Hoe een Italiaan het hart van De Kuip veroverde

Ergens halverwege ‘All Stars’, de filmische Bijbel voor iedere Nederlandse amateurvoetballer, zit een scène waarin Daniël Boissevain en Antonie Kamerling hun lunchpauze stukslaan met een wedstrijdje “Mislukte Feyenoord-spitsen”.

Spitsen hebben het niet makkelijk in Rotterdam-Zuid. De meeste aanvallers zijn te mooi, te gracieus, bewegen zich over het algemeen te veel als dansers en te weinig als fourwheeldrives in een zandduin. De spits maakt kunst, en in Vak S is het aantal kunstliefhebbers nu eenmaal op de vingers van geen hand te tellen. Voetbalanalyticus René van der Gijp zag een paar jaar geleden Tottenham Hotspur-spits Dimitar Berbatov een bal ineens uit de lucht dood op de punt van zijn schoen laten vallen.

Niemand klapte, niemand juichte, geen mens die zijn buurman aanstootte en naar het veld wees.

Even later liep Feyenoords Egyptische reservekeeper het veld op.
Van der Gijp: ‘Ze braken de tent af.’

Het is waarschijnlijk niet voor niets dat de populairste Feyenoord-spits aller tijden de naam Josef Kiprich draagt. Josef Kiprich, over wie de onovertroffen Michel van Egmond opmerkte dat hij de allure had van een omgewaaid tuinhekje, was uit het Hongaarse dorp Tatabanya De Kuip binnen komen wandelen, had drie keer verlegen geglimlacht en een contract onder zijn neus geschoven gekregen. Tijdens wedstrijden maakte hij vooral indruk met zijn vriendelijkheid, zijn strompelende manier van voortbewegen en de vlassigheid van zijn snor.

Guidetti zag zijn opvolger de harten in Rotterdam-Zuid veroveren.

Kiprich heette in Rotterdam binnen no-time de Tovenaar van Tatabanya.
De laatste Feyenoord-spits waar ze in De Kuip werkelijk warm voor liepen, heette John Guidetti, een opgewonden Zweed die een seizoen lang door de Eredvisie waarde als een griepvirus door een kindercrèche. Guidetti nam zondag afscheid van Het Legioen, vele maanden na zijn laatste wedstrijd. Hij is al lang geblesseerd, en daarna zal hij weer iedere week op de tribune zitten bij Manchester City, zijn perverse werkgever.

Guidetti keek vanaf het ereterras toe, als Caesar in het Colosseum. Hij kon ieder moment zijn duim opsteken, of de wilde dieren laten binnenkomen.
Beneden, op het veld, stond een Italiaan in de spits. Italianen en Feyenoord, daar begint het al. Kan helemaal niet, Italianen en Feyenoord. Italiaanse voetballers zijn alles wat Feyenoord beslist niet mag zijn: gelikt, ijdel, geniepig en ietwat uit de hoogte. En de meest Italiaanse der Italiaanse voetballers, speelt bij Feyenoord. Da’s nog niet alles want de Italiaan van Feyenoord staat ook nog eens in de spits. En spitsen en Feyenoord, dat gaat dus ook niet samen (zie boven).

Graziano Pelle leek begin dit seizoen zijn plaatsje in de Eregalerij van Mislukte Feyenoordspitsen kortom al te hebben gereserveerd voor hij ook maar één minuut gespeeld had. Pelle is een eeuwige boybandboy, het type ‘lokale playboy’ waar Hollandse vaders hun dochters op vakantie aan het Gardameer uit de buurt proberen te houden.

Pelle schijnt op stijldansles te zitten, of te hebben gezeten. Hoe dan ook: foute boel.

Pelle gebruikt handenvol wax, of gel, of water om zijn haar de kant op te plakken die die dag het meest in de mode is.

Pelle heet Graziano, geen John, of Ruud, of desnoods Josef.
Pelle wil van het leven genieten, las ik laatst. Een Feyenoord-spits moet aan het leven lijden, in elk geval niet de indruk geven te genieten.

Alles aan de trouwpartij van Graziano Pelle en Feyenoord leek maar op één ding te duiden: een verstandshuwelijk, met de opluchting van de scheiding al vanaf de eerste dag in het vizier. Er zouden nooit kinderen komen.

Gisteren, in de negentigste minuut, ramde Pelle de bal op ongelooflijke wijze in het Ajax-doel. Van pure blijdschap trok hij zijn shirt uit: er kwam een gebruinde, afgetrainde borstkas tevoorschijn. Een Riviera-torso, geen Feyenoord-romp.
Pelle danste naar de cornervlag en gooide een stoel om.

De Kuip ontplofte, het geluid van veertigduizend mensen die één man willen omhelzen. Een man die tegen iedere verwachting in opeens een van de hunnen werd.

Op Radio Rijnmond gilde de verslaggever: ‘Dankjewel, heerlijke Italiaan!’
John Guidetti zag dat het goed was. Daarna stak hij zijn duim op.
Keizerlijke goedkeuring.