De blues van een druilerige zondagmiddag in het pre-Olympisch seizoen

De zondag sleepte zich voort in het tergende tempo van de ongetrainde wandelaar op het parkoers van de marathon van New York. Wolken troepten samen en joegen als een ziedend peloton langs de hemel om kansloze stukjes blauw te achterhalen en te verzwelgen.

Overal in het huis groeiden stapeltjes vuile vaat.
De logeerkat zette haar nagels in de designstoel, de computer met de vuistdikke roman erop liep vast vóór iemand op Save kon drukken, de krant lag reeds in verregende flarden bij het oud papier, op zolder overwoog een geliefd familielid zich uit het raam te storten en op televisie ging het over schaatsen.

En terwijl de wolken hun lading inmiddels met bakken tegelijk tegen de ruiten smeten, beschouwden in een Hilversumse studio Dione de Graaff, Stefan Groothuis en Gerard van Velde het nieuwe schaatsseizoen bij de vrouwen voor.
Het ging over Team Liga.
En over Team Activia.
Tenslotte ging het ook nog over Team Corendon.

In de studio vertrouwde Stefan Groothuis Dione de Graaff toe dat hij ‘als man’ vooral op andere mannen lette’.

Allemaal uitstekende teams met uitstekende sponsors en uitstekende schaatsers die er uitstekend voor stonden om de wereld in dit pre-Olympisch jaar (“We gaan volgend jaar naar Sotsji voor een paar medaljes”) eens een uitstekend, pre-Olympisch poepje te laten ruiken.
In de studio vertrouwde Stefan Groothuis Dione de Graaff toe dat hij ‘als man’ vooral op andere mannen lette.

Wat er nu precies met Thijsje Oenema was gebeurd, vroeg Dione zich af.
Daar wist Stefan net zo weinig van als de rest van Nederland. Dat kwam door ‘de media’, daar stond het in.
Er waren wel wat communicatiestorinkjes geweest, dacht-ie.
De rest kon de goede verstaander zelf wel invullen.

De goede verstaander lag thuis op de bank de zondag voorbij te denken. De regendruppels stuiterden van de stenen van het terras de lucht in, zodat het leek alsof ze twee keer vielen. Op het plafond begon zich een donkere lekkageplek te vormen, in de hoek van de kamer viel een manshoge stapel oude folders om, de thee was lauw geworden en boven stond het geliefde familielid nog altijd hoorbaar te aarzelen.

De verjaardagskalender op de wc hing nog op oktober.
Op een ander net zaalvoetbalde Paraguay tegen Costa Rica.
Op weer een ander net prees een vrouw facelifts aan.
Ergens, in de regen, reed iemand rond in een auto die een dag eerder nog van Ryan Babel was geweest. En in de avondschemer Abu Dhabi, waar het droog leek, won een Fin een Grand Prix.

Op het eerste net dubde Sven Kramer intussen over zijn deelname aan het NK Afstanden. Hij zou het NK kunnen rijden, maar hij zou het ook niet kunnen rijden.
Dat was, in het kort, de twijfel.
Die twijfel moest natuurlijk worden geduid, aan tafel.
En zo geschiedde.

De wijzers van de klok kwamen nu nauwelijks nog vooruit. Met een droge tik hield de verwarming ermee op, de laptop begon te roken en iemand sloeg het blad van de verjaardagskalender om.

Het was nog lang, lang, lang geen etenstijd.
Buiten waaiden twee wandelaars voorbij en op zolder klonk een ijselijke gil.
Wie niet beter wist, zou denken dat het pre-Olympisch schaatsseizoen al in volle gang was.