Wesleys twitterverbod

Wesley Sneijder mag niet meer twitteren. Of nou ja, hij mag het nog wel, maar niet meer over de club (zijn werk dus) en zijn privéleven. Tja, ik vrees dat er dan verder weinig te twitteren overblijft. Vandaar waarschijnlijk dat hij al sinds 3 november zwijgt.

Hij zou natuurlijk over moderne kunst kunnen gaan twitteren (“Lovely painting. Don’t know what it means. But that’s probably what makes it so strong, I think #artlover”) of over televisieprogramma’s, dat schijnen de meeste Nederlanders te doen. Die begrijpen zelf ook wel dat zelfs de meest verveelde volger niet geïnteresseerd blijft in de kleur van hun ochtendurine en proberen hun volgbaarheid te vergroten door met vileine berichtjes over het haar van Matthijs van Nieuwkerk (“WTF is er met zn haar #dwdd #dtv???!!!”) of Yvon Jaspers die zich verspreekt (“Moehahahahahahahahahaha #FAIL”) wat retweets te scoren.

Natuurlijk, dat zou Wesley ook best lukken, wat retweets, maar voor je het weet vindt de socialmedia-Gestapo van Inter dat televisiekijken ook tot zijn privéleven behoort, krijgt-ie een boete en dan zijn wij de schuldigen. Nee, dank je de koekoek. Bovendien: wij willen helemaal niet weten wat Wesley van het haar van Matthijs vindt.

Wij willen Wesley zelf! Helemaal! Volledig! En niet in een nieuwsbrief of in een interview of in een schokkende biografie vol onthullingen over vijf jaar, maar NU NU NU!

Stel: Wesley loopt vanochtend over straat.
Het is hetzelfde wandelingetje als altijd en het is nog vroeg: Yolanthe ligt nog op een oor, hij heeft ‘r lekker laten liggen, de schat. Was gisteren om drie uur nog alle voor hem bestemde tweets aan het beantwoorden, want dat gebeurt nu: zit zij de hele dag vragen over twee of drie spitsen te beantwoorden.

De schoonfamilie is na drie weken eindelijk weer vertrokken, het huis ligt er vredig bij.
Wesley stapt de straat op. De zon schijnt. Het is een frisse, heldere novemberochtend. Hij ruikt de dauwachtige geur van de ochtend, zelfs hier, midden in de stad.
Milaan slaapt nog.
Op dit uur zijn alleen hondenbezitters en insomnialijders op de been.
Het ochtendlicht strijkt langs de gepleisterde muren van de herenhuizen uit zijn straat.
Zijn adem is een wolkje condens, waar hij vergeefs kringeltjes van probeert te blazen.
Op z’n gemak wandelt hij naar het Parco Sempione. Hij groet de buurvrouw, die haar stoepje schrobt. Ze vraagt hoe het met hem gaat.
“Kijk maar op Twitter,” wil hij roepen, maar dan herinnert hij zich meteen zijn verbod.
“Bene!” zegt hij daarom maar.

Zijn handgemaakte, kalfslederen instappers knarsen over het grind van de parklanen. De koffie- en ijstentjes zijn nog gesloten, af en toe fietst er een bankier voorbij die zwijgend zijn hand opsteekt.
Wesley denkt na over de column van Bas Heijne, die Yo gister aan hem heeft voorgelezen. Ze waren het allebei met hem eens. Alweer.
Ondertussen controleert hij zijn mentions. Het bericht dat hij niet meer mag twitteren heeft zijn volgersaantal geen slecht gedaan. Glimlachend wacht hij tot het cijfer verspringt, als bewijs dat er ergens ter wereld een vreemde is die op ditzelfde ogenblik aan hem denkt.

PING.

Bij de vijver kijkt hij even naar een eend die wat verveeld op en neer dobbert.
Een eend, denkt hij, een eend. De gedachte gaat maar niet uit zijn hoofd.
Een eend.
Een eend.
Eeneendeeneendeeneend.
Hij begrijpt dat dit de afkickverschijnselen zijn. Normaal gesproken had hij zijn één miljoen negenendertigduizendnegenhonderdendrieëntwintig volgers allang op een foto van deze eend getrakteerd. Kan niet meer, de eend is zojuist een onderdeel van zijn privéleven geworden.

Hij voelt zich als Koning Midas: steeds als hij een onderwerp voor een tweet nadert, verandert het als bij toverslag in een onderdeel van zijn privéleven en moet hij er vanaf blijven.

Hij doorkruist het park, passeert talloze joggers die hem niet herkennen, let even op een kinderwagen terwijl de moeder snel naar de wc gaat, helpt een Pakistaanse koffietenthouder met het neerzetten van zijn terras en maakt een foto van twee matineuze toeristen, een Amerikaans stel dat hem niet herkent.

Dan wandelt hij nog even langs zijn favoriete boekenstalletje, net achter de Viale Giovanni Lanza. Toeristen komen daar niet, het is een plek voor connaisseurs. Sandro, de eigenaar, heeft een goede bui: wie drie boeken koopt, krijgt het tweede gratis.
“Het derde,” verbetert Wesley hem.
“Het tweede,” herhaalt Sandro. Boekverkopershumor.

Wesley laat zijn ogen over de ruggen van de boeken glijden. Vandaag kiest hij een onbekende roman van Calvino, een novelle van Philip Roth en een bundeltje gedichten van Emily Dickinson. Yo is dol op Dickinson.

Weer probeert een gevoel van onrust zich van hem meester te maken. Afkickverschijnselen, niet op letten.
Met de boeken onder zijn arm vervolgt hij zijn weg naar huis.
Bij Nicoletta drinkt hij nog een doppio en een spremuta d’arancia en bij Alberto koopt hij vers brood.
“Weer bij Sandro geweest?” vraagt Alberto.
“Ik kon het niet laten,” zegt Wesley.
“Ben je weer fit?”
“Zo goed als.”

Wesley mag niet meer twitteren over zijn priveleven

Met de bruine broodzak in zijn ene arm en de boeken onder de ander, komt Wesley thuis terug. Yolanthe zit aan de keukentafel, La Repubblica voor zich uitgespreid.
Op de achtergrond hoort Wesley de eerste tonen van een minder bekend pianostuk van Dvorak. Welk opus ook alweer? Hij overweegt het zijn volgers te vragen, maar vreest dat ook Dvorak tot zijn privéleven hoort.

Tijdens het ontbijt discussiëren ze gemoedelijk over de etymologie van het woord nivellering, tot Wesley Yo onderbreekt en zegt: ‘I love you.’

De geliefden geven elkaar een kus, boven La Repubblica.

Ze vinden het maar wat jammer dat ook deze momenten nu tot hun privéleven behoren.