De boedelbak van Boudewijn Büch

Vrijdag is het tien jaar geleden dat schrijver, presentator en verzamelaar Boudewijn Büch overleed. HP/De Tijd-redacteur Ad Fransen liep in 2004 de veilingcatalogus door, waarin een deel de immense nalatenschap van Büch staat beschreven, en concludeerde dat de spullen van Büch – net als diens leven – voor een groot gedeelte bestaat uit gebakken lucht.

Twintig jaar geleden zat ik met Boudewijn Büch in dezelfde redactie. En wel van het Amsterdamse universiteitsblad Folia. Vaak zag je Büchje niet of verdween hij weer snel. Büch was immers een zonderlinge man. Maar als Boudewijn eens iets langer op de redactie was, bijvoorbeeld voor een vergadering, dan knetterde het ineens van de grollen en ideeën bij het saaie Folia. Want Büch had de gekste invallen over hoe je een universiteitsblad moest vullen.

Bijvoorbeeld door als reporter gewoon in de collegebanken te gaan zitten en letterlijk op te schrijven welk een onzin veel professoren stonden te verkondigen. Het leverde een onvergetelijke serie op. Veel van Büchs ideeën haalden het niet. Ik herinner mij dat hij graag de Amsterdamse grachten op wilde om poeha bloot te leggen die zich achter al die mooie, opgepoetste koperen naamplaten bevond. Consulaten, reclamebureaus, verkoopmaatschappijen: Büch wilde er als een Pieter Storms avant a lettre binnendringen en opschrijven wat hij hoorde en zag.

Boudewijn Büch overleed onverwacht op 23 november 2002, slechts 53 jaar oud.

Hieraan moest ik denken toen ik de Sotheby’s veilingcatalogus opensloeg met de nalatenschap van Boudewijn Büch. Daarin schitteren ons op de eerste pagna Büchs eigen koperen naamplaten tegemoet: ‘Bibliotheka Gronlandea BÜCH’ en ‘Bibliotheka Didina Et Pinguina BÜCH’ staat erin gegraveerd. Het is mij bij leven nooit vergund geweest om door te dringen tot achter de deuren waarop deze naamplaten zaten geschroefd. Nu, postuum, met de veilingcatalogus in de hand, krijg ik alsnog de kans om een kijkje te nemen achter de deurplaten van Büch. Treasures of a World Traveller heet het fraaie boekwerk waarin de boedel van Büch smaakvol voor ons wordt uitgestald.

Eenling Büch had het zich thuis maar wát gezellig gemaakt. In de catalogus van Sotheby’s staan een aantal foto’s van zijn nog onontmantelde interieur. Uiteraard zie je daarop veel boeken, die overigens niet op deze veiling worden geveild. Tegen de muur, maar ook op de wiebelige tafeltjes met knusse leeslampjes: boeken en nog eens boeken. Daartussen liggen, staan en hangen her en der snuisterijen, schilderijen, affiches, bustes, globes, landkaarten, souvenirs, porseleinen vazen: noem de spullen maar op waarmee een verstokte vrijgezel die niet zozeer van mensen maar van dingen hield, zich zoal omgeeft.

En of het nou een waardeloos beeldje van Napoleon was uit een souvenirshop op Corsica, of een bijzondere Kiepert-globe, hij heeft het wellicht allemaal geaaid alsof het hem even dierbaar was. Maar wat is de waarde van die spullen als je ze een voor een gaat veilen? En had de plotseling overleden Büch daar zelf een idee over? Niet echt. “Ik verzamel puur voor mezelf,” zei hij toen hij in 2001 een deel van zijn collectie tentoonstelde in het Rotterdamse Natuurmuseum. “Ik wil omringd zijn door mooie sullen. Ze houden me van de straat en maken mijn weekenden aangenaam,” liet hij de Telegraaf destijds weten.

Büch was weliswaar een pochertje, maar over zijn privéverzameling hoorde je hem zelden snoeven. Hoewel, naar aanleiding van diezelfde tentoonstelling zei hij over zijn Warhols: “Wie uit oogpunt van belegging wil verzamelen, moet zeker geen boeken kopen. De Warhols die ik heb zijn dan een beter idee.” De kunstverzameling van Büch beslaat in de Sotheby’s-catalogus maar liefst elf pagina’s en een groot deel daarvan wordt inderdaad in beslag genomen door pop-art van Andy Warhol. De glansfolder opent er zelfs mee: Lot 1 Andy Warhol (1928-1987), Goethe. “Die had ik wel willen hebben,” zegt Nico Delaive in zijn galerie aan de Amsterdamse Spiegelstraat, terwijl hij zijn wijsvinger op de neus van Goethe drukt. Zelf heb ik geen greintje verstand van Warhols, maar bij Delaive staat op de deur dat ze er samen met Appel of Alechinsky’s worden verkocht.

