Die koopkrachtplaatjes konden ook al in de prullenbak

Dan is er nu die commotie over de zorgpremie, beperking van de hypotheekrente-aftrek en wat er de komende tijd nog meer aan onvermoede konijnen uit de hoed mogen komen. Dat maakt het moment om de keizer van nog wat kleren te ontdoen: de koopkrachtplaatjes.

Of liever: de suggestie die impliciet is, namelijk dat het om bedragen zou gaan die ons burgers vrij ter beschikking staan om stuk te slaan. Heuse koopkracht.

Tenzij u denkt dat u een keuze zult kunnen maken tussen wel of niet verzekerd zijn, wel of niet om het gas en electranet aangesloten te zijn, wel of niet met eigen of openbaar vervoer reizen, wel of niet televisie, internet en telefoon te gebruiken: gooi ze maar gewoon in de prullenbak, die koopkrachtplaatjes.

Ze staan voor een illusie die regeringen en dienende instanties zoals het Centraal Plan Bureau u graag aanbieden. Maar méér dan een illusie is het natuurlijk niet want de hierboven geschetste keuzes heeft u natuurlijk niet. In ons land kennen we maar liefst drie definities van armoede, ze worden verdeeld tussen het Centraal Bureau voor de Statistiek en Sociaal Cultureel Planbureau en worden ook keurig naast elkaar gezet in een periodiek verschijnende publicatie, de Armoedemonitor.

Wat de verschillen tussen die drie definities ook mogen zijn, ze zijn er niet als het gaat om de hierboven geschetste ‘keuzes’ die natuurlijk helemaal geen keuzes zijn. Al die dingen moeten we of we kunnen niet zonder. Hoeveel geld we ook te besteden hebben, deze zaken gaan er altijd af.

Als je de kostenstijgingen van deze zaken de afgelopen vijf jaar op een rij zet en daar nu ook nog de zorgpremies bij optelt, dan blijft er van uw koopkracht steeds minder over, zelfs schrikbarend weinig, als we koopkracht definiëren als het geld dat we daadwerkelijk in keuzevrijheid kunnen besteden. Het zou me niet verbazen als dát bedrag de afgelopen tien jaar, gecorrigeerd voor inflatie,  met meer dan een derde is afgenomen.

Ik zou er dus wel voor zijn om voortaan twee koopkrachtplaatjes te geven: een volgens de traditionele definitie en een volgens de definitie die ik hierboven min of meer schets.

Dr. Doom is een pseudoniem. Als belegger is hij verantwoordelijk voor het beleggingsbeleid van Beleggingsvereniging Fibonacci. Op het moment van het schrijven van deze column heeft de vereniging posities in Ahold, Akzo Nobel, DSM, Heineken, KPN, Shell en Unilever en is Neutraal in de AEX. De positie in de AEX is kortlopend en wisselt regelmatig. Die kan dus nu al anders zijn.

———
Volg HP/De Tijd ook op Twitter.