De Republikeinse dominantie is voorbij

In een online artikel van The Atlantic las ik iets dat ook al door mijn hoofd geschoten was: “Voorzover ik me kan herinneren, vormen de Democraten nu voor het eerst meer een front en zijn ze beter georganiseerd dan de Republikeinen; ook zijn ze minder geneigd om elkaar op korzelige toon af te vallen. Het is verbijsterend maar waar.”

En zo is het. Al tijdens de primaries werd het Republikeinse speelveld gedomineerd door lachwekkende figuren. President Obama bevestigde bijna het imago van de Democraten door het eerste debat te verknoeien, maar daarna herstelde zowel hij als zijn partij zich. De campagne van de Democraten was professioneel, terwijl de Republikeinen te keer gingen als de Keystone Kops, de lachwekkende, incompetente politiemannen uit de jaren ’20 serie. Karl Rove die eerst nog gezien werd als een angstaanjagend politiek zwaargewicht, wordt nu meer gezien als een overbetaalde jankepot.

De Republikeinen gingen te keer als de Keystone Kops

VS ís niet centrum-rechts
Maar ik zou nog verder willen gaan: de Democraten maken nu de indruk de logische regeringspartij te zijn. George W. Bush had een reputatie opgebouwd van iemand die niets goed deed als het op het echte regeerwerk aankwam; wat er overbleef was de zogenaamde politieke behendigheid van rechts. Nu, die is er ook niet meer. Zelfs de media beginnen in te zien dat de Verenigde Staten niet het ‘centrum-rechtse’ land is, waar de Republikeinen van dromen, maar een divers land, op etnisch en op andere terreinen; een land ook waar vrijzinnige ideeën heel gewoon zijn geworden.

Maar laten we oppassen voor overmoed: we moeten ervoor zorgen dat we deze jonge samenwerking koesteren, anders zou het als een zeepbel uit elkaar kunnen spatten.

Weet je wat voor de desillusie zou kunnen zorgen, die volgens velen Obama in 2012 al de das om zou doen? Als hij belangrijke democratische waarden ‘uit zou ruilen’ tegen steun op het gebied van de staatsschuld. Stel dat Obama de pensioenleeftijd verhoogt tegen vage beloftes over de belasting (beloftes die bij de eerste de beste gelegenheid zouden worden verbroken), of stel dat hij een felle voorstander van het terugdringen van de staatschuld op een belangrijke economische post benoemt. Dan zou het allemaal weer mis kunnen gaan.

Een onverdiende reputatie
In internetdiscussies van de afgelopen tijd wordt veel gepraat over de verkeerde lezing van de peilingen door de Republikeinen. Het lijkt nu bijna niet meer te geloven maar alle verhalen wijzen erop dat de Republikeinse Partij de verkiezingen in ging met complete waanideeën. En heus niet alleen de kijkers van Fox News; heus niet alleen de mensen rond Romney. De hele partij, van hoog tot laag, geloofde dat ze een waarheid kende die bijna iedere onafhankelijke peiling niet kende: zij zouden bijna zeker met overmacht winnen. De deelnemers aan de internetdiscussie wezen erop dat dit idee op een bepaalde manier heel logisch is; de Republikeinse Partij van nu sluit graag zijn ogen voor waarheden die haar niet aanstaat, of die nu met klimaatverandering of macro-economie te maken hebben. Waarom zouden we verbaasd zijn dat een partij die nog gelooft dat Bush goed was voor de economie en Clinton slecht (al werd het tegendeel bewezen), ook gelooft in spookpeilingen?

Toch hebben de Republikeinen lange tijd hun reputatie weten vast te houden van politici die zo kundig waren dat je er bang van werd. Hoe kunnen die dingen samen gaan?

Geluk
Ik weet dat ik niet de enige ben die denkt dat het antwoord deels ligt in het feit dat ze nooit echt goed zijn geweest; ze hadden gewoon geluk. Rove gaf de verkiezingen in 2000 bijna weg door tijd te verspillen aan een triomftocht en Al Gore zou makkelijk verkozen zijn als de onrechtmatigheden in Florida niet hadden plaatsgevonden en het Hoge Gerechtshof niet partijdig was geweest.

George W. Bush heeft een reputatie van ‘niets goed doen’ als het op het echte regeerwerk aankomt

Op een enkele uitzondering na hebben de Republikeinen bij elkaar opgeteld de minste stemmen gehad in iedere verkiezing sinds 1988. En dat ene jaar, 2004 was een oorlogsverkiezing, waarbij het bovenal ging om de war on terror. Een goed onderwerp voor de Republikeinen. De kiezers konden toen niet voorzien hoe de zaken zich zouden ontwikkelen; ze kozen voor de opschepperige taal van Bush, die de overwinning al aankondigde.

Als 11 september niet had plaats gevonden was het goed mogelijk geweest dat de Republikeinen hun meerderheid in het Congres in 2002 hadden verloren en het Witte Huis in 2004; niemand had het dan gehad over een constante meerderheid van Republikeinen en al die onzin.

Het grote vraagteken blijft: wat gebeurde er in 2010? Daar zullen we nog lang last van houden, omdat het de Republikeinse staten de kans gaf een grote meerderheid in het Huis van Afgevaardigden bij elkaar te ritselen. Ik gok zo dat het een samenloop was van een aantal factoren: een economisch slecht moment voor Obama, fouten in zijn eigen team en een verbazend slechte verdediging van de veranderingen in de gezondheidszorg, Maar hier komen vast nog heel wat serieuze analyses over los, de komende maanden.

Paul Krugman is hoogleraar economie aan Princeton, Nobelprijswinnaar en columnist van de New York Times. Zijn column verschijnt twee keer per week op HP/de Site.