Landgenoten, ik schaam mij voor u!

Op buitenlandse vliegvelden en in vliegtuigen leer je altijd je landgenoten zo goed kennen. Niet zelden met grote plaatsvervangende schaamte.

Locatie: Marrakech Airport, bij de wc
Zoals bij veel wc’s, overal ter wereld, zit er ook hier een toiletdame. Ze vraagt niet om een vast bedrag (zoals bij ons op stations: 50 cent), ze vraagt een muntje van het één of het ander. Wat je missen kunt. Nu weet ik dat dit niet verplicht is, en veel mensen zullen het overslaan. Ik heb geld geven aan een toiletdame ook wel eens overgeslagen, omdat ik bijvoorbeeld op het moment dat ik naar de wc moest, toevallig geen muntjes bij me had.

Maar de meeste mensen hier op het vliegveld betalen haar netjes een paar cent. Er zijn veel Britten en Fransen op dit moment, en Marokkanen natuurlijk. Dan komt er een Nederlander bij de toiletdame. Hij valt op tussen de andere mensen doordat hij boomlang is en een djellaba draagt (zo’n traditioneel lang gewaad) en een traditioneel hoedje op zijn blonde krullen. Hij valt bovendien op omdat hij zichzelf uiterst grappig vindt in de djellaba.

De man moet een jaar of 35 zijn maar is melig als een tiener. Als hij na zijn wc-bezoek bij de dame aankomt, schalt hij door de gang, in expres-slecht-Engels: “No clean! No money! You should first clean up!!”
Hij zegt er nog nèt niet achter: “Bitch!”
Hij lacht hartelijk om zijn eigen assertiviteit. Verder lacht niemand.

Locatie: in de lucht, ergens boven Spanje
Naast me zitten een moeder met haar dochter. Ze zijn samen op stedentrip geweest. De moeder zou mijn moeder kunnen zijn. Ze ziet er netjes uit, ze draagt sieraden maar niet te opzichtig, een bril, een donkerblauw vestje, witgrijs haar. Op de stoelen voor haar zit een koppel. Het koppel doet hun stoel naar achteren. Een van de stoelen komt daardoor tegen de benen van de mevrouw aan. De mevrouw zit nu klem, schrikt daarvan, en vraagt vriendelijk of ze de stoel misschien rechtop zouden kunnen houden omdat ze nu klem zit. (Het is een goedkope Transavia vlucht, er is echt weinig ruimte).

Het vrouwelijke deel van het koppel negeert haar. De man draait zicht om, hij ziet er proleterig uit (spijkerbroek, polo, haar in de gel, te zongebruind gezicht gezicht voor de tijd van het jaar, groot ego): “Jij bent geen twee meter toch!”
De mevrouw, zichtbaar een beetje geschrokken van zoveel brutaliteit, lacht en zegt: “Nee, maar toch zit ik nu klem. Zouden we niet allemaal onze stoel rechtop kunnen houden?”
Ze heeft verder geen zin om er ruzie over te maken.
De man, die het niet voor elkaar krijgt om haar met u aan te spreken, heeft ook geen zin om er ruzie over te maken, hij mompelt nog iets van “stel je niet aan” en houdt zijn stoel gewetenloos naar achteren. Tegen zijn vrouw lacht hij hartelijk om hun overwinning en om die, in zijn ogen waarschijnlijk, ‘suffe’ mevrouw die qua leeftijd zijn moeder zou kunnen zijn en nu de rest van de vlucht klem zit.

Het gaat niet eens om de stoel. We zitten allemaal wel eens klem. Maar het gaat om de toon… zou hij tegen zijn eigen moeder of buurvrouw op leeftijd ook zo praten? – vraag ik me af. Zou hij in de rest van zijn leven ook nooit rekening houden met andere mensen en daar vervolgens trots op zijn?

En, zou het zo kunnen zijn dat Nederlanders behoren tot het brutaalste volk ter wereld?