Ook Büchs grootste trots, een botje van een dodo, ging in 2004 onder de hamer.

 

Waarom heeft Delaive voor die Goethe van Warhol dan geen bod geplaatst? “Moet je die richtprijs eens zien: 1000 tot 1500 euro, dat is toch zwaar overdreven voor vier posters. Ik dacht eerst dat het een echte Warhol was.” Delaive bladert nog eens nieuwsgierig door de catalogus maar mompelt telkens: “Dat is niks, dat is waardeloos, dit is veel te duur.” Als hij bij Marilyn Monroe is aanbeland, verzucht hij: “Mijn God, drie offsetlitho’s voor 2000 tot 3000 euro. Dit zij after-after-after-Warhols, die massaal zijn gedrukt. In een giftshop zijn ze tegenwoordig voor honderd euro op linnen te koop. Met lijst. Ze durven wel bij Sotheby’s.”

Heeft Büch dan toch weer lopen overdrijven over zijn kunstverzameling? En, belangrijker nog: zijn ze soms gek geworden bij het veilinghuis? Het lijkt er wel op, als we Delaive mogen geloven. “Op de internetsite van Sotheby’s kun je zien voor welke bedrag dergelijke Warhols de laatste tijd geveild zijn. En dan snap ik deze bedragen echt niet. Ongelooflijk.” En dat geldt, als je het Delaive vraagt, voor bijna alle Büch-spulletjes. “Kijk, de lekkere koekjes zijn er allang uitgehaald door de familie. Wat overblijft, is eigenlijk alleen maar een prestigieuze folder, de etiketjes. Maar verlies je het veilingbewijsje dat je, om maar iets te noemen, hebt gekregen bij een zebravel van 800 euro, dan is dat evenveel waard als op de rommelmarkt.”

Delaie staat alweer stil bij een andere kunstenaar. “Hier, After Roy Lichtenstein, vanaf 1000 euro. Dat is gewoon een affiche.” En dan moet je voor dit kinderkamerbehangetje ook nog eens opgeld betalen, vul ik aan. “Ja, bijna 25 procent,” zegt hij hoofdschuddend. Maar ineens wordt de aandacht van de galeriehouder toch geprikkeld door lotnummer 33. Het betreft een torso van Joseph Cals (Jakhals voor Gerard Reve-lezers). Streefbedrag: 500 tot 700 euro. Jammer, het gaat Delaive niet om het kunstwerk, maar om de verpakking. “Dat ding zit in een mooi perspex bakje. Als ik dat moet laten maken, kost me dat zo 500 euro. Zo’n torso erbij is wel een leuk hebbedingetje.”

Een van de Chinese vazen. Delaive: “Op de Zeedijk zijn ze te koop voor nog geen 25 euro.”

Weer totaal lusteloos wijst Delaive op een serie vazen, waarvan er één aangekondigd wordt als: ‘A monumental Chinese vase and cover.” Veilingprijs: €1000 -1200 euro. Toe maar, niet iets dat je bij het programma Tussen Kunst en Kitsch uit je handen moet laten klateren! Maar Delaive stelt ons wederom teleur: “Deze vazen koop je op de Zeedijk voor 25 euro per stuk.” Wat een fout van kunstkenner Delaive! Want hier moeten we hem toch echt corrigeren: op de site van Oriental Vase Village staan dergelijke vazen namelijk te koop voor 23 dollar (Our friendly price.)

Voordat ik definitief de digitale koopgoot inschiet, maak ik eerst nog even een ommetje naar het Waterlooplein. Ik heb in de veilingcatalogus namelijk een kek Rolling Stones-jackje gezien. Maar de vraagprijs, mwah, die bevalt me niet helemaal. Jammer, jasjes te over op het Plein, maar niets met de Stones erop. Boudewijn zal dat insigne met die beroemde uitgestoken tong toch niet door zijn moeder erop hebben laten naaien? Nee gelukkig eindelijk vind ik de juiste koopman. “Ik heb het nu niet in huis, maar zoiets kan ik je wel bezorgen. Alleen moet je dan wel aan een flink bedrag denken,” zegt hij.

