Zijn deze baby’s minder slim?

Het emotionele gedoe rondom het borstvoedingsdebat interesseert me niet zo. Alle ouders moeten gewoon lekker zelf weten wat ze hun baby geven. Wat wel interessant is, zijn de argumenten waarmee partijen schermen. Wat klopt er aan de stelling: er is wetenschappelijk bewijs dat borstvoeding beter is?

“Het is helemaal niet aangetoond dat borstvoeding beter is dan kunstvoeding,” antwoordt een bevriende arts als ik vraag waarom zij stopt met het geven van borstvoeding nu ze weer aan het werk gaat. “Behalve voor eczeem- of astmagevoelige kindjes, en dat is de mijne niet.”

O, denk ik, dan kan ik ook wel stoppen, ware het niet dat ik in alle brochures lees dat het ‘het beste is om de baby minstens een half jaar borstvoeding te geven’. Waar baseren ze dat op?

Gezonder door de borst
Een simpele blik op Wikipedia levert een waslijst op aan langetermijn-voordelen van borstvoeding. Moedermelk zou antistoffen tegen vele ziektes bevatten, zoals keel-, neus en oor-infecties, luchtweginfecties, maagdarminfecties, infecties aan het centraal zenuwstelsel, urineweginfecties en necrotiserende enterocolitis.

Verder beschermt het tegen diabetes en de ziekte van Crohn, valt er te lezen, en geeft het een kind minder kans op diarree en buikgriep. Vanwege de lichte verteerbaarheid van moedermelk zouden borstbaby’s bovendien minder vaak spugen en ontstekingen aan de darmen krijgen. En – inderdaad – minder kans hebben op allergieën.

Dit alles is gebaseerd op dit rapport van de World Health Organization uit 2007, dat weer is gebaseerd op literatuuronderzoek naar bestaande medische studies over het effect van borstvoeding. Kort gezegd laat het aanwezige bewijs in die studies, zo lezen we in het rapport, zien dat borstvoeding op de lange duur positieve effecten zou kunnen hebben.

Korte termijn
Op de korte termijn zit het anders, lezen we in hetzelfde stuk. Dan heeft de borst zeker de voorkeur boven de fles, omdat de sterfte aan infectieziekten kleiner is onder borstbaby’s. Ook komen infectieziekten minder vaak voor bij deze kindjes. Maar deze wijsheid komt wel uit een studie die is gedaan in landen met een midden- en laag inkomensniveau, waar Nederland niet bij hoort.

Een andere studie die de WHO op noemt, toont aan dat kleintjes die uitsluitend moedermelk kregen in de eerste zes maanden van hun leven, minder last hadden van darmziekten en – daar zijn ze weer – allergieën.

Interessante conclusies, maar dat is dan ook de enige periode die deze wetenschappers hebben onderzocht: een half jaar borstvoeding. En op dit onderzoek is het zes maanden-advies van de WHO (en dus ook het consultatiebureau) gebaseerd.

Wat we dus niet weten, is of hetzelfde resultaat ook gezien wordt bij vier maanden borstvoeding? Of een beter of slechter resultaat bij tien maanden? Mijn consultatiebureau-arts erkent dit: “We adviseren minstens een half jaar borstvoeding, maar wetenschappelijke bewijzen van ‘hoe langer, hoe beter voor de baby’ zijn er niet.”

Hoe belangrijk is het ‘knuffeleffect’ van borstvoeding?

Slimmer door de borst
Dan zijn er nog de onderzoekjes die melden dat borstbaby’s uiteindelijk een hoger IQ hebben dan andere baby’s. Wat is daarvan waar? Borstgevoede kinderen zouden drie tot vijf punten hoger scoren bij IQ-testen dan flessenbaby’s, concludeerden zowel Engelse als Poolse onderzoekers vorig jaar. Maar ligt dat dan aan de inhoud van de melk of de manier van voeden (een fles is toch heel wat anders dan borst)? Of misschien aan externe omstandigheden, zoals het feit dat hoogopgeleide moeders vaker borstvoeding geven dan lageropgeleiden?

Dat laatste sluiten de onderzoekers uit, want zij matchten wel en niet borstgevoede baby’s aan elkaar die qua sekse, geboortegewicht, leeftijd van de moeder, opleiding van ouders enzovoort zoveel mogelijk overeenkwamen. Nog bleef het verschil in IQ duidelijk bestaan. Wel vragen de wetenschappers zich af of het nu vooral de voedingswaarde of het ‘knuffeleffect’ van borstvoeding is, die de hogere intelligentie veroorzaakt.

Een onderzoek naar de breinactiviteit van baby’s tijdens het voeden duidt erop dat vooral dat laatste van invloed is. Bij het voeden met de fles veranderde de breinactiviteit van de gemonitorde baby’s niet –wat er ook in de fles zat. Bij het voeden met de borst veranderde de activiteit wél. Op zich goed nieuws voor vrouwen die wel willen borstvoeden, maar bij wie het niet lukt, want dit zou betekenen dat eventuele positieve langetermijneffecten niet van de inhoud van de melk afhangen, maar van het contact tussen moeder en kind.

En dus…
Tot dusver vind ik geen hard en overtuigend bewijs dat borstvoeding in alle gevallen beter is dan flesvoeding – behalve dan als het om eczeem- en astmagevoelige kindjes gaat. Al helemaal onduidelijk is hoelang je ermee door zou moeten gaan voor een optimaal effect; er is gewoon te weinig onderzoek naar gedaan.

Aan de andere kant: nadelen zitten er ook niet aan, dus het is zeker niet onverstandig om het wel te doen. Vooral in het begin, en langer misschien ook. Maar zwaar is het soms wel, vooral in combinatie met werk. Daarom snap ik de bevriende arts heel goed.

En als je nou maar zeker zou weten dat er iets tegenover die moeite staat, namelijk voordelen voor je baby, dan zou het een stuk makkelijker zijn om door te zetten. Maar helaas, dat weten we dus nog steeds niet.

———
Volg HP/De Tijd ook op Twitter.