De brandgang: anarchie bij u achterom

Een mens loopt aan van alles voorbij dat de moeite waard blijkt als er maar aandachtig naar wordt gekeken. Een grillige tak die afsteekt tegen een strakke hemel, een toevallige compositie van vijf klosjes garen, de afdrukken van vogelpoten in de sneeuw: het zijn cadeaus die voor het oprapen liggen maar door weinigen worden gezien.

Een van die weinigen is fotograaf Herman Wouters. Voor de lezers van HP/De Tijd geen onbekende: hij maakte onder andere schitterende portretfoto’s voor mijn vroegere interviewrubriek Jonge Jaren. Dit weekeinde werd in het hoofdstedelijke architectuurcentrum Arcam zijn tentoonstelling Brandgang geopend en zijn gelijknamige boek gepresenteerd.

Stedelijke stillevens
Herman Wouters legt zich meer en meer toe op kunstzinnige fotografie. Hij heeft een trefzeker oog voor wat hij zelf ‘stedelijke stillevens’ noemt. Een veelkleurig kluwen kabels in het zand, een paarse brandblusser tegen een gele muur, een schijnbaar gebeeldhouwde toren van tijdschriften: alledaagse taferelen die je raken door hun esthetiek, hun authenticiteit of hun onbeholpenheid.

Toen hij in Taiwan weer eens van die straatjuweeltjes fotografeerde, vroeg hij zich af waar hij vergelijkbare beelden in het zo geordende Nederland zou kunnen aantreffen. Toen realiseerde hij zich dat in ons land brandgangen goede biotopen vormen voor van die scènes die niemand heeft bedacht en toch over zeggingskracht beschikken.

Toen hij me vroeg een inleiding bij zijn boek te schrijven, was het alsof er ineens een lichtje aanfloepte en een straatje verlichtte waar ik blindelings de weg ken maar dat ik nooit goed heb bekeken. Pas voor pas, en met vele stops, wandelde ik door de brandgang achter mijn eigen jaren dertig-huis en herkende waar Herman me op had gewezen. Die oude achterommetjes zijn allemaal anders en toch eender, want ze ademen een sfeer van individualiteit, impulsiviteit en anarchisme, die het afwijkende en het overeenkomstige op één lijn brengt.

Composities van losse ingrepen
In de achterstraatjes dansen de rooilijnen en de daklijnen een vrolijke volksdans en wisselt de bestrating elke vijf meter af. De schuttingen en schuurmuren vertellen allemaal verhalen: hier staat heel groot een 06-nummer genoteerd, daar een cijferreeks, verderop hangt zomaar een bel, dan tonen zich weer staaltjes van improvisatie en vindingrijkheid. Het kan allemaal, want het is maar de achterkant, daar mag het imperfect, rommelig, onsamenhangend en kleurrijk zijn.

Het is aardig dat de foto’s juist bij Arcam te zien zijn, want in feite is de vormgeving van de brandgang helemaal contrair aan architectuur. Brandgangen zijn niet ontworpen, maar stukje bij beetje ontstaan. Het zijn composities van losse ingrepen waarbij een klassieke deun heel wonderlijk rijmt op een atonale strofe en de pauk het heel goed doet naast de triangel. Een rijk gebied voor wie het wil zien, memoreerde ook Lodewijk Brunt, emeritus-hoogleraar stedelijke vraagstukken, die de expositie enthousiast inleidde.

In het alledaagse kan het bijzondere schuilen, in het proza de poëzie. Goed dat kunstenaars je daar van tijd tot tijd aan herinneren.

Met dank aan Herman Wouters voor het beschikbaar stellen van de foto’s bij dit artikel. Voor meer informatie over het boek en de tentoonstelling kunt u zijn website bezoeken.