Help, ik vind Toren C niet leuk!

Een net gemantelpakte vrouw houdt een wezenloos verhaal tegen een collega over verjaardagstraktaties voor haar zoontje. Na drie zinnen schakelt ze over op een kotspartij in de schoot van de lijdzaam luisterende collega. Die wuift haar excuses weg, zegt dat het geen probleem is zolang ze er maar niet naar kijkt, richt de blik naar beneden, staat op en braakt op haar beurt de eerste braakster onder. Horizontaal projectielbraken, waarbij tientallen liters chocolademelkkleurig vocht onder druk wordt weggespoten à la spugende lama’s in stripverhalen.

De braakdichtheid in Toren C moet wel ongelooflijk hoog liggen, want elke keer als ik deze bejubelde serie weer eens probeer (een keer per jaar), val ik in een braakscène (deze is van maandagavond). En nooit vind ik het grappig. Ik vond het al niet grappig in de serie Little Britain, waar de kunst van het projectielbraken ook regelmatig wordt beoefend – meestal door oude dames op een braderie, en zelfs niet bij Monty Python, waar als ik me goed herinner een heel restaurant op die manier door de gasten wordt geïnundeerd.

Behalve de keer dat president Bush het tijdens een staatsbanket in Japan te kwaad kreeg (the barfing incident) vind ik braakscènes nooit om te lachen. Wat Bush overkwam stond in pijnlijk contrast met de formele Japanse context en dat het echt gebeurd was maakte het grappig. In vergelijking hiermee zijn al die over the top braakscènes in humorseries volslagen losgezongen van de werkelijkheid. Ze slaan nergens op omdat ze niet voorstelbaar zijn, en dan verdwijnt de lach.

Het is een probleem dat ik met het hele programma Toren C heb. Het drijft op het concept dat mensen in een kantooromgeving hele rare, extreme dingen doen of zeggen, terwijl verbaasde, geïntimideerde figuranten daar getuige van zijn. Als het niet over braken gaat, dan gaat het over andere lichaamsfuncties (vrouwelijke secreties krijgen veel aandacht, omdat de makers vrouwen zijn) en natuurlijk veel over seks.

Twee vrouwen, de een hetero de ander lesbo, proberen elkaar te overtroeven in kwaadsappige doe-alsof extase. Een vrouw likt hysterisch een telefoonhoorn af en bevredigt zichzelf met een laptop, terwijl een collega bevreemd toekijkt. Wat is hier precies het punt? Wat is hier grappig aan? Wat is er mis met mij dat deze scènes nog geen spoor van een glimlach teweegbrengen? Hoe ik ook mijn best doe, meer dan zouteloosheid kan ik er niet in ontdekken.

En dat terwijl veel recensenten en mensen in wier oordeel ik me doorgaans goed kan vinden zich wel enthousiast betonen over deze flauwiteiten. Zelfs Annemarie Oster, die ik hogelijk waardeer om haar bijterige grappigheid, liet zich lovend uit over de humoristische kwaliteiten van Toren C. Hoe kan iemand die zelf zo veel leuker is dit leuk vinden? Het zal wel weer met grensverlegging, taboedoorbreking en ontregeling te maken hebben.

Ontregeling is inderdaad een belangrijke peiler van humor, maar alleen als de ontregeling per ongeluk gebeurt. Hyacinth Bucket doet niet anders dan dingen ontregelen in Keeping Up Appearances, maar het is niet haar bedoeling en daarom is het grappig. In Toren C worden de dingen expres ontregeld en meteen word ik door grimmigheid bevangen. O, ze willen dat ik lach om een vrouw in een mantelpakje die pist in een parkeergarage? Nou, mooi niet!