld worden ouderlijk gezag, loyaliteit tussen partners, geduld en opofferingsgezindheid beproefd in een hele grote en volle snelkookpan. Het gaat om de blikken en de woorden die gezinsleden elkaar toevoegen: werken ze? Is één frons van pa voldoende om zoontje weer in het gareel te krijgen? Voor wie trekt hij partij wanneer zoontje door moeder wordt weggeroepen bij een Legomachine? Op welk moment laten vader en moeder hun zoontje los lopen? Wie bepaalt dat moment? Hoe speelt zoontje zijn ouders tegen elkaar uit? Hebben pa en ma onderling aan een half woord voldoende?

Kinderen hebben het geweldig, daar in Zwolle. Geen misverstand daarover. Zij slaan thuis met nog meer begeestering aan het knutselen met hun eigen Lego. Ouders die het evenement min of meer ontspannen verlaten, weten dat de lijntjes in hun gezin naar tevredenheid functioneren. De rest mag thuis nagaan of er nog wat te knutselen valt aan de onderlinge verhoudingen. Volgend jaar is er weer een Legoworld.

Dit artikel verscheen eerder in HP/De Tijd van 24 oktober 2008.