Kan die Sinterklaasmuziek uit?!

Geen kwaad woord over Sinterklaas. Geen kwaad woord over Kerstmis. Maar die liedjes! Ik heb eens drie jaar in een drukke winkelstraat gewoond. Daar heb ik een levenslange allergie voor Sinterklaas- en Kerstliedjes aan overgehouden.

Half november begon het. ’s Ochtends tegen een uur of tien arriveerde de eerste stoomboot met zijn waaiende wimpels en pas om zes uur, of op koopavonden om negen uur, huppelden de paardjes de straat weer uit. De hele dag door werd er op de deur geklopt en wie zou dat nou toch eens zijn?

Mag de middenstand ook wat verdienen?
Mijn werkkamer bevond zich aan de straatkant en had enkel glas, zodat ik voortdurend op die melige deuntjes werd vergast. Ik belde wel eens naar de winkelier die verantwoordelijk was voor de geluidsinstallatie: of het alsjeblieft wat zachter kon. Nee, dat kon niet, mogen wij van de middenstand ook eens wat verdienen?

Op 7 december, Sint had amper zijn biezen gepakt, begon de volgende ronde. Van tien tot zes en op koopavonden tot negen lagen de herdertjes in het veld en luidden de klokjes klingelingeling. Laat het refrein van dat laatste lied eens tot u doordringen: Luid klokjes klingelingeling, / luid klokjes kling. / Kling klokjes klingelingeling, / kling klokjes kling. / Kling klokjes klingelingeling, / kling klokjes kling. – Geloof me, het is een beproefde methode om brave burgers tot razernij te brengen.

Was het maar vast Stille Nacht
Soms, heel soms, vergat de dienstdoende winkelier zijn versterker aan te zetten en snoof ik genietend de ochtendstilte op, maar altijd hervond hij zich en klingelingde het opnieuw van de dennenbomen en het sterreblinken in de straat. Daar hoorde ik d’engelen zingen / Hun liederen vloeiend en klaar. En oh, daar rinkelden de bellen van de paardenslee alweer, jingle bells, jingle ALL THE WAY. Was het maar vast Stille Nacht.

Afijn, ik heb het overleefd. Toen ik op een decemberdag na mijn verhuizing nog eens in de straat kwam, liep ik de volgende bewoner van het appartement tegen het lijf. De woning beviel wel, zei hij, maar van die Sinterklaasmuzak werd hij zó gestoord dat hij op een nacht de kabels tussen de luidsprekers had doorgeknipt. Ze waren na een dag weer gerepareerd.