Misschien moet ik weer iets met een BN’er nemen om op te vallen

‘Een vrouw die debuteert is een wandelende schietschijf’ las ik deze week. De zin kwam uit de mond van de uitgever van De Bezige Bij in Antwerpen. Het kwam erop neer dat recensenten vaak uitgaan van vooroordelen. De literatuurkritiek en ik zijn bij voorbaat geen vrienden, zoveel is duidelijk. Het is een aanmoediging om mijn computer uit het raam te gooien en de weg vrij te maken voor alle mannelijke schrijvers.

Gelukkig worden vrouwen op wel meer plekken als wandelende schietschijven behandeld en heb ik geen reden bij de pakken neer te zitten. Zou ik net als alle andere mensen een normale baan zoeken, dan krijg ik de voorkeur na alle mannelijke sollicitanten. Want er wordt geselecteerd op kwaliteit. Zo is het leven.

Ik kan me beter druk maken om wat echt belangrijk is als je een boek uitbrengt: wat is het verhaal? En dan hebben we het niet over de inhoud. Wat er in het boek staat doet er namelijk niet zo veel toe. Het gaat om het verhaal eromheen. Heb je wapens verhandeld en nog wat mensen gemolesteerd, moest je toen de bak in en heb je daar een roman geschreven? Dan zijn de mensen in je geïnteresseerd. Zat je moeder vroeger met een deegroller achter je aan? Dan mag je aan de bekende tafels schuiven. En je moeder mag mee. Heeft je boek een boektrailer? De TV zendt hem voor je uit. De volgende dag ben je het onderwerp van gesprek bij mensen met een normale baan.

Sommige mensen doen zich graag ontwikkelder voor dan ze zijn. Daarom kijken ze de actualiteitenrubrieken. En laten ze zich voorlichten, ook over de boeken die ze moeten lezen. De schrijvers die boeken hebben geschreven met een verhaal eromheen worden graag gelezen. De schrijvers die boeken hebben geschreven met een verhaal erin zijn daarna zo moe dat ze vergeten er een verhaal omheen te verzinnen.

Om een huisje in de Algarve bij elkaar te schrijven moet je een goed verhaal hebben. Buiten het boek om

De uitgever vergeet die schrijvers te zeggen dat hij geen tijd heeft om er een verhaal omheen te verzinnen, en zo krijg je na een paar maanden een brief dat het boek verramsjt zal worden. Dat zijn grotere schrikbeelden dan een rancuneuze bespreking van Arjan Peters.

De laatste weken denk ik na over het verhaal dat ik om mijn boek heen moet vertellen. Ik zit met de handen in het haar. Ik overweeg me op het criminele pad te begeven. Maar de angst dat ik de misdaad leuker zal vinden dan het schrijven weerhoudt me ervan.

Misschien moet ik de mensen zeggen dat het verhaal gaat over het opgroeien in een gereformeerd gezin, dan schijn je veel herdrukt te worden, en moeten de mensen zodra ze het boek gekocht hebben er maar achterkomen dat dat gelogen was.

Misschien moet ik weer iets met een BN’er nemen om op te vallen. Maar alle leuke BN’ers zijn volgens mij een beetje op. Of misschien moet ik het boek uitbrengen onder het pseudoniem Heleen van Royen.

En dan maar eens zien wie zich eerder een huis in de Algarve kan permitteren, Arjan Peters, of ik.

Ik ben er nog niet over uit. Wellicht kan ik beter open kaart naar de mensen spelen. Toegeven dat ik alleen een boek geschreven heb met een verhaal erin. Dat daarbuiten niets bestaat. Wie weet mag ik dan zwijgzaam op TV aan tafel zitten. En zullen de mensen de dag erna op hun normale baan hun verbijstering met collega’s delen. Het eerste boek op TV zonder verhaal eromheen. Dat moet wel heel bijzonder zijn. Ze haasten zich naar de winkel. Ik zal herdrukt worden. Ik zal een tevreden schietschijf zijn.