Poëzie in de sportschool met Arie Boomsma

Schrijvers staan niet bekend om de uitgebalanceerde relatie met hun lichaam. Als ze moeten optreden hangen ze met samengeknepen schouders achter een katheder, de kleren waarmee ze dat lijf omhullen weten zich vaak ook geen raad met de eigenaar, en dan hebben we het nog niet eens over de conditie van dat lijf.

Dat kan uiteenlopen van beginnend obees (David Pefko), tot bijna graatmager (Hanna Bervoets) en alles daar tussenin zie je ook niet graag bloot terug in je bed, een paar uitzonderingen als Renske de Greef en Anna Drijver daargelaten. Die zich om verschillende redenen overigens in een vaag gebied begeven. Is het wel een schrijfster? (Renske de Greef), is het niet meer een actrice? (Anna Drijver).

Arie Boomsma
De enige mannelijke schrijver die echt aandacht besteedt aan zijn lichaam is Arie Boomsma. Die kennen we natuurlijk van andere dingen. Maar hij mag zich ook schrijver noemen. Jonge schrijver. Vrijdag 23 november staat Arie Boomsma namelijk op de jonge schrijversavond in de schouwburg, waar aansluitend het jonge schrijversbal zal plaatsvinden. Het is een beetje het hoogtepunt in ons jonge schrijversleven. We voelen al een paar weken een kietelende opwinding als we aan de jonge schrijversavond op 23 november denken. Maar daar hebben we het nu niet over.

Boomsma is een revolutionaire schrijver
Arie Boomsma vertelde me eens dat als hij een schrijfdag voor de boeg heeft hij het liefst zo vroeg mogelijk gaat sporten. De meeste schrijvers liggen dan nog in hun bed. In Men’s Health las ik toevallig eens dat hij ongeveer 5 keer per week sport en dan iedere dag een ander programma afwerkt om verschillende spiergroepen te trainen. Hij neemt erna ook eiwitshakes tot zich, voor het goede herstel van die spieren. Er stonden ter illustratie foto’s van Arie bij, in work-outposes. Een ongekende reportage voor een schrijver. Schrijvers zitten in hun hoofd. En als ze niet in hun hoofd zitten zitten ze in de boeken. De vieze schrijvers zitten in het café. De avontuurlijke gaan nog weleens naar de bioscoop. Maar de sportschool! Het is revolutionair.

Ongetwijfeld geïnspireerd door hun schrijvende sportvoorbeeld beweegt zich een aantal schrijversvrienden zich de laatste tijd voorzichtig richting de gym. Daar maken ze dan een afspraak met een personal trainer. Die legt ze alle apparaten uit en stelt een trainingsschema voor ze op, nadat de schrijversvrienden hun wensen hebben uitgesproken. Een enkeling durft toe te geven dat hij ook wel zo’n lijf als Arie wil, maar dan iets subtieler misschien. De personal trainer houdt zijn gezicht in de plooi.

Geen enkele andere schrijver zal het lijf van Arie voor elkaar krijgen. Ook niet subtiel. De schrijver begint enthousiast aan zijn oefeningen, maar het gevecht in zijn hoofd, waarin hij zich altijd bevindt, maakt het hem zwaar. ‘Wat sta ik hier precies te doen?’, vraagt de schrijver af. Wat is de literaire waarde? Hij geeft op, of laat het bezoek aan de sportschool in ieder geval vaak verzaken. Met als resultaat: samengeknepen schouders achter een katheder, in kleren die zich opnieuw nergens raad mee weten.

Poëzie in de sportschool
De sportschool die ik bezoek is dezelfde als die van Arie. Ik probeerde altijd zo vroeg mogelijk te gaan. ’s Ochtends staan mijn gedachten nog niet aan. We kwamen elkaar vaak tegen. Ik kende Arie in eerste instantie niet als schrijver, maar als een medelid. Langzaam begonnen we elkaar te groeten, dat doen in de sportschool alle bekende gezichten van elkaar. We raakten aan de praat. Poëzie was ons onderwerp. Hij leende me zelfs een paar van zijn favoriete bundels uit. Ik werd van sportschoollid opeens een schrijver in de sportschool. Klopte dat wel? Ik raakte ontregeld.

Arie heeft me er al maanden niet meer gezien.