Oei, kan hij een indicatie geven, anders laat ik alsnog een bod achter bij Sotheby’s. “Nou, zo’n driehonderd eurootjes moet je dan we bij je hebben.” O, dat scheelt nog altijd 900 euro met de prijs waarop Sotheby’s dit jasje hoopt af te hameren. En dat is best een forse meerprijs voor dat beetje bloed, zweet en tranen dat onze Boud in dit stukje ongestoomd textiel heeft achtergelaten. Hoewel, je krijgt er een foto bij cadeau waarop Boudewijn het soere jack aanheeft. Van Klaas Koppe, een fotograaf die de waarde van zijn werk ineens ook sky-high ziet stijgen. Want 21 zwart-wit-portretten van Boudewijn voor tussen de 1000 en 1500 euro, da is niet mis.

Het Rolling Stones-jack is op het Waterlooplein te koop voor 300 euro; 900 minder dan de waarde die het veilinghuis er aan verbindt.

De popparafernalia beslaan zo’n vijf cataloguspagina’s. Want Büch hield niet alleen van de Stones maar ook van Elvis. Hij toog voor zijn tv-programma zelfs naar hét bedevaartsoord voor Presley-fans: Graceland. En hij kocht daar natuurlijk souvenirs. Maar dat is gelijk het tragische van bijna deze hele collectie: de vlindertjes, de postzegels, de muntjes, de beeldjes, de kijkdoosjes, de landkaartjes en dus ook al die Elvis-prullen: Büch moest er destijds nog de hele aardkloot voor afreizen om ze te kunnen bemachtigen, maar nu bestel je ze met één druk op de knop via internet en heb je ze binnen een week in huis.

Want nee nou zo’n buste van The King. Sotheby’s zet in op 1000 euro. We mogen aannemen dat het niet het wonderbeeld is uit Deurne dat op 16 augustus 2002, 25 jaar na de dood van Elvis, spontaan begon te huilen. Anders had het er wel bij gestaan. Welnu, Elvis-busters zijn in alle soorten maten – marmeren, goudkleurige en aardewerken – tussen de twintig en driehonderd dollar te vinden op internet. Via eBay kun je een hele woonwagen vol bestellen. Büch bezat ook een gouden plaat van Elvis. Lot 150. Richtprijs, samen met een koffertje andere Elvis-rommel: 1000 tot 1200 euro. Maar die gouden plaat van Blue suede shoes, dat moet toch wel iets bijzonders zijn? Vergeet het maar. Voor 150 dollar (in lijst en inclusief echtheidscertificaat) dopen ze daar uw favoriete Elvis-single in een goudbad.

U wilt nog meer internetkoopjes zodat u ze later lekker duur kunt laten veilen bij Sotheby’s? Eenmaal andermaal, daar gaan we dan. Een replica van de Dode Zee-rollen moet bij de veiling tussen de 1000 en 1500 euro doen. Fixed price bij The MM Club voor handgemaakte imitatie: een kleine vier dollar. Een scheepsmodel van de HMS Bounty. Bij het veilinghuis moet u de zeilen bijzetten voor 700 euro. Bij www.iboats.com komt het geval binnenvaren voor 100 dollar. Een pronkerig chesterfield bankstel, waarop de meester zo te zien nog nooit heeft gezeten. Dus maak dat als Büch-fan je vrienden maar eens wijs. De bank staat voor tussen de 6000 en 9000 euro in de catalogus, en de twee Chesterfield stoelen die er bij horen staan er in voor tussen de 3000 en 5000 euro. Ter vergelijking: op Marktplaats heeft u precies hetzelfde meubilair helemaal compleet voor 1500 euro. Kunt u nog afdingen ook.

Een groot deel van de inboedel van Boudewijn Büch wordt geveild. De opbrengst bedraagt uiteindelijk 400.000 euro, meer dan het veilinghuis vooraf had verwacht.

Tot slot dan, lot 47: het in de catalogus levensgroot afgebeelde Swatch-horloge met een beeltenis van Büchs historische idool, Napoleon. In originele verpakking, nooit gebruikt. Ja, dat is nou ook wat, want wij willen de geur van Büch. Toch hoopt Sotheby’s deze zogenaamde Nap-Swatch weg te tikken voor 300 euro. Maar google eens ‘swatch watch’ en u ziet de ‘Nap 1769′ staan voor vijftien Britse ponden. Omrekenen naar euro’s doen ze voor u vast wel bij het van origine Engelse Sotheby’s. Want of ze bij de tijd zijn weet ik niet, maar bijdehand zijn ze wel.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in HP/De Tijd nummer 37, 10 september 2004.
———
Volg HP/De Tijd ook op Twitter en Facebook.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Ad Fransen