Zelfs ík erger me nu aan andermans kinderen

Het is herfstvakantie en dat betekent dat ze óveral zijn. Kinderen.

Naast de kassa van Albert Heijn bijvoorbeeld staan kinderen die u, nog voordat u heeft afgerekend, al om uw dierenplaatjes vragen. In de Bijenkorf, waar u expres (en tevergeefs) vroeg in de morgen naartoe ging om eens rustig te winkelen, laten ze u struikelen. In iedere lunchroom waar u zit met uw zakelijke afspraak gooien ze met kaarten door de ruimte. In het Vondelpark gillen ze al terwijl u nog slaperig uw hond uitlaat.

Ik snap voor het eerst heel goed dat mensen zonder, zich wel eens ergeren aan kinderen. Bijvoorbeeld omdat ze enorm in de weg staan, omdat ze door uw telefoongesprek heen tetteren, rondjes rennen in het café of de Bijenkorf tot een helse plek maken. Bovendien snap ik het als u zich ergert aan hun vaders en moeders: die met een gerust hart de kinderwagen van twee bij twee meter precies voor de treindeur parkeren. Die hun bakfiets plompverloren midden op de stoep zetten waardoor je er met geen mogelijkheid meer langs kunt. Die hun kinderen toestaan door het café te rennen waar u uw zakelijke bespreking had, het belangrijke telefoontje wilde plegen of met een vriendin aan de high-tea zit.

Normaal gesproken vind ik dat mensen niet zo moeten zeuren over andermans kinderen. Wees blij dat ze er zijn, het brengt ook gezelligheid. Maar nu, in de herfstvakantie, zijn er wel erg véél kinderen. En véél ouders – ouders zijn ander soort mensen dan gewone mensen.

Het zijn er zovéél dat ik me er aan begin te ergeren. Het rustige uitje dat ik had gepland naar het Amsterdamse bos, omdat het zulk sprookjesachtig herfstweer was, was helemaal niet zo rustiek als het had moeten zijn. Overal rende gillende kinderen om en over ons heen. De boodschap die ik snel even wilde doen, werd een uitputtingsslag. Bij het kleutertoneelstuk waar we gisteren waren, gilden de meisjes van een jaar of acht (wat deden zij bij een kleutertoneelstuk?) dat mijn dochtertje van vier ervóór zat. De meisjes waren minsten anderhalve kop groter dus ik zag het probleem niet zo. Maar het waren van die assertieve grachtenkinderen, en zij zijn behalve net zo luidruchtig als alle anderen kinderen ook nog eens hondsbrutaal. Een andere vader bemoeide zich er minstens even irritant mee.

Omdat ik zelf kinderen heb, begrijp ik de kinderen heel goed: zij moeten nu eenmaal af en toe rennen en herrie maken omdat het kinderen zijn. Het speelse, impulsieve en onconventionele aan hun is juist het leuke en inspirerende. Ergens wil ik zelfs graag dat mijn kinderen assertief en brutaal worden: de brutalen onder ons bezitten de halve wereld. Ik begrijp ouders met kinderwagens en bakfietsen omdat ik die dingen zelf heb (gehad) en zonder twijfel dikwijls ermee enorm in de weg liep.

Ik begrijp ouders omdat ik weet hoe het voelt om van kinderen te houden, en hun dus alles te gunnen. Ik zou niet meer kunnen noch willen leven in een wereld zonder springerige kindertjes en zonder dat speciale ras ‘ouders’.

Maar toch. Voor een ogenblik deze week begreep ik kinderloze mensen, die zich ergeren als ze weer eens bruut verstoord worden door onnodig geschreeuw, geren en drukte overal waar ze komen. Sorry, mensen, namens andere ouders en kinderen. Houd het nog even vol, blijf binnen desnoods. Ze kunnen er niets aan doen. De vakantie is over een paar dagen weer voorbij.