Doping in het voetbal bestaat niet

In Laakirchen, een gehucht aan het riviertje de Traun, op zo’n tachtig kilometer ten oosten van Salzburg, woont Stefan Matschiner. Ooit was hij een toekomstige rijkaard, een man die in tien sporten tegelijk zou uitblinken. Hij zou de Tour winnen, de Olympische biatlon en het WK Atletiek.

Het ging allemaal niet door.
Matschiner was een amateurvampier, een ex-atleet die ooit een soort draagbare bloedcentrifuge op de kop tikte en een thuiscursus Bloeddoping bij het NTI aanvroeg. De reclame voor Matschiners gegoochel met bloed ging van mond tot mond, van steeplechaser naar wielrenner en van wielrenner naar langlaufer.
Het systeem moet eenvoudig zijn geweest. Matschiner tapte de atleten op zijn klantenlijst bloed af, om het later, vlak voor of zelfs tijdens een belangrijke wedstrijd, weer in de aders te komen jagen. Op sommige aftapdagen, als het druk dreigde te worden in het Weense appartement waar Matschiner zijn amateuralchemie zat te bedrijven, schijnen zijn klanten even in de McDonalds aan de overkant van de straat te hebben moeten wachten.
Dat beeld, van de Weense McDonalds op zaterdagochtend, dat beeld van al die sporters met petjes op hun hoofd tegen de herkenning, allemaal aan hun eigen tafeltje, met een beker koffie of een halve liter cola voor zich, zuigend aan een feestelijk gekleurd rietje, de cola door het plastic heen naar hun mond volgend. En allemaal denken ze aan het bloed dat op zo meteen op dezelfde wijze uit hun lichaam gezogen zal worden.

Dat beeld, daar kan ik lang op teren.

Niet zo lang geleden kwam de Süddeutsche Zeitung nog eens bij Stefan Matschiner op bezoek. De journalisten, die zo lang zijn vijanden waren, die in zijn vreselijkste nachtmerries zijn naam met hun grootst beschikbare letters op de voorpagina van hun krantjes zetten, die journalisten zijn nu van harte welkom in Laakirchen.

Of Stefan zijn verhaal over Bernhard Kohl en diens derde plaats in de Tour van 2008 nog maar weer eens wil herhalen?
Maar natuurlijk. Met alle plezier. En daar gaat het weer: Matschiner die vertelt met welke middelen hij zijn landgenoot allemaal volstopte om hem in de Tour te laten schitteren, Kohls twijfels bij zoveel vals spel, Matschiners verzekering dat iedereen al lang deed wat zij nu van plan waren, de bloedzakken die hij mee naar Frankrijk nam, om ze in het rennershotel terug in het vermoeide lichaam te laten vloeien. En altijd dezelfde uitsmijter: ze hadden nog een zak over. Wat was er gebeurd als ze ook die zak gebruikt hadden?
‘Dan was Kohl nog veel verder gekomen.’

Dit keer, tegen de journalist van Duitslands meest vooraanstaande krant, vertelt hij echter meer. Meer dan anders, meer dan de wereld weet. Wil weten, misschien.
Als hem wordt gevraagd of er ook in het voetbal wordt geslikt, gespoten en gefraudeerd, antwoordt hij: ‘Ist doch klar, dass da gedopt wird.’

Zelf heeft Matschiner het liever over “verzorgen”. Hij heeft in die jaren vele voetballers “verzorgd”, uit verschillende Europese competities. Aldus Stefan Matschiner.

Wie dat zijn, wil hij niet zeggen.

In arren moede plakt de krant er daarom maar een opsomming van enkele opvallende dopingzaken uit het voetbal aan vast.

–         Over het succesvolle Juventus-team dat in 1996 Ajax versloeg in de Champions League-finale, publiceerde Officier van Justitie (en Juventus-fanaat) Raffaele Guariniello een dossier van een kleine veertigduizend pagina’s. Conclusie: er werd geslikt bij het leven in Turijn. Spelers als Zinedine Zidane, Didier Deschamps, Alessandro Del Piero, Gianluca Viali en Fabrizio Ravanelli krijgen talloze verboden middelen voorgeschreven. Het medicijnkastje van clubarts Riccardo Agricola bevatte precies 281 verschillende medicijnen. Agricola ging voor 22 maanden achter de tralies, geen van de spelers werd ooit geschorst.

–         Hele selecties van topclubs als FC Barcelona, Real Madrid, Betis Sevilla en Valencia zouden op de uitgebreide patiëntenlijst van de Spaanse gynaecoloog en parttime wielerdruïde Eufemiano Fuentes hebben gestaan. Nooit werd een van die namen openbaar gemaakt.
Diezelfde Fuentes heeft zich na talloze schandalen teruggetrokken op Gran Canaria, waar hij tot vorig seizoen nog als clubarts bijkluste bij derdeklasser Las Palmas.

En dan vergeten de jongens van de Süddeutsche nog de positieve gevalletjes van Nederlands Elftal-spelers als Jaap Stam, Edgar Davids en Frank de Boer. De Boer is nu trainer bij Ajax, Josep Guardiola (tweemaal betrapt) was tot dit seizoen de architect achter het ongelooflijke voetbal van Barcelona. Ook de Mexicaanse nationale ploeg die vorig jaar het ene dopinggeval na het andere te verwerken kreeg, weet dat succesvol aan vervuild vlees, een excuus waar eerder Alberto Contador nog om werd uitgelachen.

Conclusie Stefan Matschiner: ‘Ist doch klar, dass da gedopt wird.’

Waarom dan, Stefan?

Vanwege die paar garnalen uit de Oostenrijkse derde divisie waar jij je dan toevallig over ontfermd hebt?

Vanwege die paar vermeende akkefietjes met Juventus, Barcelona en het Nederlands Elftal?

Vanwege het feit dat het verschil tussen winst en verlies in het voetbal miljoenen, soms zelfs miljarden bedraagt?

Vanwege de halfzachte controles?

Vanwege de over het algemeen vrij gebrekkige moraal, “dan zullen ze er ook wel doping bij nemen”?

Vanwege het met name in Italie buitenproportioneel hoge percentage ex-voetballers dat lijdt aan een spierziekte?

Vanwege de opgewekte bekentenissen van ex-voetballers als Johan Derksen (‘we slikten meer dan wielrenners’) en Jan Peters (‘we kregen iets in de rust’).

Vanwege de steeds uitputtender wedstrijdprogramma’s?

Vanwege het steeds atletischer geworden spel?

Vanwege de milde en niet consequent opgelegde straffen?

Zijn dat echt alle argumenten die je hebt, Stefan? Man, wees wijzer.

Doping in het voetbal bestaat niet. Ist doch klar.