Mijn lichaam is voor mij niet heilig, maar voor mijn nabestaanden wel

Ik ben geen Antigone. Deze tragische heldin was bereid de doodstraf te ondergaan, omdat zij het belangrijker vond om haar broer Polyneikes (landverrader) met gepast respect te begraven dan te buigen voor haar oom Kreon, heerser van Thebe, die gedecreteerd had dat het lijk door de gieren moest worden opgevreten.

Antigone was een principiële dame die lak had aan het gezag van de staat en daarin tot het uiterste ging. Als ik mezelf in haar positie indenk, zou ik me knarsetandend neergelegd hebben bij deze wraakzuchtige en terreur inboezemende wet, omdat het geen zin heeft om op te komen voor de rechten van een overledene. Een dode is dood en niets kan hem nog deren.

De strafmaatregel van de oom was dan ook gericht tegen de nabestaanden van Polyneikes. Hun werd de gelegenheid ontzegd om hun laatste plichten te vervullen.

Opting out
De mythe van Antigone kan verhelderend werken in de discussie over orgaandonatie die de afgelopen week volop werd gevoerd. Ondanks overheidscampagnes om jezelf als donor aan te melden zijn er nog steeds te weinig donoren en sterven er jaarlijks 150 patiënten die gered hadden kunnen worden met een nier, een hart of longen.

De vereniging van nierpatiënten en D66 willen het huidige systeem van vrijwillige aanmelding vervangen door een systeem van opting out. Met andere woorden: iedere burger is bij zijn overlijden automatisch donor, tenzij hij eerder heeft laten weten dat hij dat niet wil. Zowel in het aanmeldings- als in het opting-out-systeem kan de burger trouwens specificeren wat hij wel of niet wil doneren of hij kan bepalen dat de nabestaanden de beslissing maar moeten nemen.

Mijn voorkeur gaat uit naar een crematie zonder gedenktekens

Efficiënt verdwijnen in het niets
Persoonlijk zou ik geen probleem hebben met het opting-out-systeem. Ik heb me al
geregistreerd als donor en ik vind het wel best. Niet zozeer uit hulpvaardigheid (de problemen met afgestoten gedoneerde organen moeten niet worden onderschat), maar omdat het me betrekkelijk onverschillig laat wat er na mijn overlijden met mijn lichaam gebeurt. Mijn voorkeur gaat uit naar crematie zonder urnen of gedenktekens. Een efficiënte verdwijning in het niets – in ieder geval niet in een of andere gecondenseerde vorm blijven rondhangen.

Die voorkeur komt rechtstreeks voort uit hoe ik met mijn eigen doden omga: als ik ze wil gedenken, kan ik dat heel goed zonder grafstenen of urnen. Begraafplaatsen van beroemde doden zeggen mij niets. Deze onverschilligheid komt niet veel voor, heb ik gemerkt. De meeste mensen hebben juist wel allerlei emoties over wat er met het lichaam van een overledene moet gebeuren. Zij hechten aan rituelen, esthetiek, ongeschondenheid en fysieke resten. Misschien hechten ze daar nog wel meer aan in de rol van nabestaande dan wanneer ze over hun eigen dood nadenken.

De macht van oom Kreon
Daarom is dat opting-out-systeem toch geen goed idee. Er zijn allerlei mensen die geen zin hebben om over hun eigen dood na te denken en daarom de kwestie van je aanmelden voor orgaandonatie eindeloos voor zich uit schuiven. Hun recht om geen aandacht aan hun dood te besteden vervalt.

Maar belangrijker is misschien dat de nabestaanden van een plotseling overledene in een opting-out-systeem de vrijheid wordt ontnomen om het lijk al naar gelang hun opvattingen met gepaste waardigheid te omringen. Want eerst moet de staat eroverheen om organen te oogsten. Dit heeft toch wel iets weg van de macht van oom Kreon die niet zozeer de zelfbeschikking van de dode Polyneikes schond, als wel de rechten van diens springlevende nabestaande Antigone. Een staat moet dat niet willen, ook niet voor het goede doel.