Zo werd ‘Monopoly’ van een communistisch een kapitalistisch spel

Het bekendste bordspelletje ter wereld blijkt een fascinerende ontstaansgeschiedenis te hebben. Zoals wij het spel kennen is het de bedoeling zoveel mogelijk land in bezit te krijgen (of beter, monopolies) en dit bezit vervolgens maximaal uit te buiten door geld te heffen als een medespeler er gebruik van maakt.

Uitbuiting en kapitalisme ten top.

En precies het omgekeerde van wat het eerste Monopoly-spel beoogde. Het in het begin van de 20e eeuw ontwikkelde ‘The Landlord’s Game‘, was bedoeld om de filosofie van econoom Henry George uit te leggen. Centraal daarin is zijn kritiek op het particuliere grondeigendom en zijn suggestie dat bewoners een gezamenlijke landheer zouden moeten vormen.

De regels kwamen hier op neer: aangezien een stuk land van iedereen was, werd de belasting erover ook niet aan een speler betaald, maar aan de gezamenlijke landheer. Als in die belastingpot 50 dollar zat, moest de speler die de elektriciteitscentrale had deze gedwongen verkopen aan de gezamenlijke landheer en was de elektriciteit dus gratis als spelers erop terechtkwamen. Zo ook met de stations en zelfs de gevangenis, die tot school werd omgebouwd.

Via een economieprofessor die het spel van bedenker Elizabeth Magie aan zijn studenten leerde om ‘the antisocial nature of monopoly’ duidelijk te maken, werd het populair. Maar verloor het ook de boodschap van de filosofie van George, en de spelers veranderden de saaie herverdelingsregels naar die in het ruïneren van je tegenstander via de monopolistische variant; dat was veel leuker!

Lees hier de fascinerende reconstructie van hoe het bijna communistische spel verwerd tot een kapitalistisch spel waar miljoenen aan zou worden verdiend.