Hou maar op met die tweede Maasvlakte

Bij de publicatie van de cijfers van de economische groei in het tweede kwartaal – een miniem plusje – wees ik er al op. We hoefden daar helemaal niet blij mee te zijn, het plusje kwam helemaal op het conto van onze export. En de cijfers van onze export hebben wel een gebruiksaanwijzing nodig, ze zijn niet wat ze lijken. Op zichzelf is export, laat staan een groeiende export, een belangrijke economische factor in welk land dan ook.

Maar het exportcijfer van ons land wordt zwaar vertekend door wat wederuitvoer wordt genoemd. Met twee belangrijke mainports – Schiphol en Rotterdam – wordt er heel veel ingevoerd dat we direct weer uitvoeren. Daar verdienen we overwegend laagschalig aan, het is niet meer dan transport.

Dinsdag kwam het Centraal Bureau voor de Statistiek met een onderbouwing. Maar liefst 48 procent van onze export betreft wederuitvoer, producten waaraan in andere landen flink wordt verdiend – omdat ze daar zijn gemaakt of worden verhandeld. Volgens het CBS blijft er voor ons een magere 8 procent aan de strijkstok. Aan die andere ruime helft, producten die wel zelf maakten, verdienen we 54 procent.

Bij deze harde feiten passen in elk geval twee opmerkingen.

Waarom investeren we zoveel in uitbreiding en infrastructuur als we er zo weinig aan verdienen? Waarom een tweede Maasvlakte? Die vraag komt te laat, het ding is bijna klaar. Maar zo’n vraag had wel eens eerder gesteld kunnen worden; als we er een waterrecreatiegebied van hadden gemaakt, zouden we er allicht meer aan overhouden.

Bovendien, nu de wereldeconomie in zwaar weer verkeert, is de kans veel groter dat wij er in onze economische groei door getroffen worden. Onze export neemt af. Maar daarbinnen komt dan ook nog eens een afnemende wederuitvoer. Daardoor kan onze economie dus ook krimpen als onze eigen export licht stijgt – met een toegevoegde waarde van 54 procent – terwijl de wereldhandel krimpt, met een toegevoegde waarde van 8 procent. Dat tekende zich in het derde kwartaal al een beetje af, de trend wordt omlaag. Die zal zich in het laatste kwartaal 2012 en in heel 2013 voorzetten.

Dr. Doom is een pseudoniem. Als belegger is hij verantwoordelijk voor het beleggingsbeleid van Beleggingsvereniging Fibonacci. Op het moment van het schrijven van deze column heeft de vereniging posities in Ahold, Akzo Nobel, DSM, Heineken, KPN, Shell en Unilever en is Neutraal in de AEX. De positie in de AEX is kortlopend en wisselt regelmatig. Die kan dus nu al anders zijn.

———
Volg HP/De Tijd ook op Twitter en Facebook.